In de voetballerij tellen uiteindelijk alleen de knnikkers op het scorebord. Oranje heeft door de decennia heen magische balkunstenaars voortgebracht, maar wie waren de meest meedogenloze afmakers? Van de vliegende kopbal van Van Persie tot de trefzekerheid van de nieuwe recordhouder: dit zijn de tien topschutters aller tijden van het Nederlands Elftal.
10. Johan Cruijff (33 doelpunten, 48 interlands)

De legendarische nummer 14 had eigenlijk geen statistieken nodig om zijn genialiteit te bewijzen, maar zijn cijfers liegen niet. Met 33 goals in slechts 48 interlands noteerde hij een gemiddelde waar de meeste moderne spitsen alleen van dromen. Cruijff was de architect van het totaalvoetbal en leidde Nederland naar de finale van 1974. Zijn invloed op het spel was gigantisch, maar hij wist het ook nog eens koelbloedig af te maken voor het doel.
9. Abe Lenstra (33 doelpunten, 47 interlands)

Abe Lenstra was de eerste echte superster van het Nederlandse voetbal. Tussen 1940 en 1959 was hij de hoop van de natie. Met 33 treffers in 47 wedstrijden was hij nagenoeg elke wedstrijd goed voor een doelpunt. Lenstra was een technisch begaafde eigenheimer met een ongekend instinct voor de goal, een speler die Friesland en de rest van Nederland trots maakte in de pioniersjaren van het interlandvoetbal.
8. Ruud van Nistelrooij (35 doelpunten, 70 interlands)
Als de bal in het strafschopgebied kwam, wist je één ding zeker: ‘Van de Man’ stond op de juiste plek. Ruud van Nistelrooij was een van de meest klinische afmakers die we ooit hebben gehad. Hij leefde voor de goal en strafte elke fout van een verdediger genadeloos af. Zijn neusje voor de goal maakte hem tot een nachtmerrie in de zestien meter, wat hem 35 doelpunten in het Oranje-shirt opleverde.
7. Faas Wilkes (35 doelpunten, 38 interlands)

Faas Wilkes was de man die Nederland leerde dribbelen. Met een fenomenaal gemiddelde van bijna één doelpunt per wedstrijd (35 goals in 38 duels) is hij een van de meest efficiënte aanvallers uit onze historie. Wilkes was een sieraad voor het oog en passeerde tegenstanders met een speels gemak. Dat hij een groot deel van zijn carrière in het buitenland speelde, mocht zijn legendarische status in eigen land niet drukken.
6. Arjen Robben (37 doelpunten, 96 interlands)
Iedereen wist wat er ging gebeuren als Robben vanaf rechts naar binnen trok, maar niemand kon hem stoppen. De man van glas bleek uiteindelijk een man van graniet. Met 37 doelpunten was hij de motor achter de successen op de WK’s van 2010 en 2014. Zijn snelheid en die karakteristieke uithaal met links hebben hem een onuitwisbare plek in de geschiedenis van Oranje bezorgd.
5. Dennis Bergkamp (37 doelpunten, 79 interlands)
Dennis Bergkamp maakte geen doelpunten, hij maakte kunstwerken. Zijn balbehandeling was van een buitenaards niveau, met de treffer tegen Argentinië in 1998 als absoluut hoogtepunt. Met 37 goals in 79 interlands was hij niet alleen de man van de finesse, maar ook een uiterst effectieve kracht. Bergkamp was de speler waarvoor je naar het stadion kwam; een meester in de kleine ruimte en de verre hoek.
4. Patrick Kluivert (40 doelpunten, 79 interlands)
Patrick Kluivert was de complete spits: sterk, snel en technisch begaafd. Hij brak al op jonge leeftijd door en hield jarenlang het record van topschutter aller tijden in handen. Met 40 doelpunten was hij de vaste waarde in de aanval tijdens de roerige jaren negentig en het begin van de nieuwe eeuw. Kluivert was de man die op de grote toernooien vaak opstond als het team hem het hardst nodig had.
3. Klaas-Jan Huntelaar (42 doelpunten, 76 interlands)
https://www.youtube.com/watch?v=7Fri5hmKM_Q‘The Hunter’ was een roofdier in de zestien. Hij had niet veel kansen nodig om toe te slaan; één slippertje van de verdediging was vaak al genoeg. Met 42 treffers heeft hij een gemiddelde waar je u tegen zegt. Huntelaar was de traditionele spits die altijd en overal scoorde, of hij nu in de basis begon of als ‘super-sub’ binnen de lijnen kwam om een wedstrijd te kantelen.
2. Robin van Persie (50 doelpunten, 102 interlands)
Robin van Persie was jarenlang de onbetwiste koning van de Nederlandse doelpuntenmakers. Zijn zweefkopbal tegen Spanje in 2014 is een van de meest iconische beelden uit de sportgeschiedenis. Met precies 50 doelpunten in 102 wedstrijden bereikte hij als eerste Nederlander die magische grens. Van Persie combineerde een fabelachtige techniek met een killersinstinct dat hem tot een wereldster maakte.
1. Memphis Depay (51 doelpunten, 105 interlands)
De nieuwe nummer één van Nederland. Memphis Depay heeft in de aanloop naar het WK 2026 de legendarische grens van Robin van Persie gepasseerd. Met 51 doelpunten is hij nu de meest trefzekere speler die ooit het Oranje-shirt heeft gedragen. Memphis is meer dan een doelpuntenmaker; hij is de creatieve spil waar het huidige Oranje om draait. Zijn drive en zijn vermogen om op de belangrijkste momenten op te staan, hebben hem naar de eenzame hoogte van de topscorerslijst gebracht.
