Kou, ijs en een flinke dosis adrenaline. De Olympische Winterspelen vormen al meer dan een eeuw het absolute hoogtepunt voor iedereen die niet bang is voor een beetje vorst. Wat ooit begon als een bescheiden sportweek in de Franse Alpen, is uitgegroeid tot een mondiaal spektakel waar helden worden geboren op een paar millimeter staal of twee latten in de sneeuw.
Het fascinerende aan de Winterspelen is dat de wereldkaart er ineens heel anders uitziet. Grote mogendheden moeten soms buigen voor kleine bergstaatjes of nuchtere Scandinaviërs.
Op basis van de historische medaillespiegel kijken we naar de tien landen die de meeste gouden plakken uit de sneeuw hebben gevist.
10. Nederland – 63 Goud

Het blijft een bizar gezicht: een land zonder één enkele berg dat toch de wereldtop bestormt. Nederland is de vreemde eend in de bijt, maar wel een hele snelle. Onze medailleoogst is bijna volledig te danken aan een collectieve obsessie met schaatsen. Op de 400 meter baan zijn we al generaties lang de absolute maatstaf.
In Milaan-Cortina 2026 bereikte die obsessie een nieuw hoogtepunt. Tien keer goud – een nationaal record – en voor het eerst een plek in de top drie van de medaillespiegel. Het mooiste was dat de helft van dat goud niet op de langebaan maar op de shorttrackbaan werd veroverd, dankzij de sensationele Jens van ’t Wout en Xandra Velzeboer. Nederland bewijst dat je geen Alpen nodig hebt om historie te schrijven; een bevroren polder en een paar noren zijn blijkbaar genoeg.
9. Zwitserland – 69 Goud
Als je aan wintersport denkt, zie je bijna direct besneeuwde Zwitserse bergtoppen voor je. Het land is het geografische hart van de Alpen en heeft de Spelen zelfs twee keer gehost in het chique Saint Moritz. De Zwitsers zijn technisch begaafd en die precisie zie je terug in elke bocht die ze op de ski’s maken.
Of het nu gaat om de bloedstollende afdalingen of de kracht in de bobsleebaan, Zwitserland is een vaste waarde op het podium. In Milaan-Cortina onderstreepte skiër Marco Odermatt zijn status als de beste alpineskiër van zijn generatie. Met 69 gouden plakken laten de Zwitsers zien dat hun bergen niet alleen prachtig zijn voor toeristen, maar ook de ideale kraamkamer vormen voor olympische kampioenen.
8. Zweden – 73 Goud
De Zweden zijn de ultieme allrounders van de Winterspelen. Ze hebben niet één specifieke niche waarin ze alles winnen, maar doen in bijna elke discipline mee om de prijzen. Van de ijshockeybaan tot de schietbaan bij de biatlon; op de nuchtere kracht van de Zweden kun je rekenen.
In Milaan-Cortina 2026 bewees Zweden die veelzijdigheid opnieuw, met acht gouden medailles verspreid over uiteenlopende sporten. Hun wintersportmentaliteit zit diep in het DNA. In Zweden is de winter geen obstakel dat je moet overwinnen, maar een speeltuin waar ze al meer dan honderd jaar de vruchten van plukken.
7. Oostenrijk – 76 Goud
In Oostenrijk is skiën geen hobby, maar een religie. Het hele land lijkt in de winter op de latten te staan. Geen enkele natie heeft zoveel medailles gepakt bij het alpineskiën als de Oostenrijkers. Als een Oostenrijker niet op ski’s wordt geboren, dan scheelt het in elk geval niet veel.
Hoewel ze inmiddels 76 keer goud wonnen, is hun totale medailleaantal nog indrukwekkender. Het laat zien hoe vaak ze in de breedte dominant zijn. In Oostenrijk wordt elke olympische plak gevierd alsof het een nationale feestdag is; de skiërs zijn daar de grootste sterren van het land.
6. Sovjet-Unie – 78 Goud
Hoewel dit land al decennia niet meer bestaat, blijft de sportieve erfenis van de Sovjet-Unie gigantisch. In de periode dat ze deelnamen, waren ze een nagenoeg onstuitbare machine. Hun “Red Machine” bij het ijshockey was legendarisch en hun dominantie bij het kunstschaatsen bijna angstaanjagend.
Met 78 gouden medailles in een relatief korte periode staan ze nog steeds verrassend hoog in de statistieken. Veel van de huidige trainingsmethoden in Oost-Europa zijn nog steeds gebaseerd op de ijzeren discipline uit die tijd. De Sovjet-Unie was een grootmacht die de Winterspelen voorgoed veranderde.
5. Canada – 82 Goud
“The Great White North” doet zijn naam altijd eer aan tijdens de Spelen. Voor Canadezen is de winter hun domein. Hoewel ijshockey hun absolute paradepaardje is, zijn ze de laatste decennia ook uitgegroeid tot grootmachten in modernere sporten zoals snowboarden en freestyle skiën.
In Milaan-Cortina was het ijshockey opnieuw het decor van een klassieke krachtmeting – al was het dit keer de aartsrivaal uit het zuiden die met het goud vandoor ging. Canada is een land dat investeert in innovatie op het ijs en dat betaalt zich uit. Met 82 gouden medailles zijn ze een geduchte concurrent voor de traditionele Europese machten.
4. Rusland – 47 Goud
Rusland is een land dat simpelweg ademt voor de wintersport. Hoewel de vlag waaronder ze uitkomen de laatste jaren nogal eens veranderde – en ze in Milaan-Cortina 2026 door een schorsing opnieuw afwezig waren – valt de pure sportieve kwaliteit van hun geschiedenis niet te ontkennen. Vooral op het ijs zijn de Russen vaak een klasse apart. Denk aan het kunstschaatsen, waar ze decennialang de ene na de andere gracieuze kampioen hebben afgeleverd.
Met 47 gouden medailles als onafhankelijke natie staan ze in deze lijst. Sportprestaties zijn daar nauw verweven met nationale trots; of het nu in de biatlon is of bij het ijshockey, de Russische beer laat altijd zijn tanden zien als er eremetaal op het spel staat. Hoe lang de schorsing nog duurt, zal de tijd leren.
3. Duitsland – 120 Goud
Duitsland is de onbetwiste koning van de techniek. Nergens ter wereld worden bobsleeën en rodeltoestellen zo perfect afgesteld als daar. Die technische precisie vertaalt zich direct naar goud. Sinds de hereniging is Duitsland een constante factor in de top drie van elk medailleklassement.
In Milaan-Cortina bewees de “Sliding Machine” dat opnieuw: de Duitsers domineerden de glijbanen met negentien medailles in bob, rodelen en skeleton. Met 120 gouden medailles zijn ze de succesvolste natie van de Europese Unie. Als de Duitsers aan de start verschijnen, weet je één ding zeker: ze komen voor de winst.
2. Verenigde Staten – 126 Goud
De Amerikanen doen altijd mee om te winnen, ongeacht de sport. De Verenigde Staten zijn het enige land dat op elke editie van de Winterspelen minstens één gouden medaille heeft gepakt. Dat zegt alles over de enorme vijver aan talent en de professionaliteit van hun sportprogramma’s.
In Milaan-Cortina 2026 beleefde Team USA zijn meest succesvolle Winterspelen ooit: twaalf gouden medailles, met als kroon op het werk het ijshockeygoud na een zinderende overtimefinale tegen Canada. Van de klassieke schaatsers tot de rebelse snowboarders; de VS weten als geen ander hoe ze van sport een spektakel moeten maken. Met 126 gouden plakken staan ze stevig op de tweede plaats.
1. Noorwegen – 166 Goud
De absolute nummer één kan er maar één zijn. Noorwegen is een relatief klein land met een gigantische dadendrang. Skiën is voor een Noor net zo natuurlijk als ademhalen; ze domineren vooral het langlaufen en de biatlon op een manier die enigszins frustrerend is voor de rest van de wereld.

In Milaan-Cortina 2026 zette langlaufer Johannes Høsflot Klæbo alle records op hun kop: zes gouden medailles op één Spelen, waarmee hij de meest gedecoreerde mannelijke winterolympiër aller tijden werd met elf gouden plakken in zijn carrière.
Met maar liefst 166 gouden medailles en een totaal van bijna 450 plakken zijn de Noren de onbetwiste koningen van de winter. Hun geheim? Een sportcultuur waar plezier voorop staat en waar werkelijk de hele natie de latten onderbindt zodra de eerste vlokken vallen. Noorwegen en de Winterspelen zijn simpelweg onafscheidelijk.

1 reactie
hoevee;l da,m,n,lnljbn