Je hond die gras eet en vervolgens moet overgeven? Dat is geen toeval. Het is zelfmedicatie. Dieren over de hele wereld zoeken actief naar planten, klei en andere stoffen om zichzelf te genezen. De wetenschap noemt dit zoöfarmacognosie: dierlijke zelfmedicatie. En het gaat veel verder dan een misselijke hond. Dit zijn tien diersoorten die hun eigen medicijnen maken of zoeken.
1. Orang-oetans (wondbehandeling)
In 2024 werd voor het eerst wetenschappelijk vastgelegd dat een wild dier actief een wond behandelde met een medicinale plant. Een mannelijke Sumatraanse orang-oetan genaamd Rakus had een wond onder zijn oog, waarschijnlijk van een gevecht.
Rakus kauwde bladeren van de Akar Kuning-liaan (Fibraurea tinctoria), een plant die normaal niet tot zijn dieet behoort. Hij smeerde het sap op zijn wond en bedekte deze met een pasta van gekauwde bladeren. Binnen vijf dagen was de wond genezen.
De plant staat bekend om antibacteriële en ontstekingsremmende eigenschappen en wordt ook door lokale bevolkingen medicinaal gebruikt.
2. Chimpansees (darmparasieten verwijderen)

In de jaren zestig zag Jane Goodall dat zieke chimpansees hele bladeren inslikten zonder te kauwen. Later ontdekten onderzoekers waarom.
De ruwe, borstelige bladeren schrobben het spijsverteringskanaa schoon. Ze nemen parasitaire wormen en hun eieren mee naar buiten. Na het slikken van de bladeren bevatten de ontlasting van de chimpansees grote hoeveelheden uitgescheiden parasieten.
Daarnaast kauwen zieke chimpansees op de bittere pit van bepaalde planten die chemische antiparasitaire stoffen bevatten.
3. Olifanten (bevalling induceren)

Zwangere olifanten in Kenia eten de bladeren van specifieke bomen vlak voor de bevalling. Dezelfde bomen negeren ze de rest van het jaar. Keniaanse vrouwen gebruiken traditioneel dezelfde plant om de bevalling op gang te brengen.
Daarnaast eten olifanten klei wanneer ze maagklachten hebben. De klei absorbeert gifstoffen en bacteriën in het spijsverteringsstelsel. Dit gedrag is ook waargenomen bij gorilla’s, tapirs en franje-apen.
4. Papegaaien en ara’s (ontgifting)
In de Amazone verzamelen honderden papegaaien en ara’s zich bij kleiafzettingen langs rivieroevers. Ze eten de klei niet als voedsel maar als medicijn.
De klei absorbeert toxines uit de onrijpe vruchten en zaden die een groot deel van hun dieet vormen. Sommige van die zaden bevatten stoffen die giftig zouden zijn zonder de neutraliserende werking van de klei. Dit gedrag is zo voorspelbaar dat “clay licks” populaire locaties zijn voor vogelaars.
5. Honingbijen (propolis tegen infecties)

Bijen maken propolis door hars van boomknoppen te mengen met hun eigen was en speeksel. Het resultaat is een kleverige substantie die ze gebruiken om de bijenkorf af te dichten.
Maar propolis is meer dan bouwmateriaal. Het heeft antibacteriële en antischimmel-eigenschappen. Wanneer een bijenkorf wordt aangevallen door schimmels, halen de bijen meer propolis naar binnen. Dit kost veel energie die anders naar honingraten en stuifmeel zou gaan, maar het beschermt de kolonie tegen infectie.
6. Monarchvlinders (nakomelingen beschermen)

Vrouwelijke monarchvlinders leggen hun eitjes bij voorkeur op giftige melkweideplanten. De rupsen van de vlinder eten de planten en nemen de giftige cardenoliden op, waardoor ze zelf giftig worden voor roofdieren.
Maar er is meer. De cardenoliden beschermen de rupsen ook tegen parasieten. Besmette vlinders leggen hun eitjes vaker op extra giftige planten. Het is een vorm van transgenerationele medicatie: de moeder behandelt haar nakomelingen preventief.
7. Bruine beren (tekenwerend middel)

Bruine beren krabben hun rug en klauwen tegen boomschors. Dat doen veel dieren voor geurmarkering. Maar onderzoekers ontdekten dat de hars die vrijkomt bij deze bomen tekenwerende eigenschappen heeft.
De beren selecteren specifieke bomen met hars die ectoparasieten afweert. Of ze dit bewust doen of dat het gedrag door evolutie is geselecteerd omdat het werkt, is onduidelijk. Het resultaat is hetzelfde: minder teken.
8. Grote trap (paringsfitheid behouden)

De grote trap is een van de zwaarste vliegende vogels ter wereld. Mannetjes verbruiken enorme hoeveelheden energie tijdens hun spectaculaire baltsvertoon. Dit verzwakt hun immuunsysteem en maakt ze kwetsbaar voor parasieten.
Tijdens het broedseizoen eten mannelijke grote trappen klaprozen en andere planten met antiparasitaire en antischimmel-eigenschappen. Ze eten deze planten niet buiten het broedseizoen, wat suggereert dat ze gericht medicatie zoeken wanneer hun lichaam extra belast wordt.
9. Kapucijnaapjes (insectenwerend middel)

Kapucijnaapjes in Venezuela wrijven hun vacht in met gemalen duizendpoten, dit dient als bescherming tegen muggen en andere insecten.
De stoffen die vrijkomen uit de duizendpoten en bladeren zijn giftig voor insecten maar relatief onschadelijk voor de aapjes. Het gedrag wordt van moeder op kind doorgegeven en kan variëren per groep, wat suggereert dat het cultureel wordt aangeleerd.
10. Fruitvliegen (nakomelingen beschermen tegen sluipwespen)

Fruitvliegen hebben een hele vervelende vijand: sluipwespen die hun eitjes in fruitvlieglarven leggen. De wespenlarven eten de vlieglarven van binnenuit op.
Wanneer vrouwelijke fruitvliegen sluipwespen in de buurt detecteren, leggen ze hun eitjes in voedsel met een hoog ethanolgehalte. De alcohol is giftig genoeg om wespenlarven te doden maar niet de fruitvlieglarven. Het is preventieve medicatie voor nakomelingen die nog niet eens geboren zijn.