Luchtvaartmaatschappijen komen en gaan. Sinds de pioniersjaren van de burgerluchtvaart na de Eerste Wereldoorlog hebben honderden vliegbedrijven de deuren moeten sluiten door oorlogen, brandstofcrises, kapingen of moordende concurrentie. Toch is er een handvol luchtvaartmaatschappijen dat al bijna een eeuw, of zelfs langer, onafgebroken actief is gebleven. Dit zijn de tien oudste vliegmaatschappijen ter wereld die vandaag de dag nog altijd het luchtruim kiezen, op volgorde van oprichting.
10. Hawaiian Airlines

Hawaiian Airlines begon op 30 januari 1929 onder de naam Inter-Island Airways. Reizen tussen de eilanden van de Hawaïaanse archipel gebeurde tot die tijd per stoomboot, een ruwe tocht over open oceaan die rustig anderhalve dag in beslag nam.
De maatschappij startte met twee Sikorsky S-38 amfibievliegtuigen die plaats boden aan acht passagiers. Met die toestellen werd een overtocht tussen Honolulu en Hilo teruggebracht naar een paar uur. In 1941 werd de naam veranderd in Hawaiian Airlines en stapte het bedrijf over op moderne Douglas DC-3 toestellen.
Het bedrijf bezit een van de opmerkelijkste veiligheidsstatistieken in de luchtvaartgeschiedenis: in bijna honderd jaar van intensieve passagiersvluchten heeft Hawaiian Airlines nog nooit een dodelijk ongeval gekend met een straalvliegtuig.
9. LOT Polish Airlines
De Poolse regering richtte op 29 december 1928 een eigen nationale maatschappij op: Polskie Linie Lotnicze LOT. Het bedrijf ontstond door de samenvoeging van twee kleinere particuliere vliegbedrijven en voerde op 1 januari 1929 haar eerste officiële vluchten uit met Junkers F.13 toestellen.

Het herkenbare beeldmerk van LOT, een gestileerde kraanvogel in een cirkel ontworpen door graficus Tadeusz Gronowski, siert sinds 1929 onafgebroken de staartvleugels van de vloot. Tijdens de Duitse invasie in september 1939 wisten Poolse piloten zestien vliegtuigen ternauwernood naar Roemenië te evacueren.
Na de Tweede Wereldoorlog herrees de maatschappij onder communistisch bewind, waarbij decennialang uitsluitend met Sovjet-toestellen van Iljoesjin en Toepolev werd gevlogen. Na de val van het IJzeren Gordijn was LOT in 1989 de allereerste luchtvaartmaatschappij in Oost-Europa die overstapte op westerse Boeings.
8. Iberia

Iberia werd op 28 juni 1927 opgericht door de Baskische industrieel Horacio Echevarrieta, met financiële en technische steun van het Duitse Lufthansa. De openingsvlucht vond plaats op 14 december 1927 tussen Madrid en Barcelona, waarbij koning Alfonso XIII persoonlijk toekeek.
Tijdens de Spaanse Burgeroorlog van 1936 tot 1939 werd de vloot gevorderd voor militaire doeleinden. Na de oorlog nationaliseerde de overheid het bedrijf, waarna Iberia begon aan een gestage uitbreiding van haar netwerk.
In 1946 schreef Iberia luchtvaartgeschiedenis door als eerste Europese maatschappij na de Tweede Wereldoorlog een lijndienst naar Zuid-Amerika te openen. De route liep van Madrid via Villa Cisneros, Natal en Rio de Janeiro naar Buenos Aires. Die historische band met Latijns-Amerika vormt tot op de dag van vandaag de kern van het bedrijf.
7. Air Serbia

De geschiedenis van Air Serbia ligt in het toenmalige Koninkrijk van Serven, Kroaten en Slovenen, waar op 17 juni 1927 de maatschappij Aeroput werd opgericht. De maatschappij vloog vanuit Belgrado naar steden als Zagreb, Skopje en Wenen.
Na de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog herstartte het bedrijf in 1947 onder de naam JAT, wat stond voor Jugoslovenski Aerotransport. Tijdens de Koude Oorlog nam JAT een bijzondere positie in. Omdat het Joegoslavië van Tito niet gebonden was aan Moskou, vloog de maatschappij met Amerikaanse DC-9’s en Boeing 707’s naar zowel westerse hoofdsteden als bestemmingen achter het IJzeren Gordijn.
De Joegoslavische burgeroorlogen in de jaren negentig en internationale sancties brachten de onderneming aan de rand van de afgrond. In 2013 kocht Etihad Airways een groot minderheidsbelang en kreeg de vloot een grondige modernisering onder de naam Air Serbia. Inmiddels heeft de Servische staat alle aandelen weer volledig in eigen bezit.
6. Delta Air Lines

De grootste maatschappij uit deze lijst begon niet met passagiers of postzakken, maar met het bestrijden van de katoensnuitkever. Op 2 maart 1925 richtten ingenieurs in Macon in de staat Georgia Huff Daland Dusters op, het eerste commerciële landbouwsproeibedrijf ter wereld.
Toen het bedrijf naar Monroe in Louisiana verhuisde, kocht een groep lokale investeerders onder leiding van directeur Collett E. Woolman de onderneming op. Zij doopten het bedrijf in 1928 om tot Delta Air Service, een verwijzing naar de vruchtbare Mississippi-delta.
Op 17 juni 1929 stapten de eerste passagiers aan boord van een Travel Air eendekker voor een vlucht van Dallas naar Jackson, gezeten op eenvoudige rieten stoeltjes. Door strategische overnames van reuzen als Pan Am en Northwest Airlines groeide Delta uit tot een vloot van ruim negenhonderd toestellen die jaarlijks zo’n tweehonderd miljoen reizigers vervoert.
5. Finnair

Op 1 november 1923 richtte luitenant Bruno Lucander in Helsinki de maatschappij Aero O/Y op. Finland kende in die tijd nauwelijks verharde vliegvelden, maar wel duizenden meren en een lange kustlijn.
De eerste toestellen waren daarom Duitse Junkers F.13 watervliegtuigen. In de zomer stegen ze op met drijvers vanaf het water, in de winter werden die vervangen door metalen ski’s om op ijsvlaktes te kunnen landen. De eerste lijndienst vertrok in maart 1924 over de Finse Golf met post naar het Estse Tallinn.
Pas na de Tweede Wereldoorlog werden er vaste vliegvelden op land aangelegd en verdwenen de watervliegtuigen naar het museum. In 1953 nam de onderneming de naam Finnair aan. De maatschappij zette zichzelf in 1983 op de wereldkaart door als eerste West-Europese maatschappij non-stop naar Tokio te vliegen, via een gewaagde route recht over de Noordpool om het gesloten luchtruim van de Sovjet-Unie te omzeilen.
4. Aeroflot

Op 9 februari 1923 nam de pas opgerichte Sovjet-Unie het besluit om een eigen burgerluchtvaart op te bouwen. Een maand later, op 17 maart 1923, zag de maatschappij Dobrolet het levenslicht, wat letterlijk ‘goede vlucht’ betekent.
De eerste reguliere verbinding ging in juli van dat jaar van start tussen Moskou en Nizjni Novgorod over een afstand van 420 kilometer. Een Duitse Junkers F.13 vervoerde vier passagiers per vlucht. In 1932 werden alle civiele vliegdiensten in het land samengevoegd onder de staatsnaam Aeroflot.
In de Sovjettijd was Aeroflot geen gewone luchtvaartmaatschappij, maar een gigantisch staatsministerie dat verantwoordelijk was voor alles wat vloog. Ze voerden niet alleen passagiersvluchten uit, maar deden ook aan gewasbescherming, ambulancevluchten en poolexpedities. In de jaren tachtig vervoerde de vloot meer dan honderd miljoen reizigers per jaar, waarmee het veruit de grootste maatschappij ter wereld was. Na 1991 viel het staatsbedrijf uiteen, maar de kern bleef als nationale maatschappij van Rusland overeind.
3. Qantas

Twee piloten uit de Eerste Wereldoorlog, Hudson Fysh en Paul McGinness, richtten op 16 november 1920 in het gehucht Winton de Queensland and Northern Territory Aerial Services op. Het doel was om de afgelegen nederzettingen in de Australische outback te verbinden, waar een reis per koets of te paard wekenlang ploeteren betekende.
Hun eerste vliegtuig was een Avro 504K tweedekker van linnen en hout. De piloot en één passagier zaten met een stofbril en leren vliegeniersmuts in de open buitenlucht. Pas in november 1922 stapte de eerste betalende reiziger in: de 84-jarige pionier Alexander Kennedy, die een ticket kocht voor de route tussen Longreach en Cloncurry.
In 1935 vloog Qantas voor het eerst internationaal naar Singapore, wat de basis legde voor de Kangaroo Route naar Londen. Door de decennia heen bouwde de maatschappij een legendarische veiligheidsreputatie op. De film Rain Man uit 1989 hielp het gerucht de wereld in dat Qantas nog nooit een vliegtuig verloor. Dat klopt niet helemaal voor de begintijd met propellervliegtuigen voor 1951, maar in het moderne straalvliegtuigtijdperk heeft Qantas inderdaad nooit een dodelijk ongeluk gekend.
2. Avianca

Op 5 december 1919 richtte een groep van vijf Colombiaanse zakenlieden en drie Duitse immigranten in Barranquilla de maatschappij SCADTA op. Het is daarmee de oudste continu vliegende luchtvaartmaatschappij op het hele Amerikaanse continent.
Het bergachtige Andes-landschap van Colombia maakte reizen over land destijds een beproeving. Een tocht van de Caribische kust naar de hoofdstad Bogotá over de Magdalena-rivier duurde per raderboot en muildierkaravaan minstens twee weken. Met twee Junkers F.13 watervliegtuigen vloog SCADTA die afstand ineens in een paar uur.
Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog zag de Amerikaanse regering die Duitse piloten vlak bij het strategische Panamakanaal als een enorm veiligheidsrisico. Onder zware diplomatieke druk kocht de Amerikaanse maatschappij Pan Am in het geheim een meerderheidsbelang, waarna de Duitse medewerkers werden weggewerkt. In juni 1940 fuseerde het bedrijf met concurrent SACO tot Avianca. De Colombiaanse maatschappij overleefde meerdere faillissementen en herstructureringen en blijft een van de reuzen van Zuid-Amerika.
1. KLM

De Koninklijke Luchtvaart Maatschappij voor Nederland en Koloniën werd op 7 oktober 1919 opgericht in Den Haag door luitenant-vlieger Albert Plesman en een groep bankiers. Koningin Wilhelmina verleende al voor de daadwerkelijke oprichting het predicaat Koninklijk. Daarmee is KLM de alleroudste vliegmaatschappij ter wereld die nog altijd onder haar oorspronkelijke naam actief is.
De eerste vlucht vertrok op 17 mei 1920 vanaf vliegveld Croydon bij Londen naar Schiphol, gevlogen door de Britse piloot Jerry Shaw in een gehuurde De Havilland DH-16. Aan boord zaten twee journalisten, een brief van de Londense burgemeester en een stapel Britse ochtendkranten. Schiphol was op dat moment nog een modderig grasveld met een houten keet.
In 1924 zette Plesman een wereldprestatie neer met de eerste vlucht naar Batavia in Nederlands-Indië. De tocht met een Fokker F.VII duurde 55 dagen, inclusief een wekenlang oponthoud in Bulgarije om een kapotte motor te vervangen. Vanaf 1930 werd de route een vaste lijndienst en gold het decennialang als de langste geregelde vliegverbinding ter wereld. Direct na de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog bouwde Plesman de vloot in hoog tempo weer op, met de befaamde lijndienst naar New York in 1946 als kroon op het herstel.