In januari zaten duizenden Nederlanders weer klaar met een kop koffie voor de jaarlijkse “Tuinvogeltelling”. Het blijft een fascinerend gezicht om te zien welke vogels onze achtertuinen uitkiezen als hun favoriete hangplek. De telling van 2025 liet een interessant beeld zien; door het grillige weer van de afgelopen tijd zochten sommige soorten juist vaker de beschutting van de stad op.
Hieronder vind je de geactualiseerde top tien van de meest getelde vogels in de Nederlandse tuinen. De resultaten vertellen niet alleen wie er het meest aanwezig is, maar ook hoe het met de biodiversiteit in onze eigen buurt gaat.
10. Turkse tortel

Hoor je een herhalend “pwo-peetje” in de vroege ochtend? Dan is de kans groot dat de Turkse tortel in de buurt is. Deze duif is een stuk slanker en lichter dan de gemiddelde stadsduif. Je herkent hem direct aan zijn beige verenkleed en het karakteristieke zwarte streepje in de nek.
Deze vogels zijn echte doorzetters. Ze broeden namelijk bijna het hele jaar door. Hoewel hun nesten vaak aanvoelen als een slordige verzameling takjes die elk moment uit de boom kan vallen, slagen ze er toch steeds weer in om nieuwe jongen groot te brengen.
9. Ekster

De ekster is een opvallende verschijning in de tuin. Met zijn zwart-witte verenkleed en die prachtige blauwe glans op de vleugels kun je hem niet missen. Het zijn ontzettend intelligente vogels die tot de kraaienfamilie behoren en ze staan erom bekend dat ze alles eten wat ze tegenkomen.
Hoewel ze soms een slechte naam hebben omdat ze eieren van andere vogels roven, zijn het ook zorgzame ouders. Ze vormen vaak paren voor het leven. In de winter zie je ze regelmatig gezellig in groepjes door de buurt struinen op zoek naar restjes voedsel.
8. Roodborst

De “Roodborst” is voor veel mensen de favoriete wintergast. Met zijn oranje borstje en brutale kraaloogjes hopt hij vaak vlak achter je aan als je in de tuin werkt, hopend dat je wat wormpjes omhoog spit. In tegenstelling tot veel andere vogels verdedigt de roodborst zijn territorium ook in de winter fel.
Wist je dat zowel de mannetjes als de vrouwtjes zingen? Dat is vrij uniek in de vogelwereld. Hun melancholische liedje is vaak een van de weinige geluiden die je hoort op een koude, grijze winterdag. Ze zijn tijdens de telling van 2025 weer stevig in de top tien teruggekeerd.
7. Houtduif

De “Houtduif” is de zwaargewicht van de tuin. Het is onze grootste duivensoort, herkenbaar aan de witte vlekken in de nek die pas zichtbaar worden als ze volwassen zijn. Ze kunnen nogal lomp landen op een voederplank, waarbij de rest van de vogels vaak direct het hazenpad kiest.
Ondanks hun wat onhandige voorkomen zijn het krachtige vliegers. Ze bouwen hun nesten vaak hoog in de bomen en laten zich niet snel wegjagen door een ekster of kauw. Het zijn echte liefhebbers van granen en zaden, dus een strooimix op de grond is voor hen een waar feestmaal.
6. Kauw

Deze kleine, grijze kraaiachtigen zie je vrijwel nooit alleen. “Kauwen” zijn enorm sociaal en trekken vaak in grote groepen op. Ze zijn herkenbaar aan hun lichtgrijze nek en hun opvallende, lichtblauwe ogen. Het zijn misschien wel de slimste vogels die je in de stad kunt tegenkomen.
Ze passen zich moeiteloos aan de mens aan. Of het nu gaat om het leeghalen van een prullenbak of het behendig stelen van een hondenbrokje; de kauw weet altijd een gaatje te vinden. In de tuin zie je ze vaak in paren, want ook zij blijven hun partner meestal trouw tot de dood hen scheidt.
5. Vink
De “Vink” is een vrolijke verschijning die vooral op de grond onder de voedertafel te vinden is. Het mannetje is prachtig gekleurd met een roodbruine borst en een grijsblauwe kruin, terwijl het vrouwtje wat onopvallender olijfgroen is. Ze zijn meesters in het oppikken van kleine zaadjes die andere vogels laten vallen.
Hun zang is wereldberoemd en wordt vaak de “vinkenslag” genoemd. Tijdens de wintermaanden trekken ze vaak samen op met andere vinkachtigen. Het zijn echte bosvogels die de laatste jaren steeds vaker de beschutting van groene tuinen opzoeken om de winter door te komen.
4. Merel

De “Merel” heeft de afgelopen jaren een flinke tik gehad door het Usutu-virus, maar gelukkig zien we de populatie in 2025 weer duidelijk herstellen. Het diepzwarte mannetje met zijn feloranje snavel is een van de beste zangers van Nederland. Zodra de schemering invalt, klimt hij naar de hoogste boomtop voor zijn concert.
Vrouwtjes zijn bruin en gevlekt, waardoor ze perfect gecamfuleerd zijn als ze op het nest zitten. Merels zijn dol op appels en rozijnen, maar ze zijn ook de onbetwiste koningen van het gazon waar ze met een schuin kopje luisteren naar bewegende wormen onder de grond.
3. Pimpelmees
Met zijn blauwe petje en gele buik is de “Pimpelmees” een van de meest kleurrijke verschijningen aan de vetbol. Het zijn behendige acrobaten die moeiteloos ondersteboven aan een pindasnoer blijven hangen. Ze zijn een fractie kleiner dan de koolmees, maar laten zich de kaas niet van het brood eten.
Pimpelmezen zijn enorm nuttig voor tuiniers omdat ze enorme hoeveelheden bladluizen en rupsen eten. Ze maken dankbaar gebruik van nestkastjes met een kleine opening. In de winter zie je ze vaak in “mezenbollen” hangen, waar ze met hun kleine snaveltjes razendsnel de vetste hapjes eruit pikken.
2. Koolmees

De “Koolmees” is de grotere broer van de pimpelmees en voert vaak de regie rond de voertafel. Je herkent hem aan zijn glanzend zwarte kop en de zwarte “stropdas” over zijn gele borst. Hoe breder die zwarte streep is, hoe dominanter het mannetje meestal is binnen de groep.
Het zijn slimme vogels die zich snel aanpassen. Ze hebben een breed scala aan roepjes; soms klinken ze zelfs een beetje als een fietspompje of een sirene. Ze zijn zeer algemeen in heel Nederland en hun aantal blijft stabiel, mede dankzij de vele mensen die in de winter bijvoeren.
1. Huismus
Ondanks dat de “Huismus” het al jaren moeilijk heeft door een gebrek aan goede nestelplekken onder moderne daken, staat hij in 2025 nog steeds onbetwist op nummer één. Mussen zijn echte gezelschapsdieren. Je ziet ze zelden alleen; ze kwetteren en badderen het liefst in grote groepen in de heg.
Om de huismus te helpen, is het belangrijk om struiken in de tuin te hebben waar ze in kunnen schuilen. Ze houden van een zandbad om hun veren schoon te houden en zijn dol op “mussenvilla’s” waar ze met meerdere gezinnen tegelijk kunnen wonen. Hun aanwezigheid maakt elke tuin direct een stuk levendiger.
4 reacties
ik vind de merel een mooie vogel en de naam ook want mijn nicht heet ook merel
Ja! Wat leuk zeg, goh heet je nicht Merel, jeetje wat leuk. Boeiend ook zeg! Goh, leuk hoor
haha
Leuk he mensen afzeiken……