Records zijn er om gebroken te worden, maar de geschiedenis van het WK voetbal kent een paar cijfers die zo bizar zijn dat ze waarschijnlijk tot in de eeuwigheid blijven staan. Sommige dateren uit de tijd van de veterbal, andere zijn het resultaat van pure chaos of een scheidsrechter die de tel kwijtraakte.
10. Meeste toeschouwers (173.830)
Bij de wedstrijd Brazilië tegen Uruguay op het WK van 1950 zaten in het Maracanã-stadion officieel 173.830 mensen, de officieuze schattingen gaan zelfs richting de 200.000.
Voor het WK 2026 is de capaciteit van de stadions in de VS en Mexico indrukwekkend, maar geen enkele arena komt zelfs maar in de buurt van deze getallen. De veiligheidseisen van tegenwoordig maken het onmogelijk om dit record ooit nog te breken.
9. Langste schorsing (Roberto Rojas)
De Chileense doelman Roberto Rojas deed tijdens een kwalificatieduel alsof hij door vuurwerk was geraakt. Hevig bloedend werd hij van het veld gedragen, maar de camerabeelden waren onverbiddelijk. Rojas had zichzelf gesneden met een scheermesje dat hij in zijn handschoen had verstopt. De FIFA schorste hem levenslang, al werd dat later teruggebracht naar twaalf jaar.
8. Jongste coach (Juan José Tramutola)
Tegenwoordig zie je steeds jongere trainers, maar Juan José Tramutola spant de kroon. In 1930 leidde hij Argentinië op het allereerste WK terwijl hij slechts 27 jaar en 267 dagen oud was. Dat is jonger dan de gemiddelde aanvoerder van nu.
7. Snelste doelpunt (Hakan Sükür)
Hakan Sükür had in 2002 maar 10,8 seconden nodig om de Zuid-Koreaanse defensie te slopen. Voor de fans in het stadion was de wedstrijd eigenlijk al voorbij voordat ze goed en wel zaten. De Turkse spits vestigde hiermee een record dat al ruim twintig jaar staat.
6. Winnen bij het debuut
Uruguay (1930) en Italië (1934) flikten het onmogelijke door tijdens hun eerste deelname direct wereldkampioen te worden. Het moet gezegd: beide landen speelden hun toernooi in eigen land. Sinds die pioniersjaren is het niveauverschil tussen de gevestigde orde en de debutanten zo groot geworden dat we dit waarschijnlijk nooit meer gaan zien.
5. Grootste uitslag (31-0)
Australië slachtte in de kwalificatie voor het WK 2002 de dwergstaat Amerikaans-Samoa af met maar liefst 31-0. Aanvaller Archie Thompson schoot er dertien in, wat ook een individueel record is. Sinds deze wanvertoning zijn de kwalificatiestructuren aangepast om dit soort afslachtingen te voorkomen.
Op een eindtoernooi blijft de 10-1 van Hongarije tegen El Salvador (1982) de grootste uitslag, een record dat door de professionalisering ook niet snel zal sneuvelen.
4. Snelste rode kaart (José Batista)
José Batista kreeg op het WK van 1986 na slechts 56 seconden een rode kaart na een brute tackle op Gordon Strachan. Tegenwoordig, met de VAR die over de schouder van de scheidsrechter meekijkt, is de kans op een vroege kaart altijd aanwezig, maar binnen de minuut blijft een zeldzame prestatie.
3. Jongste scheidsrechter (Juan Gardeazabal)
De Spanjaard Juan Gardeazabal was pas 24 jaar oud toen hij in 1958 Frankrijk tegen Paraguay floot. In de moderne voetballerij is het ondenkbaar dat een 24-jarige de leiding krijgt op een WK. De jongste arbiters van tegenwoordig zijn meestal begin dertig, wat het record van Gardeazabal bijna onaantastbaar maakt.
2. Minste wedstrijden (Nederlands-Indië)
Nederlands-Indië (Indonesië) schreef in 1938 geschiedenis door zonder ook maar één kwalificatiewedstrijd te spelen op het WK te verschijnen, omdat Japan zich terugtrok. In Frankrijk speelden ze één potje spelen tegen Hongarije, verloren met 6-0 en konden weer naar huis.
1. Drie gele kaarten (Josip Simunic)
Josip Simunic kreeg in 2006 drie keer geel in één wedstrijd voordat hij van het veld werd gestuurd. Scheidsrechter Graham Poll was de kluts volledig kwijt en vergat Simunic na zijn tweede kaart de rode kaart te tonen. Pas na een derde overtreding realiseerde de arbiter zijn fout. Met de komst van de VAR en digitale controles is dit een record dat nooit meer verbroken zal worden. Een uniek monument voor menselijk falen op het hoogste niveau.

2 reacties
Zo weet ik er nog wel een: Met de meeste landen als speler het WK winnen. Dit record staat op naam van Luís Monti. In 1930 werd hij wereldkampioen met Uruguay. Hij kreeg in 1932 een Italiaans paspoort en won in 1934 met Italië het WK.
Grootste uitslag ooit op een WK was in 1954: Oostenrijk – Zwitserland 7 – 5.