Wie denkt aan emigreren of een langdurig verblijf binnen Europa, doet er goed aan de bankrekening vooraf grondig te analyseren. De continentale verschillen op de huizenmarkt en in de supermarkt zijn groot.
Dit zijn de tien duurste Europese steden om een leven in op te bouwen.
1. Zürich

De Zwitserse metropool combineert een extreem sterke frank met een ongekend hoog prijspeil voor alledaagse consumptie. Voor een simpel tweekamerappartement in het centrum leg je maandelijks moeiteloos 2.500 tot 3.000 euro neer. Ook de wekelijkse gang naar de supermarkt voelt als een aanslag op je budget.
Gelukkig liggen de lokale salarissen op een navenant niveau, waardoor de bittere financiële pil voor de vaste inwoners behoorlijk wordt verzacht.
2. Genève

Als thuisbasis van de Verenigde Naties, de WHO en talloze kapitaalkrachtige multinationals kent Genève een huizenmarkt die volledig is losgeraakt van de realiteit. De vierkantemeterprijzen behoren tot de hoogste van Europa.
De constante instroom van hoogbetaalde diplomaten en expats houdt de druk op het schaarse woningaanbod permanent torenhoog. Wie hier buiten de deur wil dineren of een terrasje pikt, betaalt zonder pardon de hoofdprijs.
3. Londen

Ook na de Brexit blijft Londen de koploper qua astronomische huurprijzen. In het centrum (Zone 1) is een fatsoenlijk eenkamer appartement onder de 2.700 euro per maand nagenoeg onvindbaar. Wijken als Kensington en Chelsea functioneren als een speeltuin voor de mondiale elite, waardoor de gemiddelde Britse werknemer noodgedwongen uren moet forenzen vanuit de buitenwijken.
4. Bazel

Het derde Zwitserse stad in de top vijf. Bazel dankt zijn extreem hoge kosten van levensonderhoud aan de bloeiende farmaceutische industrie; giganten als Roche en Novartis hebben hier hun mondiale hoofdkwartieren. De aanwezigheid van duizenden hoogopgeleide, kapitaalkrachtige wetenschappers heeft de lokale economie en de vastgoedprijzen flink opgejaagd.
5. Kopenhagen

De Deense hoofdstad hanteert een zware belastingdruk die direct doorwerkt in de horeca- en winkelprijzen. Uit eten gaan in Kopenhagen is een dure aangelegenheid, waarbij de menukaart gemiddeld dertig procent duurder uitvalt dan in de rest van West-Europa.
De Denen accepteren de kosten gelaten; de feilloze infrastructuur en de extreem hoge levenskwaliteit wegen blijkbaar zwaarder.
6. Dublin

De Ierse hoofdstad kampt met een van de meest verstikkende woningcrisissen van dit moment. Sinds Amerikaanse techgiganten hun Europese hoofdkantoren massaal in de ‘Silicon Docks’ hebben geparkeerd, zijn de huren explosief gestegen. Omdat de bouwsector de extreme vraag niet kan bijbenen, slokt de huur hier tegenwoordig een absurd groot deel van elk inkomen op.
7. Oslo

Oslo combineert een olie-economie met een stevig Scandinavisch belastingstelsel. Vooral luxegoederen, importproducten en diensten zijn hier schrikbarend duur. Wie in een Noorse bar een biertje bestelt, mag rekenen op een rekening van rond de tien euro.
Het land compenseert dit wel met een nagenoeg perfect sociaal vangnet en uitstekende publieke voorzieningen, waardoor de levensstandaard tot de hoogste ter wereld behoort.
8. Amsterdam
De aanhoudende krapte op de woningmarkt heeft ervoor gezorgd dat de gemiddelde huurprijs in de hoofdstad de grens van 2.000 euro per maand ver is gepasseerd. Tel daar de fors gestegen energieprijzen en de dagelijkse kosten in de supermarkt bij op.
9. Parijs

De Franse overheid probeert de huurexplosie in het centrum tegen te gaan met strenge wettelijke prijsplafonds, maar Parijs blijft duur. De kosten voor cultuur, retail en de betere gastronomie liggen op een intens hoog niveau, waardoor de modale Parijzenaar steeds vaker uitwijkt naar de omliggende banlieues.
10. Reykjavik

Wonen op een geïsoleerd eiland vlak onder de poolcirkel brengt unieke logistieke kosten met zich mee. Omdat IJsland nagenoeg alle consumptiegoederen en verse etenswaren moet importeren via zee- of luchtvracht, zijn de prijzen in de supermarkt bizar hoog. Een simpele maaltijd in een doorsnee restaurant kost al gauw veertig tot vijftig euro per persoon. Gelukkig is de energierekening wel laag, dankzij de overvloed aan lokale geothermische warmtebronnen.