Veel uitvinders worden schatrijk van hun geniale ingeving. Maar er zijn ook pioniers die bewust kiezen voor het algemeen belang. Zij weigerden patent aan te vragen op hun miljoenenidee, simpelweg omdat ze vonden dat hun uitvinding de wereld moest helpen in plaats van hun bankrekening. Dankzij deze onbaatzuchtige keuzes werden levensreddende medicijnen en revolutionaire technieken voor iedereen toegankelijk.
Hier zijn 10 uitvinders die weigerden patent aan te vragen op hun miljoenenidee.
1. Jonas Salk: kun je patent nemen op de zon?

Op 12 april 1955 werd bekendgemaakt dat het poliovaccin van Jonas Salk veilig en 90 procent effectief was. Interviewer Edward Murrow vroeg wie het patent bezat. Salks antwoord werd legendarisch: Nou, het volk, zou ik zeggen. Er is geen patent. Kun je patent nemen op de zon? Het vaccin zou naar schatting 7 miljard dollar waard zijn geweest als Salk het had gepatenteerd. Hij deed het niet.
2. Tim Berners-Lee: het web is voor iedereen
Op 30 april 1993 deed CERN iets ongehoords voor een onderzoeksinstelling die op een waardevolle uitvinding zat: ze gaven het weg. CERN verklaarde dat ze alle intellectuele eigendomsrechten op de broncode van het World Wide Web opgaven. Iedereen mocht het gebruiken, dupliceren, modificeren en distribueren. Tim Berners-Lee, de uitvinder, had hierop aangedrongen.
Berners-Lee had HTML, HTTP en URL’s uitgevonden, de drie fundamentele technologieën die het web vandaag de dag nog steeds draaiende houden. Had hij zelfs maar een bescheiden royalty per server gevraagd, dan was hij waarschijnlijk een van de rijkste mensen ter wereld geworden. Hij koos voor universele adoptie boven persoonlijke rijkdom. This is for everyone, typte hij tijdens de openingsceremonie van de Olympische Spelen van 2012 in Londen, terwijl een miljard mensen keken.
Drie woorden die zijn hele filosofie samenvatten. Berners-Lee werd in 2004 geridderd en ontving in 2016 de Turing Award, maar hij is nooit miljardair geworden.
3. Nils Bohlin en Volvo: de veiligheidsgordel die een miljoen levens redde

In 1959 perfectioneerde Volvo-ingenieur Nils Bohlin de moderne driepuntsveiligheidsgordel. Bohlin had eerder de schietstoel voor gevechtsvliegtuigen ontworpen bij Saab en paste dezelfde principes toe op auto-inzittenden. De V-vormige gordel verdeel crashkrachten over de borst, het bekken en de schouders, veel beter dan de oude tweepuntsgordel die vaak ernstige interne verwondingen veroorzaakte.
Volvo nam patent op de uitvinding, maar deed vervolgens iets ongebruikelijks: ze lieten het patent open. Elke autofabrikant ter wereld mocht de technologie gratis gebruiken. De beslissing was puur uit veiligheidsoverwegingen genomen. Volvo vond dat iedereen, ongeacht of ze een Volvo reden, veiliger moest zijn in het verkeer.
Het Duitse patentbureau beschouwt Bohlins driepuntsgordel als een van de acht patenten met de grootste betekenis voor de mensheid sinds 1885. De gordel heeft naar schatting meer dan een miljoen levens gered.
4. Frederick Banting, Charles Best en James Collip: insuline voor een dollar

Op 23 januari 1923 kregen Frederick Banting, Charles Best en James Collip het Amerikaanse patent op insuline toegewezen. Ze verkochten het patent aan de Universiteit van Toronto voor elk één dollar. Banting zou gezegd hebben: Insuline behoort niet aan mij toe, het behoort aan de wereld.
Vóór insuline was type 1-diabetes een doodvonnis. Kinderen stierven binnen weken of maanden na diagnose. De ontdekkers vonden het moreel onverdedigbaar om toegang tot een levensreddend medicijn te beperken via patenten. De Universiteit van Toronto licenseerde het patent vervolgens aan meerdere fabrikanten om de voorraad hoog en de prijzen laag te houden. Binnen een paar jaar was insuline wereldwijd beschikbaar.
5. Nikola Tesla: de man die zijn fortuin verscheurde

In 1888 verkocht Nikola Tesla zijn patenten voor wisselstroommotoren en -generatoren aan George Westinghouse voor 60.000 dollar in contanten, 150 aandelen Westinghouse en een royalty van 2,50 dollar per pk wisselstroomcapaciteit. Die royalty zou Tesla tot miljardair hebben gemaakt. In 1891 stortte de financiële situatie van Westinghouse Electric in na de ineenstorting van Barings Bank in Londen.
Westinghouse legde Tesla uit dat hij de eisen van zijn kredietverstrekkers moest inwilligen of de controle over zijn bedrijf zou verliezen. Tesla zou dan met bankiers moeten onderhandelen om zijn royalty’s te innen. Tot Westinghouses verbazing scheurde Tesla het originele contract ter plekke aan stukken. Hij was dankbaar dat Westinghouse in hem had geloofd toen niemand anders dat deed. Tesla ontving een eenmalige betaling van 216.000 dollar voor het recht om zijn patenten voor altijd te gebruiken. Hij stierf in 1943 berooid en alleen in een hotelkamer in New York.
6. Alexander Fleming: penicilline als geschenk aan de mensheid

Alexander Fleming ontdekte penicilline in 1928 toen een schimmel per ongeluk een petrischaal met bacteriën besmette. Hij patenteerde de ontdekking niet. Fleming benadrukte herhaaldelijk dat hij geen uitvinder van penicilline was, omdat penicilline een natuurlijk fenomeen was dat hij per ongeluk ontdekte, geen uitvinding. Hij vond het ook diep onethisch om toegang tot een levensreddend medicijn te beperken.
Howard Florey en Ernst Boris Chain, die penicilline later zuiverden voor klinisch gebruik, deelden dezelfde mening. De Britse Medical Research Council ontmoedigde hen actief om patent aan te vragen. Het resultaat was een grote ironie: Amerikaanse laboratoria patenteerden de productieprocessen, en 25 jaar lang moesten Britse wetenschappers en medisch personeel royalty’s betalen voor een medicijn dat in hun eigen land was ontdekt en ontwikkeld.
Fleming ontving in 1945 de Nobelprijs. Hij had miljonair kunnen worden, maar koos ervoor penicilline aan de wereld te geven.
7. Linus Torvalds: Linux voor de arme student

In 1991 was Linus Torvalds een arme Finse student die geïrriteerd was dat hij 169 dollar moest betalen voor Minix, een Unix-achtig besturingssysteem. Hij besloot zijn eigen kernel te schrijven en deze gratis beschikbaar te stellen. De oorspronkelijke Linux-licentie die Torvalds zelf schreef bevatte twee belangrijke bepalingen: de volledige broncode moest beschikbaar zijn, en er mocht geen geld mee gemoeid zijn.
Enkele maanden later benaderden mensen hem met het verzoek om kopieën van Linux te verspreiden op bijeenkomsten van Unix-gebruikersgroepen, waarbij ze ten minste hun kosten wilden terugverdienen. Torvalds realiseerde zich dat als je eenmaal kopieerkosten in rekening brengt, er geen duidelijke grens meer is. Hij schakelde over naar de GPL-licentie, die commercieel gebruik toestaat zolang de broncode beschikbaar blijft. Linux draait vandaag de dag op miljoenen servers, de meeste smartphones via Android, en vrijwel elke supercomputer ter wereld. Torvalds werd nooit miljardair van zijn uitvinding.
8. Thomas Boutell en de PNG-opstand
In december 1994 kondigden CompuServe en Unisys aan dat ontwikkelaars licentievergoedingen moesten betalen voor het GIF-formaat. Unisys bezat een patent op het LZW-compressiealgoritme dat GIF gebruikte. De internetgemeenschap was woedend. GIF was al jaren de standaard voor afbeeldingen op het vroege web, en nu eiste een bedrijf plotseling geld voor iets dat iedereen als vrij had beschouwd.
Op 4 januari 1995 startte softwareontwikkelaar Thomas Boutell een publieke discussie op Usenet onder de titel Thoughts on a GIF-replacement file format. Binnen een jaar hadden Boutell en een groep vrijwillige ontwikkelaars het PNG-formaat gecreëerd. PNG stond voor Portable Network Graphics, maar de oorspronkelijke naam was PING: Ping Is Not GIF. Het formaat ondersteunde duizenden kleuren, betere transparantie, en was volledig open-source en patentvrij. De makers van PNG weigerden bewust om hun creatie te patenteren. PNG is vandaag de dag een van de meest gebruikte afbeeldingsformaten ter wereld.
9. Harvey Fletcher: de vader van stereofoon geluid
Natuurkundige Harvey Fletcher leidde bj Bell Laboratories het onderzoek dat resulteerde in de eerste succesvolle stereo-opnames, de eerste live stereotransmissie en de eerste vinylplaat. In 1933 demonstreerde hij stereofoon geluid door een live optreden van het Philadelphia Orchestra in Philadelphia te verzenden naar Constitution Hall in Washington D.C., verdeeld over drie kanalen voor maximaal realisme.
Fletcher hield meer dan 40 patenten op akoestische apparaten, maar de technologie voor stereogeluid werd uiteindelijk vrijgegeven als een vrije standaard voor de hele industrie. In 1958 publiceerde het Journal of the Audio Engineering Society de volledige tekst van het Britse stereofoonpatent, waardoor het 45/45-systeem een wereldwijde vrije standaard werd die elke platenmaatschappij kon gebruiken.
Fletcher ontving in 2016 postuum een technische Grammy Award voor zijn onderzoek naar stereofoon geluid. Zijn werk maakte mogelijk wat wij vandaag als vanzelfsprekend beschouwen: muziek die uit twee speakers komt en een ruimtelijk beeld creëert.
10. Richard Stallman en de Free Software Foundation
In 1983 kondigde Richard Stallman het GNU-project aan, een poging om een volledig vrij Unix-achtig besturingssysteem te creëren. In 1985 richtte hij de Free Software Foundation op. Stallman schreef de GNU General Public License, die software-ontwikkelaars in staat stelt hun werk gratis te delen onder de voorwaarde dat afgeleide werken ook vrij blijven. Het was een juridische hack die patenten en auteursrecht tegen zichzelf keerde.
Stallman kon een fortuin hebben verdiend met zijn softwarewerk. In plaats daarvan leefde hij jarenlang op een matras in zijn kantoor bij MIT. Zijn filosofie was radicaal: software moet vrij zijn, niet in de zin van gratis, maar in de zin van vrijheid. Gebruikers moeten het recht hebben om software te bestuderen, te wijzigen en te delen. GNU-software, gecombineerd met de Linux-kernel van Torvalds, vormt de basis van miljoenen servers, smartphones en embedded systemen. Stallman werd nooit rijk, maar zijn ideeën veranderden de wereld.