Columbus, Cook en Piet Hein: allemaal mannen die de zeven zeeën bevoeren en nieuwe werelden op de kaart zetten. Hun namen kennen we uit de geschiedenisles. Wat opvalt, is dat vooral degenen die een boek over hun avonturen schreven zijn blijven hangen. Sterker nog, schrijvers zonder een greintje avonturierservaring genieten vaak meer naamsbekendheid dan echte pioniers.
Neem Jules Verne. Iedereen kent De reis om de wereld in tachtig dagen. Volgens een hardnekkig verhaal probeerde de jonge Verne ooit als verstekeling naar Indië te varen om een koralen ketting voor zijn nichtje te bemachtigen, waarna zijn vader hem in de laatste Franse haven onderschepte en hem liet beloven voortaan alleen nog in zijn fantasie te reizen. Dat verhaal komt uit de herinneringen van zijn nicht en wordt door biografen inmiddels als legende beschouwd. Verne reisde later overigens wel degelijk: hij bezat drie jachten en voer daarmee door de Middellandse Zee, langs Schotland en naar Scandinavië.
Dit lijstje gaat niet over fantasiereizen, en ook niet over mannen. Het gaat over reizen die echt beleefd zijn maar vaak in de vergetelheid raakten, deels omdat het geen stoere kerels waren die ze ondernamen maar vrouwen. De meeste dames hieronder leefden in een samenleving waarin van een vrouw werd verwacht dat ze thuisbleef.
Eén kanttekening vooraf: bijna al deze pioniers kwamen uit welgestelde families. Als vissersvrouw haalde je zulke kapriolen niet in je hoofd, al was het maar omdat niemand anders voor je kinderen zou zorgen. Er zullen net zoveel vastberaden vrouwen in de lagere standen hebben geleefd, maar het waren vooral de rijken die de ruimte kregen om te pionieren. We gaan chronologisch, dus de meest recente avonturier staat op nummer één. Dat betekent niet dat zij de beste was.
10. Jeanne Baret, 1740-1807

Jeanne Baret was de eerste vrouw die de wereld rondreisde, en ze deed dat vermomd als man onder de naam Jean Baret. Ze is bovendien de enige in deze lijst die niet uit een gegoede familie kwam. Ze werd geboren in La Comelle, een dorpje in Bourgondië in Midden-Frankrijk, als dochter van een dagloner die zo ongeletterd was dat hij het doopregister niet kon ondertekenen.
Merkwaardig genoeg blijkt uit latere documenten dat Jeanne zelf wél kon lezen en schrijven, en ze wist zoveel van plantkunde dat ze onderzoeksassistent kon worden van de naturalist Philibert Commerson. Rond 1760 werd ze zijn huishoudster. Toen zijn vrouw twee jaar later in het kraambed stierf, nam Jeanne het huishouden praktisch over. Dat ze meer deelden dan een schoon huis blijkt uit een nog bestaand document uit 1764, waarin Commerson als verwekker van haar kind wordt genoemd.
Toen Commerson in 1766 werd uitgenodigd voor de expeditie van Louis-Antoine de Bougainville, twijfelde hij: hij was vaak ziek en had verzorging nodig. Hij mocht een assistent meenemen, maar vrouwen waren op Franse marineschepen verboden. De oplossing lag voor de hand. Op 26-jarige leeftijd monsterde Jeanne verkleed als man aan op de Étoile in Rochefort. Omdat Commerson zoveel materiaal meesleepte, stond de kapitein zijn eigen hut aan hem en zijn assistent af, wat Jeanne waarschijnlijk heeft gered: enige privacy was onmisbaar.
Onderweg deed Jeanne het meeste werk. Ze versleepte materiaal, verzamelde specimens en hielp bij het catalogiseren. Samen legden ze de grootste privécollectie natuurhistorisch materiaal van hun tijd aan, ruim zesduizend planten. In Rio de Janeiro zou zij de klimplant hebben ontdekt die naar de kapitein werd vernoemd: de bougainville.
In 1768 kwam haar geslacht uit. Hoe precies is onduidelijk. Bougainvilles eigen journaal legt het bij de Tahitianen, die direct door de vermomming heen prikten. Andere bronnen wijzen op een grimmiger versie, waarbij bemanningsleden haar enkele maanden later op Nieuw-Ierland ontmaskerden en aanrandden. Dat Jeanne daarna een maand in de hut bleef, doet vermoeden dat er iets ernstigs is gebeurd.
Commerson en Jeanne bleven achter op Mauritius, wat de expeditieleider goed uitkwam: hij zag ertegenop bij thuiskomst uit te leggen dat hij met een illegale vrouw aan boord had gevaren. Commerson stierf daar in 1773 en liet haar zijn bezittingen en zeshonderd livre na. Jeanne nam een baan in een herberg, huwde in 1774 de Franse soldaat Jean Dubernat en voltooide met hem rond 1775 haar reis om de wereld. In 1785 kende de marine haar een jaarlijks pensioen van 200 livre toe, op persoonlijk verzoek van Bougainville, die haar in de begeleidende brief een buitengewone vrouw noemde. Ze stierf in 1807, 67 jaar oud.
9. Lady Hester Stanhope, 1776-1839

Hester Lucy Stanhope was de oudste dochter van Charles, de derde graaf Stanhope. In 1803 werd ze gastvrouw in het huishouden van haar oom William Pitt de Jongere, de Britse premier, die als ongehuwd man iemand nodig had om gasten te ontvangen. Ze werd bekend om haar schoonheid en haar conversatietalent. Toen Pitt in 1806 stierf, kende de staat haar een pensioen van 1.200 pond per jaar toe, destijds een fortuin.
In 1810 verliet ze Groot-Brittannië voorgoed, volgens geruchten na een romantische blamage, al is daar geen bron voor. Ze reisde met haar lijfarts Charles Meryon, die later haar biograaf werd, haar verzorgster Anne Fry en Michael Bruce, vermoedelijk haar geheime geliefde. Een storm strandde het gezelschap op Rhodos, waar al hun bezittingen verloren gingen. Ze leenden Turkse kleding van een lokale emir, maar Hester zag de noodzaak van een sluier niet in en trok mannenkleding aan. Die weigerde ze de rest van haar leven af te leggen.
Via Caïro, Gibraltar, Malta, Athene en Constantinopel kwam ze uiteindelijk in Ashkelon terecht, waar ze op basis van een Italiaans manuscript een begraven schat hoopte te vinden. Die vond ze niet. Wel stuitte ze op een groot marmeren standbeeld, dat ze aan stukken liet slaan en in zee liet gooien, om te bewijzen dat ze geen schatgraver was maar de Ottomaanse autoriteiten diende. Die opgraving uit 1815 geldt als de eerste moderne archeologische opgraving in het Heilige Land.
Hester vestigde zich in Djoun bij Sidon, in het huidige Libanon. Ze oefende daar grote invloed uit op de omliggende gemeenschappen en bood onderdak aan vluchtelingen. Op den duur kon ze haar levensstijl niet meer betalen en begonnen haar bedienden haar te bestelen. Ze werd steeds zonderlinger, ontving na donker geen bezoek meer en droeg een tulband over haar kaalgeschoren hoofd. Maar geen sluier.
8. Ida Laura Pfeiffer, 1797-1858

Ida Pfeiffer werd geboren in Wenen als dochter van de rijke handelaar Reyer. Als kind wilde ze niets weten van meisjesdingen, droeg ze het liefst jongenskleding en kreeg ze van haar vader de opleiding die normaal alleen jongens kregen. Toen hij stierf, was het paradijs voorbij: haar moeder dwong haar in japonnen en achter de piano.
In 1820 huwde ze de advocaat Mark Anton Pfeiffer, 24 jaar ouder en met vijanden op de verkeerde plekken. Ida hield het gezin drijvend met piano- en tekenlessen. Pas nadat haar man in 1838 was overleden en haar zoons het huis uit waren, kon ze haar kinderdroom waarmaken. In 1842, op 45-jarige leeftijd, vertrok ze naar Palestina en Egypte. Ze schreef er een boek over, en met de opbrengst betaalde ze de volgende reis. Dat werd haar methode: reizen, schrijven, opnieuw vertrekken.
Na Scandinavië en IJsland volgde in 1846 een reis om de wereld via Brazilië, Chili, Tahiti, China, India en Griekenland. Twee jaar deed ze erover. In 1851 vertrok ze opnieuw, naar Zuid-Afrika en door naar de Indische archipel, waar ze achttien maanden verbleef en Borneo, Sumatra en de Molukken bezocht, om via Australië, Californië, Oregon en Peru drie jaar later in Wenen terug te keren.
Haar boeken werden in zeven talen vertaald en ze werd lid van de geografische genootschappen van Berlijn en Parijs. Het Britse genootschap weigerde haar, omdat ze een vrouw was. In 1857 ging ze naar Madagaskar, waar ze werd ontvangen door koningin Ranavalona I en per ongeluk verstrikt raakte in een staatsgreep. De koningin liet alle betrokken Malagassiërs executeren maar zette de Europeanen slechts het land uit. Op de terugreis liep Ida een ziekte op waarvan ze nooit herstelde, vermoedelijk malaria. Ze stierf in 1858 in Wenen. Twee wereldreizen op haar naam, en dat voor een vrouw die pas na haar veertigste begon.
7. Alexandrine Tinné, 1835-1869
Tijd voor eigen bodem. Alexandrine Petronella Francina Tinné was een Haagse, geboren als dochter van de rijke handelaar Philip Frederik Tinné en barones Henriette van Capellen, dochter van vice-admiraal Theodorus Frederik van Capellen. Haar vader was 63 toen ze werd geboren en stierf toen ze tien was, waarmee Alexandrine in één klap de rijkste erfdochter van Nederland werd.
Moeder en dochter deelden één overtuiging: de wereld moet verkend worden. Ze reisden samen naar Noorwegen, Italië, het Midden-Oosten en Egypte, waar ze als eerste vrouwen de Nijl stroomopwaarts volgden tot ver het zuiden in. In 1861 vertrokken ze vanuit Caïro voor een expeditie naar Midden-Afrika. Het werd een helletocht. Expeditielid Hermann Steudner bezweek aan koorts, en een maand later stierven ook Alexandrines moeder, haar tante en twee dienstmeisjes. Zwaar gehavend keerde de expeditie in 1864 terug in Khartoem.
Haar halfbroer reisde helemaal naar Caïro om haar over te halen naar huis te komen. Er was geen beginnen aan. Hij keerde terug met de lichamen van haar moeder en tante, en met haar beste wensen. In 1869 waagde Alexandrine een tocht door de Sahara om de Toearegs te ontmoeten, vertrekkend vanuit Tripoli. Op 1 augustus van dat jaar werd ze vermoord, vermoedelijk door leden van haar eigen karavaan. Over het motief bestaan verschillende theorieën: haar gidsen zouden hebben geloofd dat haar watertanks van binnen met goud bekleed waren, of de moord was bedoeld om aan te tonen dat de plaatselijke heerser te zwak was om reizigers te beschermen. Ze werd 33 jaar.
6. Annie Edson Taylor, 1838-1921

De voorgaande dames reisden de wereld rond, maar dat was voor de Amerikaanse Annie kennelijk niet spectaculair genoeg. Zij werd beroemd door in een houten ton over de Niagarawatervallen te gaan.
Annie was een van de acht kinderen van molenaar Merrick Edson. Rijk was het gezin niet, maar Annie kreeg voldoende onderwijs om onderwijzeres te worden. Ze verloor haar zoontje jong en haar man David niet lang daarna. De jaren erna gaf ze les op steeds andere plekken: dansles in Bay City, muziekles in Sault Ste. Marie, en verder tot in San Antonio en Mexico-Stad.
Rond 1900 was ze 62 en dreigde het armenhuis. Ze bedacht dat ze een pensioen bij elkaar kon verdienen door de Niagara Falls af te dalen in een ton, speciaal gemaakt van eikenhout en ijzer en van binnen bekleed met matras. Niemand wilde aanvankelijk meewerken aan wat iedereen als zelfmoordpoging zag, dus deed ze eerst een test met een kat in de ton. Die overleefde de val over Horseshoe Falls, en dat was voor Annie voldoende bewijs.
Op haar 63ste verjaardag, 24 oktober 1901, klom ze met haar geluksbrenger in de ton. Ze viel en ze overleefde. Achteraf zei ze tegen de pers dat ze het niemand zou aanraden en nog liever voor de mond van een kanon ging staan. Het grote geld leverde het niet op, maar met het poseren voor foto’s met toeristen hield ze zich staande. Ze stierf op 82-jarige leeftijd en ligt begraven in de stuntafdeling van Oakwood Cemetery bij Niagara Falls.
5. Calamity Jane, 1852-1903

Martha Jane Canary was een frontierwoman, een vrouw die de Amerikaanse grens met de wildernis verkende. Ze werkte als scout en stond bekend om haar eigen bewering dat ze bevriend was met Wild Bill Hickok.
Als oudste van zes kinderen verhuisde ze op haar dertiende met haar vader van Missouri naar Montana; haar moeder stierf onderweg. Een jaar later stierf ook haar vader, waarna Martha op vijftienjarige leeftijd de zorg voor het gezin overnam. Ze nam elke baan aan die ze kon krijgen. In 1874 vond ze de positie die haar beroemd zou maken, als scout bij Fort Russell. Rond diezelfde tijd werkte ze ook als prostituee bij Fort Laramie. Anders dan alle andere vrouwen in deze lijst kreeg Martha geen letter onderwijs, alleen de lessen van de wildernis.
Haar bijnaam zou ze hebben gekregen tijdens een expeditie voor het leger in de oorlog tegen de inheemse bevolking. Toen haar kapitein in een hinderlaag werd geraakt, ving Martha hem op en bracht hem heelhuids terug, waarna hij haar Calamity Jane doopte. Of dat echt zo is gegaan, is de vraag: andere bronnen melden dat ze nooit in een vuurgevecht terechtkwam. Martha was bovendien uitstekend in staat een sterk verhaal zo geloofwaardig te vertellen dat iedereen het ging geloven. Zeker is wel dat ze de naam met plezier droeg.
In 1881 kon ze een eigen ranch met saloon kopen in Montana. Ze trouwde met Clinton Burke en kreeg een dochter, die al snel bij adoptieouders terechtkwam. Daarna ging het bergafwaarts. Vanaf 1893 trad ze op als verhalenverteller in Buffalo Bill’s Wild West Show, maar ze was inmiddels depressief en alcoholiste. Ze stierf in 1903 in een hotel in Terry, vlak bij Deadwood in Zuid-Dakota, en werd op eigen verzoek naast Wild Bill Hickok begraven.
4. Nellie Bly, 1864-1922

Nellie Bly was het pseudoniem van de Amerikaanse journaliste Elizabeth Jane Cochran. Ze reisde de wereld rond in 72 dagen, acht sneller dan het boek van Jules Verne, en deed zich eerder al voor als geesteszieke om van binnenuit te kunnen rapporteren over de psychiatrische inrichtingen van haar tijd. Daarmee geldt ze als grondlegger van de onderzoeksjournalistiek.
Haar carrière begon met een woedebrief. Toen de Pittsburgh Dispatch een artikel publiceerde onder de kop “waar meisjes toch goed voor zijn”, schreef ze een vlijmscherpe reactie aan de redactie. Redacteur George Madden was zo onder de indruk dat hij via een advertentie in zijn eigen krant vroeg wie de schrijfster was. Toen Nellie zich meldde, bood hij haar meteen werk aan.
Ze schreef eerst over de zware omstandigheden van vrouwelijke fabrieksarbeiders, maar de krant duwde haar richting kunst en mode. Ze vertrok naar New York en overtuigde Joseph Pulitzer van de New York World van een stuk over het gesticht op Blackwell’s Island. Nellie veinsde een aanval van hysterie en werd door meerdere gekwalificeerde artsen als hopeloos geval afgeschreven. Wat ze binnen aantrof was ontluisterend. Ze schreef dat niets sneller waanzin zou opwekken dan die behandeling: wie er niet gek binnenkwam, werd het er wel.
Op 14 november 1889 vertrok ze met de stoomboot Augusta Victoria voor haar reis van 24.899 mijl, via Engeland, Frankrijk, waar ze Jules Verne persoonlijk ontmoette, het Suezkanaal, Colombo, Singapore, Hongkong en Japan. Via telegraaf hield ze contact met haar krant, die haar vorderingen op de voet volgde. Ze kwam terug na precies 72 dagen, zes uur, elf minuten en veertien seconden. Het record hield het niet lang: een paar maanden later deed George Francis Train, met een toepasselijke achternaam, er 67 dagen over.
Nellie trouwde met miljonair Robert Seaman, ruim veertig jaar ouder, stopte met de journalistiek en werd president van de Iron Clad Manufacturing Company. Ze stierf in 1922 op 57-jarige leeftijd.
3. Alexandra David-Néel, 1868-1969

Alexandra David-Néel is vooral bekend om haar bezoek aan de verboden stad Lhasa in 1924, maar schreef daarnaast zo’n dertig boeken over oosterse religie en filosofie.
Ze werd geboren in Saint-Mandé en verhuisde op haar zesde naar Brussel. Op haar achttiende had ze Engeland, Zwitserland en Spanje al bezocht, wat destijds heel wat was. Ze verdiepte zich in de theosofie van Madame Blavatsky en verkeerde graag onder feministen en anarchisten. In 1890 reisde ze op 22-jarige leeftijd in haar eentje naar India, en keerde pas terug toen het geld op was.
In 1904 huwde ze de ingenieur Philippe Néel, maar in 1911 vertrok ze alweer naar India voor een studie boeddhisme. In Sikkim ontmoette ze kroonprins Sidkeong Tulku Namgyal, wiens spirituele zuster en mogelijk geheime geliefde ze werd, en in 1912 sprak ze tweemaal met de dertiende dalai lama. Tussen 1914 en 1916 leefde ze in een grot in Sikkim, samen met de jonge monnik Aphur Yongden, die haar levenslange reisgenoot werd en die ze later adopteerde.
Hun eerste poging Tibet binnen te dringen strandde: ze werden ontdekt en verdreven. Terugkeren naar Europa kon niet vanwege de Eerste Wereldoorlog, dus reisden ze door naar Japan. In 1924 lukte het wel, vermomd als bedelende pelgrims. Ze verbleven twee maanden in de heilige stad. Pas in 1946 keerde Alexandra terug naar Frankrijk, 78 jaar oud, waar ze zich vestigde in Digne-les-Bains in de Provence. Yongden stierf in 1955. Alexandra werd honderd, wat je een mooie aanbeveling voor de boeddhistische levensstijl kunt noemen. Haar as werd samen met die van Yongden over de Ganges verstrooid, geheel volgens haar wens.
2. Amelia Earhart, 1897-1937

Amelia Mary Earhart werd geboren in Atchison, Kansas. Ze groeide op in een gegoede familie, maar niet tot lief meisje: zij en haar zus mochten bloomers dragen, een vroege damesbroek, en trokken er van jongs af aan op uit. In 1904 bouwde ze met een oom een springschans naar het voorbeeld van iets in een pretpark. Haar eerste vlucht verliep dramatisch, ze overleefde hem net, en ze was voorgoed verkocht.
Het duurde nog even. Ze werd verpleegster bij het Rode Kruis, begon aan een studie medicijnen en stopte daar na een jaar mee. Pas in 1920 kreeg ze van Frank Hawks een vlucht aangeboden, en dat was de vlucht die haar verslaafd maakte. Ze werkte overal om haar vlieglessen te betalen bij Anita Snook, zelf een van de eerste vrouwen in de lucht. Aan haar imago werkte ze net zo hard: het verhaal wil dat ze drie nachten in haar nieuwe leren jack sliep om het gedragen te laten lijken. Binnen twee jaar vloog ze in haar knalgele Canary naar 4.300 meter, een record voor vrouwelijke piloten, en werd ze de zestiende vrouw met een officieel vliegbrevet.
Op 17 juni 1928 stak ze de Atlantische Oceaan over, twintig uur en veertig minuten later landde ze in Groot-Brittannië. Alleen zat ze daarbij als passagier aan boord, met twee anderen erbij. Niet solo genoeg voor Amelia. In mei 1932 deed ze het echt alleen, in veertien uur en 56 minuten, door ijzel en mist, met een landing in Ierland.
De logische volgende stap was een vlucht om de wereld. Tijdens de tweede poging, nadat de eerste op een technisch mankement was gestrand, verdween Amelia in juli 1937 boven de Grote Oceaan bij Howland Island, een minuscuul onbewoond eilandje halverwege Hawaï en Australië. De zoektocht werd de duurste reddingsoperatie die de Verenigde Staten tot dan toe hadden uitgevoerd, zo’n vier miljoen dollar, en leverde niets op. Amelia was veertig. Bewijs zullen we waarschijnlijk nooit krijgen, maar een zeemansgraf met haar vliegtuig als kist is het meest waarschijnlijke einde.
1. Junko Tabei, 1939-2016
Om deze westers gedomineerde lijst wat balans te geven staat op één een Japanse: Junko Tabei, de eerste vrouw die de Mount Everest beklom.
Junko studeerde Engelse literatuur en werd tijdens haar studie lid van de bergsportclub. Ze richtte een eigen klimclub voor Japanse vrouwen op en beklom de Fuji en de Matterhorn. Toen de krant Yomiuri een geheel vrouwelijk team naar Nepal wilde sturen, werden vijftien van de honderd vrijwilligsters geselecteerd. In mei 1975 werd hun kamp getroffen door een lawine. Junko raakte zes minuten bewusteloos onder de sneeuw voordat de sherpa’s haar uitgroeven. Twaalf dagen later stond ze als eerste vrouw op de top.
Ze was daarna niet meer te stuiten. In 1992 bereikte ze de top van Puncak Jaya en werd daarmee de eerste vrouw die de zeven toppen voltooide: de hoogste berg van elk werelddeel. Dat rijtje telt er in de praktijk acht, omdat bergbeklimmers het niet eens worden over Australië en Oceanië: sommigen rekenen de Kosciuszko mee (2.228 meter), anderen de zwaardere Puncak Jaya (4.884 meter). Tabei deed ze allebei. De rest bestaat uit de Everest, de Aconcagua in Zuid-Amerika (6.961 meter), de Denali in Alaska (6.194 meter), de Kilimanjaro in Afrika (5.895 meter), de Elbroes in de Kaukasus (5.642 meter, geldend als hoogste punt van Europa) en het Vinsonmassief op Antarctica. Die laatste is met 4.892 meter niet de hoogste, maar in die kou wel een van de zwaarste.
Er zijn natuurlijk veel meer vrouwen geweest die baanbrekende reizen ondernamen. Het past niet allemaal in een lijst; zelfs een top tien is bijna een boekwerk. En laten we eerlijk zijn: ook de avonturen van mannen zijn de moeite waard en verdienen een eigen top tien. Er wordt aan gewerkt.
[adsenseo]

1 reactie
Nou wat een lekkereh lekkereh nelpaarden