Sommige dieren sterven niet aan ouderdom. Ze kunnen worden opgegeten, ziek worden of verhongeren, maar hun cellen houden niet op met functioneren omdat ze “te oud” zijn. Wetenschappers noemen dit biologische onsterfelijkheid: het lichaam veroudert niet op de manier waarop dat bij mensen gebeurt. Dit zijn tien dieren die theoretisch eeuwig zouden kunnen leven.
1. De onsterfelijke kwal (Turritopsis dohrnii)

Deze 5 millimeter kleine kwal kan zijn levenscyclus letterlijk omkeren. Wanneer hij gewond of gestrest raakt, transformeert hij terug naar zijn jeugdige poliepstadium en begint opnieuw. Het is alsof een vlinder zou kunnen terug veranderen in een rups, en dan weer in een vlinder. Dit proces heet transdifferentiatie: volwassen cellen worden opnieuw “geprogrammeerd” tot jonge cellen. Theoretisch kan deze cyclus zich eindeloos herhalen.
De kwal komt oorspronkelijk uit de Caribische Zee maar heeft zich over alle oceanen verspreid. Het is het enige bekende dier dat zijn ontwikkeling volledig kan terugdraaien.
2. Hydra
Dit lijkt een zoetwaterdiertje van hooguit een centimeter lang lijkt simpel. Maar er is iets bijzonders aan de hand, hydra’s vertonen geen tekenen van veroudering.
Wetenschappers hebben hydra’s vier jaar lang gevolgd (langer dan hun verwachte levensduur zou zijn als ze verouderden) en vonden geen toename in sterftekans, geen afname in vruchtbaarheid, geen achteruitgang in celfunctie.
Het geheim zit in hun stamcellen. Hydra’s hebben drie soorten stamcellen die constant alle cellen van hun lichaam vervangen. Elke twintig dagen is een hydra volledig vernieuwd. Veroudering krijgt geen kans te krijgen.
3. Kreeften

Kreeften produceren het enzym telomerase in al hun organen. Dit enzym beschermt de uiteinden van chromosomen (telomeren) tegen verkorting, een proces dat bij mensen geassocieerd wordt met veroudering.
Het resultaat: kreeften worden niet zwakker of minder vruchtbaar naarmate ze ouder worden. Een kreeft van 100 jaar kan even vitaal zijn als een van 10 jaar. De grootste kreeften ooit gevangen wogen meer dan 20 kilo en waren vermoedelijk meer dan een eeuw oud.
Maar kreeften zijn niet écht onsterfelijk. Hun exoskelet groeit niet mee, dus ze moeten regelmatig vervellen. Naarmate ze groter worden, kost dat vervellen meer energie. Uiteindelijk sterven de grootste kreeften aan uitputting of infecties tijdens het vervellen.
4. Platworm (Planaria)

Snijd een platworm doormidden en je krijgt twee complete wormen. Snijd hem in tien stukjes en je krijgt tien wormen. Deze regeneratiecapaciteit is zo extreem dat wetenschappers ze “onsterfelijk” noemen.
Platwormen bevatten een grote hoeveelheid stamcellen (neoblast) die elk weefseltype kunnen vormen. Bij beschadiging of veroudering worden oude cellen simpelweg vervangen door nieuwe. Er is geen limiet ontdekt aan dit proces.
Een studie aan de Universiteit van Nottingham concludeerde dat platwormen “de dood oneindig kunnen uitstellen” zolang ze toegang hebben tot voedsel en niet worden opgegeten.
5. Schildpadden

Schildpadden vertonen “verwaarloosbare veroudering”: hun organen lijken niet achteruit te gaan met de tijd. Een schildpad van 100 jaar heeft even functionele organen als een van 20 jaar.
De oudste bekende schildpad, Jonathan op Sint-Helena, is meer dan 190 jaar oud en nog steeds gezond. Wetenschappers vermoeden dat schildpadden theoretisch oneindig kunnen leven als ze ziektes en roofdieren vermijden.
Hun geheim is vermoedelijk een combinatie van langzame stofwisseling, efficiënte DNA-reparatiemechanismen en beschermende schilden die hen veilig houden.
6. Noordkromp (Arctica islandica)

Het oudste individuele dier ooit gedocumenteerd is een Noordkromp genaamd “Ming“, die 507 jaar oud was toen wetenschappers hem per ongeluk doodden door hem te openen om zijn leeftijd te bepalen.
Ook de Noordkromp vertoont tekenen van verwaarloosbare veroudering. Ze groeien langzaam, leven in koud water, en hun cellen lijken niet te verslechteren met de tijd.
Of ze werkelijk onsterfelijk zijn, is onduidelijk: we hebben nog nooit een Noordkromp zien sterven van ouderdom.
7. Groenlandse haai

Deze haaien leven in arctische wateren en kunnen meer dan 400 jaar oud worden. Het oudste exemplaar ooit onderzocht was naar schatting 392 jaar oud (met een foutmarge van 120 jaar).
Groenlandse haaien groeien extreem langzaam (minder dan een centimeter per jaar) en worden pas geslachtsrijp rond hun 150e levensjaar. Hun langzame metabolisme in ijskoud water lijkt de sleutel tot hun levensduur.
Of ze biologisch onsterfelijk zijn, is onduidelijk. Ze leven zo lang dat niemand er ooit een heeft zien sterven van ouderdom.
8. Naakte molrat

Dit lelijke dier uit Oost-Afrika is het enige zoogdier dat tekenen van biologische onsterfelijkheid vertoont. Naakte molratten worden als ze ouder worden niet vaker ziek en sterven ook niet vaker.
Ze krijgen vrijwel nooit kanker, blijven vruchtbaar tot hoge leeftijd, en hun hartfunctie verslechtert niet. Wetenschappers bestuderen hen intensief in de hoop hun geheimen toe te passen op menselijke veroudering.
9. Hofstenia miamia
Net als platwormen kam de Hofstenia miamia zichzelf volledig regenereren uit kleine fragmenten. Deze wormden zijn complexer en beter te bestuderen, daarom zijn ze een favoriet van verouderingsonderzoekers.
Deze wormen bevatten stamcellen die geactiveerd worden bij verwonding en die elk weefsel kunnen herbouwen, inclusief het zenuwstelsel. De vraag is of hun regeneratie ook veroudering kan terugdraaien: voorlopig wijst alles op ja.
10. Rode zee-egel

Rode zee-egels in de wateren voor de Pacifische kust van Noord-Amerika kunnen meer dan 200 jaar oud worden. Net als kreeften produceren ze telomerase en vertonen ze geen afname in vruchtbaarheid of lichaamsfunctie met de leeftijd.
Een zee-egel van 100 jaar produceert evenveel nakomelingen als een van 10 jaar. Dat suggereert dat veroudering bij deze dieren simpelweg niet optreedt.
Wat “biologisch onsterfelijk” wel en niet betekent
Biologische onsterfelijkheid betekent niet dat deze dieren niet kunnen sterven. Ze worden nog steeds opgegeten, krijgen ziektes, verhongeren of worden per ongeluk gedood door wetenschappers die hun leeftijd willen meten.
Wat het betekent: hun lichaam stopt niet met functioneren puur omdat het “te oud” is. Er is geen ingebouwde houdbaarheidsdatum. Als alle externe bedreigingen zouden verdwijnen, zouden deze dieren theoretisch eeuwig kunnen leven.
Dat is fundamenteel anders dan bij mensen, waar veroudering onvermijdelijk is. Wetenschappers bestuderen deze dieren intensief in de hoop ooit te begrijpen hoe zij veroudering hebben “opgelost”, en of die kennis toepasbaar is op ons.