Onze hersenen bestaan uit meer dan honderd miljard neuronen, wat dit orgaan tot een van de meest complexe onderdelen van ons lichaam maakt. Het bestuurt ons lichaam, onze bewegingen, onze spraak en vrijwel elke andere functie. Toch kun je met een paar psychologische technieken best wat invloed uitoefenen op je eigen gedachten en gedrag. Dit zijn 10 van zulke trucs, inclusief een eerlijke blik op hoe stevig het onderzoek erachter eigenlijk is.
1. Een ander om hulp vragen maakt je sympathieker
Iemand om een gunst vragen doen we niet altijd graag, het voelt alsof je de ander lastigvalt. Toch beschrijft het zogeheten Ben Franklin-effect het tegenovergestelde: de persoon aan wie je iets vraagt, gaat je uiteindelijk juist meer waarderen.
Onderzoek van psycholoog Yu Niiya van de Hosei Universiteit in Tokio onderbouwt dit effect. De verklaring: degene die je om hulp vraagt, gaat ervan uit dat je hem of haar juist koos omdat je diegene aardig vindt, en past het eigen gedrag daaraan aan door op zijn beurt vriendelijker te worden.
2. Hogere verwachtingen kunnen leiden tot betere prestaties
Het idee dat hogere verwachtingen tot betere prestaties leiden, staat bekend als het Pygmalion-effect of Rosenthal-effect, voor het eerst beschreven door psycholoog Robert Rosenthal na onderzoek op een basisschool in Californië.
Leraren die dachten dat bepaalde leerlingen een grotere kans op succes hadden, gaven onbewust meer aandacht en gingen die leerlingen anders behandelen, wat hun prestaties verbeterde. Het is wel goed om te weten dat latere, grootschaligere studies veel kleinere effecten vonden dan het oorspronkelijke onderzoek suggereerde, en dat de originele meetmethode flink bekritiseerd is. Het basisidee, dat verwachtingen van bijvoorbeeld een leidinggevende of ouder het gedrag van anderen kunnen beïnvloeden, houdt in afgezwakte vorm nog wel stand.
3. Zelfcontrole trainen is minder eenvoudig dan het klinkt
Lange tijd gold in de psychologie het idee dat zelfcontrole werkt als een spier: je zou hem dagelijks kunnen trainen door bewust impulsief gedrag te onderdrukken, zodat je op termijn vanzelf minder impulsief wordt. Dit staat bekend als “ego depletion” of het sterkte-model van zelfcontrole.
Grootschalig vervolgonderzoek heeft dit model inmiddels flink onderuitgehaald. Een gezamenlijke, vooraf geregistreerde studie van 23 laboratoria met meer dan tweeduizend deelnemers vond in 2016 geen betrouwbaar effect meer. Dat betekent niet dat bewust oefenen met gedrag zinloos is, gewoontevorming is wel degelijk een reëel verschijnsel, maar het specifieke idee dat zelfcontrole als een spier “sterker” wordt door dagelijkse mentale weerstand te bieden, staat inmiddels flink ter discussie binnen de wetenschap.
4. Met de hand aantekeningen maken zorgt voor beter begrip

Uit onderzoek van Pam Mueller en Daniel Oppenheimer komt naar voren dat studenten die aantekeningen met de hand maken andere cognitieve functies gebruiken dan studenten die op de laptop typen, met een positief effect op het leren.
Schrijven gaat langzamer dan typen, waardoor je niet elk woord letterlijk kunt overnemen. In plaats daarvan ga je luisteren, verwerken en samenvatten voordat je iets noteert, wat helpt om de essentie beter te begrijpen. Vervolgonderzoek laat overigens zien dat het verschil kleiner is wanneer laptopgebruikers bewust worden aangemoedigd om samen te vatten in plaats van letterlijk te typen, dus de manier waarop je aantekeningen maakt blijkt minstens zo belangrijk als het middel zelf.
5. Blauw voedsel zou je eetlust kunnen temperen, met een kanttekening

De kleur blauw komt van nature weinig voor in eten, en sommige onderzoekers opperen dat dit onze eetlust kan temperen omdat het brein blauw onbewust associeert met bedorven voedsel. Op basis daarvan wordt weleens gesuggereerd om meer blauwgekleurd voedsel te eten, of een blauw lampje in de koelkast te hangen, als je minder trek wilt hebben.
Het bewijs hiervoor is wisselend en zwakker dan vaak wordt gesuggereerd: een studie uit 2020 vond bijvoorbeeld geen enkel effect van blauw op bord of eten op de eetlust van proefpersonen. Zie het dus eerder als een leuk weetje over kleurpsychologie dan als een betrouwbare afslankmethode.
6. Negatieve emoties accepteren geeft rust in je hoofd

Door sociale normen zijn we geneigd negatieve gevoelens zoals woede en wrok weg te stoppen. Uit psychologisch onderzoek blijkt dat dit juist averechts werkt, en dat het accepteren van negatieve gevoelens tot meer rust en een betere mentale gezondheid leidt.
Dit blijkt onder meer uit onderzoek van de Universiteit van Californië naar angst en depressie: acceptatie van die gevoelens hangt samen met betere psychologische gezondheid en meer tevredenheid met het leven. Wie negatieve emoties durft te aanvaarden in plaats van te bestrijden, wordt daar op de langere termijn dus juist veerkrachtiger van.
7. In een vreemde taal denken kan helpen bij het nemen van beslissingen

Onderzoekers van de Universiteit van Chicago ontdekten dat denken in een vreemde taal invloed heeft op besluitvorming, en mensen doorgaans meer rationeel doet beslissen.
De verklaring die zij aandragen is dat emoties sterker gekoppeld zijn aan onze moedertaal. Wanneer je in je moedertaal denkt, spelen die emoties automatisch mee, terwijl ze bij het denken in een vreemde taal meer op de achtergrond blijven, waardoor er ruimte ontstaat voor een meer logische afweging.
8. Met jezelf praten kan zorgen voor betere concentratie
Tegen jezelf praten voelt misschien wat vreemd als een ander het hoort, maar het is normaler en gezonder dan je zou denken. Een experiment van de Bangor Universiteit liet zien dat proefpersonen die instructies hardop voorlazen zich beter konden concentreren dan wie dat in stilte deed.
De verklaring die de onderzoekers geven, is dat hardop uitgesproken instructies beter in het geheugen worden opgeslagen. Daardoor herinnerden deelnemers zich later beter wat er precies had moeten gebeuren, en presteerden ze op de bijbehorende taak beter.
9. Strenge opvoeding hangt samen met kinderen die vaker liegen
Sommige ouders zetten strenge maatregelen in om respect van hun kinderen af te dwingen. Uit onderzoek blijkt dat dit ertoe kan leiden dat kinderen juist vaker gaan liegen, vooral uit angst voor straf.
Volgens Victoria Talwar, expert op het gebied van de sociaal-cognitieve ontwikkeling van kinderen, is dit liegen niet per se een slecht teken. Het vraagt van een kind namelijk om niet-lineair te denken en een goed werkgeheugen te gebruiken, vaardigheden die samenhangen met een bredere cognitieve ontwikkeling. Dat betekent niet automatisch dat vroeg liegende kinderen later per se intelligenter worden, de link tussen liegen en algemene intelligentie is genuanceerder dan dat, maar het laat wel zien dat liegen ook een teken van ontwikkeling kan zijn, in plaats van puur een karakterprobleem.
10. Jezelf onder druk zetten om je beter te voelen, werkt averechts

Onderzoek van de Universiteit van Berkeley laat zien dat wanneer je jezelf veroordeelt om je slechte gevoelens, je je uiteindelijk nog slechter gaat voelen. Dat sluit direct aan bij punt 6 van deze lijst.
Focussen op een negatieve emotie en die proberen weg te drukken, blijkt eerder psychologische stress te veroorzaken dan te verminderen. Simpelweg accepteren dat het gevoel er nu even is, zonder het meteen te willen ombuigen naar iets positiefs, zorgt op de langere termijn voor minder stress en een beter gevoel.
