De financiële markten zijn een slachtveld waar de meeste speculanten roemloos ten onder gaan. Toch wist een selecte groep vermogensbeheerders de markt decennialang consequent te verslaan. Hun benaderingen verschillen enorm, van wiskundige modellen tot simpel boerenverstand.
Miljardenclaims en legendarische rendementen sieren hun carrières. Dit zijn de tien meest succesvolle beleggers aller tijden die lieten zien hoe je echt kapitaal opbouwt.
1. Warren Buffett

Het ‘Orakel van Omaha’ mag natuurlijk niet ontbreken. Zijn filosofie leunt volledig op waardebeleggen (value investing): koop goede bedrijven tegen een redelijke prijs en houd ze het liefst voor altijd vast. Met zijn holding Berkshire Hathaway bouwde hij een astronomisch vermogen op door simpelweg te kijken naar sterke concurrentievoordelen en solide balansen.
2. Peter Lynch

Tussen 1977 en 1990 behaalde Lynch met het Magellan Fund van Fidelity een gemiddeld jaarlijks rendement van maar liefst 29 procent. Zijn gouden regel was bedrieglijk eenvoudig: beleg in wat je kent. Hij spoorde particulieren aan om goed om zich heen te kijken in de supermarkt of de winkelstraat, omdat consumentengedrag de beste voorspeller van bedrijfssucces is.
3. Jim Simons
Jim Simons is wiskundige, en bekeek met deze blik de beurs. Met zijn Renaissance Technologies en het beruchte Medallion Fund introduceerde hij kwantitatief handelen op basis van algoritmes en data. Emotie werd uitgeschakeld. Het leverde hem het meest constante en hoogste rendement uit de geschiedenis op, waarmee hij traditionele stockpickers ver achter zich liet.
4. George Soros

Soros, de man die de Bank of England op de knieën dwong. In 1992 speculeerde hij hard tegen de Britse pond en verdiende daarmee in één klap een miljard dollar. Zijn kracht ligt in de macro-economie. Hij herkent vlijmscherp wanneer marktpercepties en de realiteit uit elkaar lopen, om daar vervolgens met een enorme hefboom op in te zetten.
5. Benjamin Graham

Zonder Graham was er waarschijnlijk geen Warren Buffett geweest. Als auteur van ‘The Intelligent Investor‘ legde hij de basis voor de moderne fundamentele analyse. Graham zocht altijd naar een veiligheidsmarge (margin of safety) door aandelen te kopen die ver onder de intrinsieke waarde van het bedrijf noteerden. Een nuchtere, bijna saaie methode die nog altijd werkt.
6. Ray Dalio
De oprichter van Bridgewater Associates, een van de grootste hedgefondsen ter wereld, benadert de markten als een reusachtige machine.
Dalio ontwikkelde de ‘All Weather’-strategie, een portfolio dat ontworpen is om te presteren onder alle economische omstandigheden (of er nu sprake is van inflatie of deflatie). Zijn focus ligt op extreme diversificatie en het begrijpen van historische economische cycli.
7. Charlie Munger
Vaak gezien als de rechterhand van Buffett, maar Munger was een intellectueel zwaargewicht op zich. Hij overtuigde Buffett ervan om niet alleen te zoeken naar spotgoedkope, matige bedrijven, maar juist te betalen voor kwaliteit. Munger vertrouwde op een breed raster van mentale modellen uit verschillende wetenschappen om rationele beslissingen te nemen en kostbare misstappen te vermijden.
8. John Templeton

Waar anderen beleggers in de vorige eeuw puur naar Wall Street keken, zocht Templeton in Japan of Europa naar kansen. Hij was een contrarian pur sang. Hij kocht massaal aandelen tijdens het dieptepunt van de Grote Depressie en de Tweede Wereldoorlog, simpelweg omdat de rest van de wereld in paniek verkeerde.
9. Carl Icahn
Icahn is de schrik van menig directiekamer. Als activistische belegger koopt hij grote belangen in bedrijven die volgens hem slecht geleid worden. Vervolgens dwingt hij via agressieve weg veranderingen af, zoals het ontslaan van de CEO of het opsplitsen van de onderneming. Deze meedogenloze tactiek leverde hem gedurende zijn lange carrière miljarden op.
10. Michael Burry (Scion Capital)
Beroemd geworden door de film The Big Short, waarin hij met zijn tegendraadse blik de Amerikaanse huizencrisis van 2008 voorspelde. Terwijl Wall Street feestvierde, zag deze voormalige arts dat de hypothekenmarkt op instorten stond. Hij dwong banken om speciale derivaten te ontwerpen waarmee hij tegen de markt kon gokken. Die bizarre move kostte hem bijna zijn eigen fonds door paniekerige investeerders, maar leverde uiteindelijk honderden miljoenen dollars op toen het kaartenhuis bezweek.