Getallen zijn universeel, bijgeloof is dat niet. Wat in het ene land geluk brengt, is elders een voorbode van rampspoed. Sommige ongeluksnummers zijn gebaseerd op religie, andere op taalkundige toevalligheden, weer andere op historische gebeurtenissen die achteraf met een bepaald getal zijn verbonden. Dit zijn de tien nummers die mensen wereldwijd liever vermijden – op kentekenplaten, verdiepingen, hotelkamers en huwelijksdata.
1. Vier (4) – Oost-Azië
In China, Japan, Korea en grote delen van Zuidoost-Azië is vier het ongeluksnummer bij uitstek. De reden is puur fonetisch: in het Mandarijn klinkt “vier” (sì) bijna identiek aan “dood” (sǐ). In het Japans en Koreaans is de uitspraak zelfs volledig gelijk – beide woorden worden uitgesproken als “shi” of “sa”. Deze angst heeft een eigen naam: tetrafobie.
De praktische gevolgen zijn enorm. Liften in Chinese en Japanse gebouwen slaan de vierde verdieping vaak over; na de derde komt direct de vijfde, of de vierde wordt aangeduid als “3A” of “F”. Ziekenhuizen vermijden kamernummer 4, vooral op afdelingen voor ernstig zieken. In sommige Hongkongse flatgebouwen ontbreken alle verdiepingen met een vier erin – geen 4, geen 14, geen 24, geen 40-49 – waardoor een gebouw met “100 verdiepingen” in werkelijkheid slechts tachtig telt.
Telefoonnummers en kentekenplaten met viertallen zijn goedkoper of worden helemaal niet uitgegeven. In Beijing kun je geen kenteken krijgen met het cijfer vier.
2. Dertien (13) – Westerse wereld

Het meest universele ongeluksnummer van het Westen. Triskaidekafobie – angst voor dertien – is zo wijdverbreid dat 80 procent van de Amerikaanse wolkenkrabbers geen dertiende verdieping heeft. Luchtvaartmaatschappijen slaan rij 13 over.
De oorsprong is waarschijnlijk christelijk: bij het Laatste Avondmaal zaten dertien mensen aan tafel, waarvan Judas de verrader was.
Een andere theorie wijst op het “perfecte” twaalftallige stelsel (twaalf maanden, twaalf apostelen, twaalf dierenriemtekens), dertien verstoort die harmonie.
In 1907 verscheen de Amerikaanse roman Friday, the Thirteenth van Thomas Lawson, waarin een gewetenloze beurshandelaar misbruik maakt van het bijgeloof om een beurskrach te veroorzaken. Het boek hielp het concept van “vrijdag de dertiende” als specifiek ongeluksmoment te verspreiden.
3. Zeventien (17) – Italië
Terwijl de rest van Europa dertien vreest, huivert Italië voor zeventien. De verklaring ligt in de Romeinse cijfers: XVII kan worden herschikt tot VIXI, Latijn voor “ik heb geleefd” – oftewel “ik ben dood”. De associatie met grafschriften en het einde van het leven maakt zeventien tot een getal dat Italianen liever vermijden.
De Italiaanse luchtvaartmaatschappij Alitalia had geen rij 17 in haar vliegtuigen. En de Amerikaanse parodiefilm Shriek if You Know What I Did Last Friday the Thirteenth werd in Italië uitgebracht als Shriek – Hai impegni per venerdì 17?
Ironisch genoeg wordt dertien in Italië juist als geluksgetal beschouwd – de Italiaanse voetbaltoto Totocalcio viert “fare tredici” (dertien goed raden) als de ultieme jackpot.
4. Negen (9) – Japan
Japan heeft naast de angst voor vier nog een tweede ongeluksnummer: negen. Het Japanse woord voor negen, “ku”, klinkt identiek aan het woord voor lijden of marteling.
Ziekenhuizen in Japan vermijden zowel kamer 4 als kamer 9. Cadeaus worden niet in aantallen van vier of negen gegeven. Bij bruiloften en andere belangrijke gelegenheden worden tafels met deze nummers overgeslagen.
5. Zeshonderdzesenzestig (666) – Christelijke wereld

Het “getal van het beest” uit het bijbelboek Openbaring is synoniem geworden met de antichrist en het ultieme kwaad. Johannes schrijft: “Hier is de wijsheid: wie verstand heeft, berekene het getal van het beest, want het is een getal van een mens, en zijn getal is zeshonderdzesenzestig.” De angst voor dit getal heet hexakosioihexekontahexafobie.
6. Negenendertig (39) – Afghanistan
In Afghanistan is 39 zwaar beladen omdat het klinkt als “morda-gow” – letterlijk “dode koe”, maar in de praktijk een scheldwoord voor pooier. De associatie met prostitutie en eerverlies maakt het getal zo beladen dat het dagelijks leven ervan doordrongen is.
Auto’s met kentekenplaat 39 zijn vrijwel onverkoopbaar; eigenaren plakken het cijfer af of betalen boetes om een ander kenteken te krijgen.
7. Zevenentachtig (87) – Australisch cricket
Dit is een ongeluksnummer dat uitsluitend bestaat binnen één sport in één land. In Australisch cricket staat 87 bekend als “the devil’s number“.
De oorsprong gaat terug naar december 1929, toen de tienjarige Keith Miller toekeek hoe zijn held Don Bradman, de grootste cricketer aller tijden, onverwacht werd uitgegooid op 87 runs.
Miller was zo geschokt dat hij geobsedeerd raakte door het getal. Toen hij later zelf professioneel cricketer werd, vertelde hij het verhaal aan iedereen die het wilde horen. Het bijgeloof verspreidde zich door de Australische cricketwereld. De ironie: later onderzoek toonde aan dat Bradman die dag waarschijnlijk 89 runs had gescoord, niet 87.
Bovendien blijken statistisch gezien meer Australische batsmen te worden uitgegooid op 85 dan op 87. Maar het bijgeloof heeft een eigen leven gekregen – commentatoren en spelers worden nog steeds nerveus als een batsman op 87 staat, dertien runs verwijderd van de magische honderd.
8. Zesentwintig (26) – India
India kent een specifieke angst voor het getal 26, gebaseerd op een grimmige reeks toevalligheden. De verwoestende aardbeving in Gujarat vond plaats op 26 januari 2001. De tsunami die Zuid-Azië trof, sloeg toe op 26 december 2004. De terroristische aanslag op Mumbai – bekend als “26/11” – gebeurde op 26 november 2008.
In de Indiase numerologie wordt 26 als ongunstig beschouwd omdat het optelt tot 8 (2+6=8), het getal van Saturnus, de planeet die zowel succes als tegenslag brengt. De combinatie van 2 (de maan) en 6 (Venus) wordt als astrologisch conflicterend gezien.
9. Honderdelf (111) – Engels cricket
In de wereld van het Britse cricket wordt een score van 111 gevreesd als “The Nelson“. De naam verwijst naar de legendarische admiraal Horatio Nelson. Volgens de overlevering bezat Nelson aan het einde van zijn carrière nog maar één oog, één arm en één been – een visuele match met de cijfers 1-1-1. Hoewel historici bevestigen dat Nelson in werkelijkheid nog beide benen had, is de mythe van de “gehavende admiraal” onlosmakelijk met dit getal verbonden.

De angst voor 111 is niet alleen gebaseerd op de admiraal, maar ook op wat je op het veld ziet. De drie enen lijken namelijk op de drie stumps (paaltjes) van het wicket zonder de dwarslatjes eroverheen. Dit beeld suggereert dat de slagman “uit” is, wat zorgt voor nervositeit bij zowel spelers als fans.
Om het onheil af te wenden, ontstond er een bizar ritueel: de beroemde scheidsrechter David Shepherd begon op één been te hinken zodra de score op 111 stond. Vandaag de dag zie je nog steeds hele tribunes met fans die massaal op één been gaan staan om te voorkomen dat hun team op dit “gehavende” getal verliest.
10. Dinsdag de dertiende – Spaanstalige en Griekse wereld
Terwijl de Angelsaksische wereld vrijdag de dertiende vreest, is het in Spanje, Latijns-Amerika en Griekenland dinsdag de dertiende die als ongeluksdag geldt. De Spaanse naam voor dinsdag, “martes”, is afgeleid van Mars, de god van oorlog – een dag van conflict en chaos. Een Spaans spreekwoord luidt: “En martes, ni te cases ni te embarques” (op dinsdag niet trouwen en niet aan boord gaan).
In Griekenland wordt dinsdag de dertiende extra gevreesd vanwege de val van Constantinopel, die plaatsvond op dinsdag 29 mei 1453. Bovendien betekent “Triti” (dinsdag) letterlijk “de derde”, en slecht nieuws komt in drieën. De combinatie van dertien en dinsdag verdubbelt het onheil.
