Records zijn er om gebroken te worden, maar de mannen in deze lijst hebben de lat op een bijna onmogelijke hoogte gelegd. Terwijl we in 2026 live meemaken hoe de geschiedenisboeken worden herschreven, kijken we naar de iconen die het net het vaakst lieten bollen op het grootste podium ter wereld. Dit zijn de meest meedogenloze schutters uit de WK-historie.
10. Gabriel Batistuta (Argentinië – 10 doelpunten)
‘Batigol’ joeg tussen 1994 en 2002 tien ballen tegen de touwen voor de Argentijnen. Hij is de enige speler die op twee verschillende WK’s een hattrick wist te scoren. Als Batistuta aanlegde, hielden keepers hun hart vast; zijn schoten waren vaak zo hard dat ze bijna door het net heen vlogen.
9. Sandor Kocsis (Hongarije – 11 doelpunten)
Kocsis speelde slechts één WK (1954), maar scoorde daarin wel elf keer in slechts vijf wedstrijden. De Hongaarse stormram was de koning van de lucht (zijn bijnaam ‘Gouden Hoofd’ kreeg hij niet voor niets).
8. Jürgen Klinsmann (Duitsland – 11 doelpunten)
Klinsmann was de man van de spectaculaire duikkopballen en de enorme werklust. Hij scoorde op drie achtereenvolgende WK’s (1990, 1994, 1998) en was een van de motoren achter de Duitse titel in 1990.
7. Pelé (Brazilië – 12 doelpunten)

Van zijn debuut als 17-jarige in 1958 tot zijn laatste kunstje in 1970; Pelé scoorde altijd op de momenten dat het erom spande. Zijn doelpunten waren vaak kunstwerken die symbool stonden voor het sambavoetbal.
6. Just Fontaine (Frankrijk – 13 doelpunten)
Het record van Just Fontaine uit 1958 zal waarschijnlijk nooit meer in één toernooi verbroken worden. Hij scoorde dertien doelpunten in één enkel toernooi. In zes wedstrijden tijd schoot hij de hele wereld aan flarden op geleende schoenen, omdat zijn eigen paar kapot was gegaan.
5. Gerd Müller (West-Duitsland – 14 doelpunten)
In 1970 scoorde ‘Der Bomber’ tien keer en in 1974 voegde hij daar de vier belangrijkste aan toe, inclusief de winnende in de finale tegen Nederland. Müller was klein, gedrongen en razendsnel in de draai. Hij was decennialang de schrik van elke defensie.
4. Ronaldo (Brazilië – 15 doelpunten)
https://www.youtube.com/watch?v=8b93H39HjIkDe Braziliaanse ‘Fenômeno’ terroriseerde defensies tussen 1998 en 2006. Zijn absolute hoogtepunt beleefde hij in 2002, toen hij Brazilië met acht doelpunten (waaronder twee in de finale tegen Duitsland) naar de wereldtitel leidde.
3. Miroslav Klose (Duitsland – 16 doelpunten)
Verdeeld over vier toernooien scoorde Miroslav Klose zestien keer. Hij bekroonde zijn record in 2014 met de wereldtitel, uitgerekend in de legendarische halve finale tegen Brazilië. Hij deelt zijn legendarische tweede plek nu met een Franse superster.
2. Kylian Mbappé (Frankrijk – 16 doelpunten)

De Franse aanvaller blijft in een ongekend tempo huishouden op het wereldpodium. Met een heerlijke dubbelslag tegen Irak bracht hij zijn WK-totaal in 2026 al naar zestien doelpunten. Daarmee nestelt hij zich op 27-jarige leeftijd al naast Miroslav Klose en jaagt hij fanatiek op de eerste plaats.
1. Lionel Messi (Argentinië – 18 doelpunten)

De Argentijnse grootmeester staat nu officieel en onbetwist alleen aan de absolute top. Na zijn eerdere hattrick flikte hij het tegen Oostenrijk opnieuw door twee keer te scoren. Met 18 WK-doelpunten heeft Messi de geschiedenisboeken definitief naar zijn hand gezet als de absolute koning van het wereldkampioenschap.