Klassieke componisten worden in geschiedenisboeken vaak afgeschilderd als statige, gerespecteerde genieën. Achter de schermen leefden deze muzikale grootheden echter levens vol schandalen, bizarre obsessies en destructief gedrag waar de gemiddelde rockster nog wat van kan leren.
1. Franz Liszt en de uitvinding van Lisztomania
Lang voordat tienermeisjes gilden bij Elvis of flauwvielen bij The Beatles, was er Franz Liszt. De Hongaarse pianist toerde in de jaren 1840 door Europa. Hij veroorzaakte een fenomeen dat zo ongekend was dat dichter Heinrich Heine er de term Lisztomania voor bedacht. Vrouwen vielen flauw in de gangpaden, scheurden de kleren van zijn lijf en verzamelden zijn afgedankte handschoenen en gebroken pianosnaren als relikwieën.
Er verschenen meerdere essays waarin getracht werd te verklaren wat er aan de hand was. Sommigen vroegen zich hardop af of het een besmettelijke ziekte in de concertzalen was. Liszt speelde het spel slim mee. Hij gooide zijn handschoenen theatraal op de grond en speelde volledig uit zijn hoofd, wat destijds revolutionair was. Hij was een van de vroege idolen in de moderne zin van het woord.
Zijn liefdesleven was al even spraakmakend. Liszt had talloze affaires, waaronder langdurige relaties met getrouwde adellijke vrouwen. Hij leefde openlijk samen met minnaressen wier echtgenoten nog leefden, wat in de negentiende eeuw voor flink wat schandalen zorgde.
2. Wolfgang Amadeus Mozart en zijn obsessie met poep
Het geniale wonderkind dat op zijn vijfde al concerten gaf, had een opmerkelijke eigenschap: hij was gefascineerd door uitwerpselen. Mozarts brieven aan familie en vrienden staan vol met scatologische humor. In een brief aan zijn nichtje schreef hij rijmpjes over billen en poepen die de gemiddelde lezer rode wangen bezorgen.
De hele familie Mozart deed eraan mee, inclusief zijn moeder. Wetenschappers probeerden dit gedrag later te verklaren met psychiatrische diagnoses zoals het syndroom van Tourette, maar veel moderne onderzoekers kijken daar sceptisch naar. De meest waarschijnlijke verklaring is dat dit soort platte humor in de achttiende eeuw in die regio simpelweg gangbaarder was.
Hij componeerde zelfs muzikale stukken vmet titels als : K. 231 / K. “Leck mich im Arsch” – Canon in B flat for 6 Voices, 382 en KV 559 – “Difficile lectu mihi Mars” – Canon in F major.
3. Ludwig van Beethoven en zijn legendarische driftbuien

Beethovens woede-uitbarstingen waren zo berucht dat ze in heel Wenen werden besproken. Hij gooide regelmatig voorwerpen naar zijn bedienden, smeet maaltijden naar obers die hem niet snel genoeg hielpen en veegde kaarsen van de piano als een uitvoering hem mishaagde. Vrienden, leerlingen en huisbazen; niemand was veilig voor zijn explosieve temperament.
Tijdgenoten schreven in brieven dat Beethoven onuitstaanbaar was geworden en sommigen vroegen zich af of hij zijn verstand verloor. De componist wisselde voortdurend van woning omdat verhuurders hem liever zagen gaan dan komen. Zijn werkomgeving leek vaak op een slagveld, met bergen papier verspreid over elk oppervlak.
Zijn groeiende doofheid maakte de situatie erger. Gefrustreerd door zijn onvermogen om goed te communiceren, trok hij zich terug in zijn eigen wereld en verwaarloosde hij zijn persoonlijke hygiëne. De spanning en woede die doorklinken in zijn muziek, waren dan ook geen gemaakte artistieke pose.
4. Niccolò Paganini en het pact met de duivel
De Italiaanse violist Paganini was zo fenomenaal dat toeschouwers geloofden dat hij zijn ziel aan de duivel had verkocht. Bij een concert in Wenen beweerde iemand zelfs de duivel naast hem te hebben gezien. Er ontstonden absurde volksverhalen dat hij vrouwen had vermoord en hun darmen als vioolsnaren gebruikte, en dat je hun zielen kon horen klinken tijdens zijn spel.
Paganini deed weinig om deze geruchten te ontkrachten. Met zijn uitgemergelde gezicht, bleke huid en lange zwarte haren cultiveerde hij zijn mysterieuze uitstraling. Achter de façade ging echter een destructief leven schuil. Hij was een fervent gokker die ooit zijn viool moest verpanden om schulden af te betalen, en hij kampte met een wankele gezondheid.
5. Richard Wagner en zijn megalomanie
Wagner was het archetype van het egomaan genie. De componist zag zichzelf als een profeet wiens kunst de mensheid zou verlossen, en hij verwachtte absolute onderwerping van zijn omgeving. Zijn volgelingen noemden hem meester en behandelden hem als een godheid. Filosoof Friedrich Nietzsche, aanvankelijk een bewonderaar, zou later in zijn geschriften hard met hem afrekenen.
Wagners persoonlijke leven was een aaneenschakeling van schandalen. Hij begon een relatie met Cosima, de vrouw van zijn dirigent Hans von Bülow, terwijl die dirigent nog steeds Wagners muziek uitvoerde. Cosima schonk Wagner drie kinderen voordat ze officieel scheidde van haar echtgenoot.
6. Carlo Gesualdo en de dubbele moord

In 1590 betrapte de renaissancecomponist Carlo Gesualdo zijn vrouw Maria d’Avalos in bed met haar minnaar. Wat volgde was een brute afrekening. Gesualdo en enkele handlangers brachten het overspelige stel op uiterst gewelddadige wijze om het leven.
Opmerkelijk genoeg werd hij nooit vervolgd. Dergelijke eerwraak was destijds onder de adellijke wetten in die regio min of meer geaccepteerd, en zijn invloedrijke familieconnecties hielpen ook. Hij hertrouwde later, maar zijn tweede vrouw beschuldigde hem al snel van mishandeling. Gesualdo verviel in zware depressies en zocht volgens historische bronnen verlichting in extreme sadomasochistische praktijken.
Zijn muziek weerspiegelt die innerlijke duisternis. Zijn madrigalen zitten vol onverwachte harmonieën en dissonanten die destijds hun tijd ver vooruit waren. Liefde en dood zijn de centrale thema’s, gecomponeerd door een man die beide uiterst gewelddadig had ervaren.
7. Hector Berlioz en zijn obsessie met een actrice

In 1827 zag de jonge Berlioz de Ierse actrice Harriet Smithson optreden in Parijs. Hij was op slag geobsedeerd. Hij bombardeerde haar met Franse liefdesbrieven, een taal die zij niet sprak, en huurde een appartement tegenover haar woning om haar te kunnen observeren.
Smithson negeerde hem aanvankelijk volkomen. Berlioz verwerkte zijn obsessie in de Symphonie Fantastique, een muzikaal verhaal over een kunstenaar die een overdosis opium neemt vanwege onbeantwoorde liefde. Het muzikale thema van de geliefde keert in het stuk steeds terug, om in de finale te veranderen in een angstaanjagende heksenmelodie.

Het verhaal kreeg een opmerkelijke wending. Toen Smithson de symfonie jaren later hoorde en besefte dat het over haar ging, stemde ze in met een ontmoeting. Berlioz schreef in zijn memoires dat hij destijds zelfs een dramatische zelfmoordpoging voor haar ogen veinsde om haar te overtuigen. Ze trouwden in 1833, maar de obsessie bekoelde snel en het huwelijk strandde.
8. Franz Schubert en het bohemienleven

Schubert leefde het klassieke bohemienleven: vaak blut, creatief en omringd door een hechte vriendengroep. Hij had geen vaste baan of koninklijke aanstelling en publiceerde relatief weinig tijdens zijn leven. Toch componeerde hij in zijn korte bestaan meer dan duizend werken. Hij overleefde grotendeels dankzij de vrijgevigheid van vrienden die zijn maaltijden en onderdak betaalden.
Zijn vrienden organiseerden de zogenaamde Schubertiades; huiskamerbijeenkomsten waar zijn muziek centraal stond. Schubert zocht daarnaast regelmatig het nachtleven op. Rond 1822 liep hij syfilis op, een ziekte die zijn gezondheid de rest van zijn leven ernstig zou aantasten.
In zijn brieven schreef hij openlijk over zijn fysieke en mentale lijden. De zware kwikbehandelingen die artsen destijds voorschreven, maakten de situatie waarschijnlijk alleen maar erger. Schubert stierf in 1828 op eenendertigjarige leeftijd. Hoewel tyfus de officiële doodsoorzaak was, was zijn lichaam toen al volledig gesloopt.
9. George Frideric Handel en het zwaardgevecht

In 1704 vocht de negentienjarige Handel een duel met medecomponist Johann Mattheson. De aanleiding was een banale ruzie over wie er achter het klavecimbel mocht zitten tijdens een operavoorstelling. Mattheson zong die avond een rol en verwachtte daarna de leiding weer over te nemen, maar Handel weigerde plaats te maken.
Het conflict verplaatste zich van het podium naar de straat, gadegeslagen door een joelend publiek. Zwaarden werden getrokken. Mattheson deed een uitval naar Handels borst, maar volgens de overlevering raakte het zwaard een grote metalen knoop op Handels jas en brak. De schrik bracht beide mannen direct tot bezinning; ze verzoenden zich snel en bleven de rest van hun leven bevriend.
Handel groeide uit tot een van de grootste componisten van de barok. Zijn temperament bleef echter vurig. Hij stond bekend om zijn plotselinge woede-uitbarstingen, maar was tegelijkertijd intens loyaal aan de mensen die hem steunden.
10. Pjotr Iljitsj Tsjaikovski en het rampzalige huwelijk
Tsjaikovski’s persoonlijke leven werd getekend door geheimhouding. Hij was homoseksueel in een tijd waarin dat in Rusland strafbaar was. Om geruchten te bezweren, besloot hij in 1877 te trouwen met Antonina Miljukova, een voormalig muziekstudente die hem obsessief brieven stuurde.
Het huwelijk liep uit op een compleet fiasco. Tsjaikovski kreeg al snel een zenuwinzinking door de situatie en vluchtte na enkele weken naar het buitenland. Populaire biografieën melden dat hij destijds probeerde zelfmoord te plegen door in een ijskoude rivier te stappen, al is dat historisch niet onomstotelijk bewezen. Hij zag zijn vrouw nooit meer terug, maar betaalde haar de rest van zijn leven alimentatie om de schijn op te houden.
Ondertussen onderhield hij een veertien jaar durende correspondentie met de rijke weduwe Nadezjda von Meck. Zij ondersteunde hem financieel, maar stelde als harde voorwaarde dat ze elkaar nooit persoonlijk zouden ontmoeten. Aan die afspraak hielden ze zich strikt, zelfs wanneer hun wegen elkaar in het openbaar kruisten.
