De Eerste Wereldoorlog staat ook wel bekend als de ‘Grote Oorlog’. De invloed van deze wereldoorlog was enorm. Het aanzien van Europa veranderde definitief door WO I. Hoe een conflict zo uit de hand kon lopen en ontwikkelde landen zo’n verschrikkelijk bloedbad konden aanrichten, verbaast historici nog steeds.
WO I drukte zijn stempel op het verdere verloop van de twintigste eeuw. De oorlog schiep de omstandigheden waarin extremisme kon groeien, met alle gevolgen van dien. Ook in Rusland versnelde de oorlog de politieke en sociale spanningen die uiteindelijk uitmondden in revolutie.
Enorm veel doden

Voor het eerst in de geschiedenis werd er op zo’n grote schaal een oorlog uitgevochten met ettelijke miljoenen slachtoffers tot gevolg. De schattingen lopen uiteen, maar meestal wordt gesproken over ongeveer 9 tot 11 miljoen gesneuvelde militairen. Daarnaast stierven naar schatting nog eens 6 tot 13 miljoen burgers door geweld, honger, ziekte en ontwrichting. In totaal kom je dan grofweg uit op 15 tot 22 miljoen doden.
Meer dan 30 landen raakten betrokken bij WO I. Er werden wereldwijd ruim 65 miljoen militairen gemobiliseerd. Daarnaast raakten ongeveer 20 tot 23 miljoen militairen gewond, vaak met ernstige verminkingen en blijvende letsels tot gevolg.
Tot op de dag van vandaag, ruim 100 jaar na de wapenstilstand, blijft de Eerste Wereldoorlog slachtoffers eisen. Op plaatsen waar de bloedigste veldslagen werden uitgevochten, zit de bodem nog steeds vol met onontplofte bommen, granaten en mijnen. In maart 2014 kwamen er in het Belgische Ieper nog twee arbeiders om het leven bij de ontploffing van een obus uit WO I. De lijst van slachtoffers van de Grote Oorlog groeit helaas nog steeds aan.
Ontwikkeling van nieuwe wapens

Oorlogen geven altijd een boost aan de ontwikkeling van nieuwe wapens en nieuwe technologieën. In WO I was dit niet anders. Een groot aantal wapens dat wij nu associëren met moderne oorlogvoering werd in deze oorlog doorontwikkeld en op enorme schaal ingezet.
Het bekendste voorbeeld is de tank. De Britten werkten in 1915 aan geheime prototypes en op 15 september 1916 verschenen de eerste tanks in de praktijk op het slagveld bij Flers Courcelette (Somme). Ook de Fransen en Duitsers ontwikkelden al snel eigen modellen. De Franse Renault FT werd daarna een blauwdruk voor veel latere tankontwerpen.
Ook andere wapens werden bepalend in WO I. Machinegeweren en duikboten bestonden al vóór 1914, maar juist in deze oorlog werden ze massaal ingezet en doorontwikkeld. Hetzelfde geldt voor vlammenwerpers. WO I ging bovendien de geschiedenis in als de eerste oorlog waarin chemische wapens op grote schaal werden gebruikt, met name chloorgas, fosgeen en mosterdgas.
Een peperdure oorlog

Een oorlog veroorzaakt niet alleen slachtoffers, vernieling en miserie, maar kost ook geld. Veel geld zelfs. Niet alleen wapens en munitie, maar ook voedsel, kledij, uitrusting, logistiek en soldij van manschappen moeten betaald worden. Door het massaal inzetten van legers, de productie van nieuwe dure wapens en het enorme verbruik aan munitie was WO I een extreem dure oorlog.
De schattingen lopen uiteen, maar historici noemen vaak directe oorlogskosten in de orde van grootte van grofweg 125 tot 186 miljard dollar in de toenmalige waarde. En dat zijn alleen de directe kosten. Daarbovenop kwamen indirecte kosten zoals economische schade, verwoeste infrastructuur, verlies aan productie en schuldenlast.
Om de oorlog te betalen, schreven regeringen oorlogsleningen uit. De bevolking werd aangemoedigd om uit patriottisme daarop in te tekenen. Na de oorlog bleken veel oorlogsobligaties veel minder waard. In Duitsland werden ze door de hyperinflatie zelfs praktisch waardeloos. Een groot deel van de schulden werd later heronderhandeld, uitgesteld of in nieuwe afspraken gegoten.
Duitsland moest opdraaien voor de schade

Na WO I lagen grote delen van België en Frankrijk in puin. Duitsland verloor de oorlog en moest herstelbetalingen doen. Het Verdrag van Versailles (1919) legde de basis, maar het bekende bedrag van 132 miljard goudmark werd vooral vastgelegd in de latere betalingsregeling van 1921. In de praktijk betaalde Duitsland door latere herstructureringen en crises niet simpelweg “132 miljard”, maar het thema herstelbetalingen bleef decennialang doorwerken.
Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog verschoof de aandacht volledig en werden oude afspraken opnieuw bekeken. Toch bleef er nog lang financieel papierwerk bestaan. De laatste betaling die vaak wordt genoemd als het “financiële staartje van WO I” was een laatste renteaflossing op oude obligaties, gedaan in 2010. Dat was ruim 90 jaar na de wapenstilstand.
De Rode Baron: beste gevechtspiloot uit de Grote Oorlog

Toen de Eerste Wereldoorlog in 1914 uitbrak, stond de luchtvaart nog in haar kinderschoenen. De gebroeders Wright voerden de eerste gemotoriseerde vlucht uit in 1903, slechts 11 jaar voor het begin van WO I. Aanvankelijk gebruikten de strijdende landen vliegtuigen vooral voor verkenning, maar al snel kwamen er machinegeweren en bommen aan boord. In het begin werden bommen soms letterlijk over de rand gegooid, in de hoop dat ze ergens raak vielen.
De bekendste gevechtspiloot van de oorlog was de Duitser Manfred von Richthofen, de ‘Rode Baron’. Hij kreeg 80 bevestigde luchtzeges op zijn naam, een record dat door geen enkele andere piloot uit WO I werd geëvenaard. De Rode Baron sneuvelde op 21 april 1918.
Enorme mijnkraters
De slagvelden van de Eerste Wereldoorlog werden herschapen in een maanlandschap, waar geen enkele boom of plant meer groeide en de bodem bezaaid was met inslagkraters. Tot op de dag van vandaag zijn daarvan de sporen zichtbaar.
Een van de bekendste kraters is de Spanbroekmolenkrater, ook wel ‘Pool of Peace’ genoemd, nabij het Vlaamse dorp Wijtschate. In juni 1917 vond in deze omgeving de Slag om Mesen plaats. Britse troepen groeven tunnels tot onder de Duitse linies en plaatsten tientallen mijnen. Op 7 juni 1917 ontploften er 19 vrijwel tegelijk. De explosies waren enorm en volgens overlevering waren ze tot ver weg te voelen en te horen, zelfs tot in Londen.
De krater bij Spanbroekmolen wordt in bronnen meestal beschreven als ongeveer 76 meter in diameter en ongeveer 12 meter diep. Hij liep al snel vol met water. De zo ontstane vijver is tegenwoordig een bekend herdenkingspunt, stil en sereen, terwijl hij ooit letterlijk uit de aarde werd gescheurd.
Shellshock

Toen bleek dat veel soldaten na hevige gevechten last kregen van duizeligheid, beven, oorsuizen, hoofdpijn en zelfs hallucinaties, zocht men eerst een fysieke verklaring. Men dacht dat de hevige knallen van ontploffende granaten (‘shells’) de hersenen hadden beschadigd. Zo ontstond de term ‘shellshock’, die in 1915 in medische context in omloop kwam.
Maar het fenomeen trad ook op bij manschappen die niet pal bij explosies waren geweest. Daardoor werd steeds duidelijker dat de oorzaak vaak psychisch was: extreme stress, angst, uitputting en voortdurende dreiging. Veel militairen met deze klachten werden gezien als aanstellers en lafaards. Sommigen kregen zware straffen, en er zijn gevallen bekend van executies na veroordeling voor bijvoorbeeld “lafheid” of desertie.
Tegenwoordig wordt shellshock vaak gezien als verwant aan wat we nu een posttraumatische stressstoornis noemen. Niet één op één dezelfde diagnose, maar het idee is hetzelfde: oorlog kan je hoofd breken, ook als je lichaam heel blijft.
Medische ontwikkelingen

Het enorme aantal gewonden leidde tot medische doorbraken. Veldhospitalen werden overspoeld en artsen moesten razendsnel beslissen wie eerst behandeld werd. Het principe van triage bestond al eerder, maar tijdens WO I werd het grootschalig toegepast en verfijnd, met protocollen en duidelijke stappen om chaos te voorkomen.
Ook bloedtransfusies maakten een sprong. Voor de oorlog was het ingewikkeld en riskant, maar tijdens WO I werd het steeds praktischer, onder andere doordat men methodes ontwikkelde om bloed met natriumcitraat te mengen zodat het niet stolde en tijdelijk kon worden opgeslagen. Daardoor konden transfusies sneller en vaker worden uitgevoerd.
Daarnaast werd röntgentechniek mobiel ingezet om kogels en granaatscherven op te sporen. En op het gebied van anesthesie kwamen er belangrijke verbeteringen. In 1917 verscheen bijvoorbeeld een invloedrijke continue-flow anesthesiemachine (de Boyle machine), waarmee narcose gecontroleerder en veiliger kon worden toegediend dan met veel oudere methodes.
Vechten tot de allerlaatste minuut

Officieel kwam er een einde aan de Eerste Wereldoorlog op 11 november 1918 om 11 uur. De wapenstilstand werd die ochtend rond vijf uur ondertekend in een treinwagon in een bos bij Compiègne (Frankrijk). Er zat dus uren tussen “het papierwerk is rond” en “de wapens zwijgen”. En in die uren werd nog steeds gevochten.
Dat had allerlei redenen. Sommige commandanten wilden nog terrein winnen, anderen bleven schieten om munitie niet te hoeven afvoeren, en op sommige plekken drong het nieuws simpelweg niet meteen door. Op de laatste dag vielen er naar schatting bijna 11.000 slachtoffers (dood, gewond en vermist) en ongeveer 2.700 doden.
Het bekendste verhaal is dat van de Amerikaanse soldaat Henry Gunther, die sneuvelde om 10.59 uur, één minuut voor het ingaan van de wapenstilstand. Hij wordt vaak genoemd als een van de allerlaatste gesneuvelden van de oorlog. De timing is bijna niet te bevatten. Je overleeft vier jaar hel, en dan ga je in de laatste minuut alsnog neer.
De nasleep van WO I

De nederlaag had voor Duitsland enorme gevolgen. Keizer Wilhelm II werd afgezet en Duitsland werd een republiek. In het Verdrag van Versailles (1919) werd Duitsland verantwoordelijk gesteld voor het uitbreken van de oorlog en werd het land hard aangepakt. Duitsland moest grondgebied afstaan, onder meer aan België en Frankrijk, en er werden nieuwe grenzen getrokken die ook in Oost-Europa nog jarenlang voor spanningen zorgden.
Duitsland verloor bovendien al zijn koloniën en mocht nog maar een zeer beperkte krijgsmacht bezitten. Daarbovenop kwamen herstelbetalingen. Het resultaat was een mix van armoede, woede en vernedering, plus een politiek landschap dat steeds instabieler werd.
Het was precies dat klimaat waarin extremistische bewegingen konden groeien. Adolf Hitler maakte handig gebruik van frustratie en onvrede om aan populariteit te winnen. WO I was niet de enige oorzaak van wat daarna kwam, maar het was wel de lont die een hele eeuw aan politieke brandstof aanstak.

10 reacties
Manfred van richthoven is mijn held
Manfred van richthofen is mijn held
…. 🙁
chuj ci w dupe
hiii bedankt voor info ik heb namelijk een presentatie hieroverrr
rawwwww
SLECHT!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
gruwelijk
FAKE
WOW
WOW