Kaas, klompen en tulpen zijn het eerste waar de meeste mensen aan denken bij Nederland. Ons kleine land heeft echter een culinaire geschiedenis die veel verder gaat dan dat, met smaken die teruggaan tot de Gouden Eeuw en tradities die zich vertalen naar elke feestdag. Deze top 10 zet de lekkernijen op een rij die niemand mag overslaan.
1. Poffertjes

Deze kleine, luchtige pannenkoekjes worden traditioneel gemaakt met boekweitmeel, tarwebloem en gist, waardoor het beslag lekker luchtig rijst. Ze worden goudbruin gebakken in een speciale poffertjespan met kleine kuiltjes, zodat elk poffertje zijn ronde vorm krijgt. Een klontje boter en een flinke wolk poedersuiker maken het gerecht af.
2. Tompouce

De tompouce bestaat uit twee lagen krokant bladerdeeg met daartussen een dikke laag banketbakkersroom, afgewerkt met een knalroze laag glazuur. Op Koningsdag verruilen bakkers het roze voor oranje glazuur, een traditie die inmiddels zelf onderdeel is geworden van het gerecht.
Het gebakje dankt zijn naam aan een negentiende-eeuwse circusartiest met de bijnaam Tom Pouce. Wanneer je een tompouce eet ontstaat altijd de discussie, hoe eet je zo een ding eigenlijk?
3. Oliebollen
Op oudejaarsavond staan er in Nederland duizenden kraampjes waar deze gefrituurde deegballen worden verkocht. De basis is een gistdeeg met krenten en rozijnen, dat in hete olie wordt uitgebakken tot een goudbruine korst met een zachte kern. Oliebollen worden traditioneel warm gegeten, rijkelijk bestrooid met poedersuiker, het liefst met het vuurwerk van de jaarwisseling op de achtergrond.
De herkomst van de oliebol ligt vermoedelijk bij Germaanse volkeren, die tijdens de winterse periode rond de jaarwisseling gefrituurd deeg aten om boze geesten af te weren.
4. Stroopwafels

Een stroopwafel bestaat uit twee dunne, knapperige wafels met daartussen een laag zoete, kleverige karamelsiroop. Het gerecht ontstond in de negentiende eeuw in Gouda, waar bakkers kruimels van oude koeken hergebruikten door ze te vermengen met stroop.
De beste manier om een stroopwafel te eten is hem een paar minuten boven een warme kop koffie of thee te leggen. De stoom warmt de siroop op tot hij net iets zachter wordt, waardoor de wafel bij elke hap net zo smeuïg als knapperig is.
5. Haring

Rauwe haring, in Nederland bekend als Hollandse Nieuwe, is voor veel buitenlanders de meest gedurfde entree op deze lijst. De vis wordt geserveerd met fijngesneden uitjes en soms een zure augurk, en dankt zijn naam aan het seizoen waarin de eerste vangst van het jaar wordt binnengehaald.
De traditionele manier om haring te eten is hem bij de staart vast te pakken, het hoofd achterover te gooien en de vis in één keer naar binnen te laten glijden. Wie dat te veel gedoe vindt, kan de haring net zo goed in stukjes gesneden op een broodje bestellen.
6. Drop

Nederland behoort tot de landen met het hoogste dropverbruik ter wereld, met tientallen varianten die uiteenlopen van zoet tot muntscherp zout. Salmiakdrop, gemaakt met ammoniumchloride, geldt voor buitenlanders vaak als de scherpste kennismaking met het Nederlandse smaakpalet.
De liefde voor drop komt voort uit de laurierwortel die in de negentiende eeuw als hoestmiddel werd verkocht bij apothekers. Wie er eenmaal aan gewend is geraakt, mist de intense smaak al snel als een pot drop in de kast leeg raakt.
7. Appeltaart

De Nederlandse appeltaart onderscheidt zich van de Amerikaanse pie door een steviger deeg en een rijke vulling van friszure appels, zoals Goudreinetten of Elstar, aangevuld met kaneel en rozijnen. Het deeg wordt vaak in een ruitpatroon over de vulling gelegd, wat de taart zijn herkenbare uiterlijk geeft.
Een punt warme appeltaart met een toef slagroom geldt in Nederland als een vaste ingrediënt van gezelligheid, van een koffiehuis op zaterdagmiddag tot een verjaardagsfeestje thuis. De taart wordt meestal op kamertemperatuur of licht opgewarmd geserveerd, nooit koud uit de koelkast.
8. Bitterballen

Bitterballen zijn krokant gefrituurde balletjes gevuld met een romige ragout van rundvlees, samengehouden door een dikke roux. De buitenkant wordt gepaneerd met paneermeel, waardoor het contrast tussen de knapperige korst en de romige vulling ontstaat. Ze worden traditioneel gedoopt in mosterd en het liefst gegeten in een bruin café met een goed glas bier erbij.
9. Kruidnoten en pepernoten

Kruidnoten zijn kleine, krokante, halfronde koekjes op basis van speculaaskruiden, terwijl pepernoten zachter en taaier zijn met een uitgesproken anijssmaak. De twee worden vaak door elkaar gehaald, ook al gaat het om twee verschillende recepten met een eigen textuur, en traditionele banketbakkers zoals Van Delft verfijnen de recepten al generaties lang.
Beide lekkernijen zijn onlosmakelijk verbonden met het Sinterklaasfeest en verschijnen elk najaar weer in de schappen van de supermarkt. Naast de traditionele versie zijn er tegenwoordig ook varianten met chocolade, karamel of yoghurtsmaak te vinden, en wie op tijd wil zijn voor de feestdagen kan tegenwoordig ook pepernoten kopen via een webshop.
10. Friet met…

Het meest gegeten en veelzijdige gerecht van Nederland staat op de laatste plek van deze lijst: een patatje. Wat het gerecht typisch Nederlands maakt, zijn niet zozeer de frieten zelf, maar de sauzen waarmee ze worden geserveerd.
Naast gewone mayonaise bestellen Nederlanders regelmatig een patatje speciaal, met mayonaise, curryketchup en uitjes, of een patatje oorlog, met mayonaise, satésaus en uitjes. Het gerecht is verkrijgbaar op elke hoek van de straat en geldt als de perfecte snelle hap voor elk moment van de dag.