Acht uur slapen in een verduisterde kamer, alleen, van middernacht tot een uur of zeven: voor de meeste Nederlanders is dat de norm. Elders op de wereld ziet een goede nachtrust er compleet anders uit. Van kinderwagens in de vrieskou tot dutjes onder het bureau, deze slaapgewoontes bewijzen dat er niet één juiste manier is om uit te rusten.
1. Siësta: het middagdutje dat een hele economie stilzet

In Spanje sluiten winkels en kantoren tussen twee en vijf uur ’s middags nog altijd massaal de deuren. Werknemers gaan naar huis, eten uitgebreid en doen daarna een dutje van soms wel twee tot drie uur. Dezelfde gewoonte bestaat in delen van Latijns-Amerika, het Midden-Oosten en Bangladesh, meestal in landen waar de middaghitte simpelweg te intens is om productief te werken.
De siësta is meer dan een dutje, het is een sociaal-culturele instelling die de dag in tweeën knipt. Dat verklaart ook waarom in Spanje pas laat op de avond wordt gegeten en kinderen tot diep in de nacht buiten spelen. Niet iedereen is overigens blij met de traditie: economen wijzen al jaren op de productiviteitskosten van de lange lunchpauze, maar afschaffen blijkt lastig.
2. Inemuri: slapen op je werk als statussymbool
In Japan is wegdommelen tijdens een vergadering geen schande, maar juist een teken van toewijding. Het fenomeen heet inemuri, letterlijk “aanwezig zijn terwijl je slaapt”, en gebeurt in de trein, op kantoor of zelfs tijdens etentjes. Onderzoek uit 2015 laat zien dat bijna veertig procent van de Japanse volwassenen minder dan zes uur per nacht slaapt, wat de behoefte aan overdag dutten verklaart.

Aan inemuri kleven wel ongeschreven regels. Je moet rechtop blijven zitten en direct kunnen reageren zodra iemand je nodig heeft. Vooral medewerkers onderaan of juist bovenaan de hiërarchie mogen zich eraan overgeven, terwijl jongere werknemers liever wakker blijven om hun energie te tonen.
3. Buitenbedjes: baby’s die slapen bij min tien graden
In Denemarken en Finland is het volstrekt normaal om een baby in de kinderwagen buiten te laten slapen, ook als het vriest. Verloskundigen adviseren het zelfs actief vanaf een paar weken na de geboorte, zolang het kind maar warm genoeg is aangekleed en niet kouder is dan min tien graden.
Gezondheidswetenschapper Marjo Tourula van de Universiteit van Oulu onderzocht het fenomeen in Noord-Finland en concludeerde dat kinderen die buiten slapen langer en rustiger doorslapen dan binnenshuis. Ouders zetten de kinderwagen zonder gêne voor een café of restaurant, met een babyfoon binnen handbereik.
4. Capsulehotels: slapen als een astronaut
Door de extreme ruimteschaarste in steden als Tokio ontstonden capsulehotels, waar gasten overnachten in een kunststof cel die weinig groter is dan het bed zelf. Het concept is populair onder zakenmensen die de laatste trein hebben gemist en onder toeristen die de ervaring simpelweg willen proberen.

Een capsule kost doorgaans een fractie van een gewone hotelkamer en biedt niet veel meer dan een matras, verlichting en soms een klein schermpje. Voor Japanners is het geen curiositeit maar een praktische oplossing, passend bij een cultuur waarin lange werkdagen en een krap openbaar vervoersnetwerk de norm zijn.
5. Kantoorbedjes: het middagdutje op de Chinese werkvloer
In China is een dutje na de lunch, gewoon achter je bureau, allesbehalve vreemd. Sommige kantoren gaan een stap verder en richten aparte ruimtes in met bedjes waar collega’s tussen de middag even kunnen wegdraaien. Een Nederlandse die jarenlang in Peking werkte beschrijft hoe gewoon het is om een collega op de bank van de gedeelde huiskamer in slaap te zien vallen.
Berucht zijn ook de foto’s van Chinese IKEA-bezoekers die de showroombedden en -banken gebruiken voor een echt dutje. Waar dat in Nederland als brutaal zou gelden, wordt het in China vooral gezien als een logisch gevolg van een cultuur waarin overdag slapen nooit een taboe is geweest.
6. De vergeten eerste en tweede slaap
Tot het einde van de negentiende eeuw sliepen veel Europeanen niet in één aaneengesloten blok, maar in twee etappes. Na een eerste slaap van ongeveer vier uur werd men een uur of twee wakker om te praten, te bidden of simpelweg na te denken, waarna de tweede slaap volgde tot de ochtend.
Deze gesegmenteerde slaap verdween pas geleidelijk met de komst van kunstlicht, dat de avond verlengde en de natuurlijke onderbreking overbodig maakte. Voor de meeste mensen nu is het idee van een nachtelijk wakker uurtje ondenkbaar, terwijl het eeuwenlang de normaalste zaak van de wereld was. Tegenwoordig draait alles juist om één ononderbroken nacht op een ondergrond die dat proces ondersteunt, zoals een natuurlatex matras die het lichaam de hele nacht gelijkmatig blijft ondersteunen.
7. Hygge: de Scandinavische kunst van het naar bed gaan

In Scandinavië draait de avond voor het slapengaan om hygge, een begrip zonder directe vertaling dat gezelligheid, warmte en verbondenheid samenbrengt. Kaarsen aansteken, een warme drank drinken en rustig afsluiten met dierbaren horen daar standaard bij.
Het doel is niet alleen fysiek comfort, maar ook een mentale overgang van de drukte van de dag naar rust. Waar veel Nederlanders het licht uitdoen en meteen gaan liggen, bouwen Scandinaviërs bewust een overgangsritueel in voordat het bed volgt.
8. Eén bed, één kamer, een heel gezin
In veel traditionele gemeenschappen is een eigen slaapkamer een vreemd idee. Ouders en kinderen delen er van oudsher één ruimte of zelfs één bed, niet uit armoede maar uit gewoonte en nabijheid. De strikte scheiding tussen wakker zijn en slapen, zo kenmerkend voor de westerse slaapkamer, bestaat daar simpelweg niet.
Wat in Nederland al snel als onpraktisch of te intiem geldt, betekent in deze culturen vooral veiligheid en verbondenheid. Antropologen wijzen erop dat de westerse voorkeur voor een solitaire, verduisterde slaapkamer historisch gezien eerder uitzondering dan regel is. Die nadruk op een eigen plek om te slapen verklaart ook waarom Nederlandse merken als Tuur zoveel aandacht besteden aan een matras die precies op één lichaam is afgestemd, iets wat in een gedeeld bed nauwelijks haalbaar is.
9. Slapen als spiritueel afscheid van de dag
In veel religies eindigt de dag niet zomaar, maar met een vast ritueel. Moslims sluiten de dag af met het avondgebed ischa, in het jodendom wordt het Sjema Jisraeel uitgesproken en ook het christendom kent een traditioneel avondgebed voor het slapengaan.
In het boeddhisme wordt slaap gezien als een overgang in plaats van een einde, wat verklaart waarom meditatie vaak onderdeel is van de avondroutine. Deze rituelen helpen gelovigen om de zorgen van de dag los te laten voordat ze aan de nacht beginnen.
10. Vissers, monniken en nomaden slapen wanneer het uitkomt

Niet iedereen leeft volgens één nachtelijk slaapblok. Vissers, monniken en nomadische gemeenschappen verdelen hun rust vaak over meerdere korte periodes verspreid over de dag, aangepast aan het werk, het getij of het weer. Deze polyfasische aanpak is minder een keuze dan een praktische noodzaak.
Voor wie gewend is aan acht uur onafgebroken slaap klinkt dat onrustig, maar voor deze gemeenschappen werkt het al generaties lang uitstekend. Het laat zien dat er niet één ideale hoeveelheid slaap bestaat, alleen verschillende manieren om uitgerust aan de dag te beginnen.
Wat al deze gewoontes met elkaar verbinden, is dat slapen nooit een puur biologisch proces is. Het is doordrenkt van klimaat, werkethiek, geloof en de manier waarop een cultuur aankijkt tegen nabijheid en rust. De volgende keer dat je ’s middags moeite hebt om je ogen open te houden, is dat dus misschien niet luiheid, maar gewoon een instinct dat elders op de wereld allang serieus wordt genomen.