Sommige van de beste albums aller tijden zijn gemaakt door muzikanten die elkaar buiten de opnamestudio niet konden luchten of zien. Creatieve genialiteit en pure haat bleken in de popgeschiedenis vaker wel dan niet de perfecte formule voor een tijdloos meesterwerk.
1. Fleetwood Mac en Rumours
Twee stellen die uit elkaar vallen terwijl ze samen een album opnemen. Dat is een recept voor een ramp, maar voor Fleetwood Mac werd het de formule voor een van de bestverkochte platen aller tijden.
In 1976 arriveerde de band in Californië om aan hun nieuwe project te werken. Lindsey Buckingham en Stevie Nicks hadden net hun relatie beëindigd. John en Christine McVie waren bezig met hun scheiding en drummer Mick Fleetwood ontdekte dat zijn vrouw een affaire had.
De studiosessies veranderden in een emotioneel mijnenveld vol cocaïne en passief-agressieve nummers. Buckingham schreef Go Your Own Way als een woedende sneer naar Nicks, inclusief een tekstregel over een vrouw die met anderen het bed deelt. Nicks haatte die regel, maar zong hem toch. Zij schreef op haar beurt Dreams, een melancholische afrekening met hun mislukte relatie.
Het resultaat was verbluffend. De plaat verkocht wereldwijd meer dan veertig miljoen exemplaren en won een Grammy voor Album of the Year.
2. The Beatles en The White Album
Na hun spirituele retraite in India keerde The Beatles in 1968 terug naar de Abbey Road Studios. De onderlinge sfeer was killer dan ooit. John Lennon nam zijn nieuwe partner Yoko Ono mee naar de opnames. Zij zat prominent naast hem in de studio en leverde soms zelfs commentaar op de muziek. Paul McCartney, George Harrison en Ringo Starr vonden deze inbreuk op hun heilige studiopolitiek vreselijk.
De spanning bereikte een kookpunt in augustus 1968. Ringo Starr voelde zich buitengesloten en bekritiseerd door de rest, waarna hij besloot de handdoek in de ring te gooien. De overige drie Beatles namen het nummer Back in the U.S.S.R. simpelweg zonder hem op, met Paul achter het drumstel. Tien weken later keerde Ringo terug. Hij trof zijn drumstel versierd aan met bloemen, een welkomstgebaar van George.
Het dubbelalbum bevat dertig nummers, maar de vier bandleden zijn zelden tegelijkertijd op één track te horen. Veel materiaal werd solo of in wisselende combinaties opgenomen. John Lennon stelde later dat de aanstaande breuk van de band al duidelijk doorklonk op deze plaat.
3. The Eagles en Hotel California
The Eagles kampten altijd al met interne spanningen. Tijdens de opnames van Hotel California in 1976 escaleerde de situatie verder. Oprichter Bernie Leadon was het jaar ervoor al vertrokken nadat hij een glas bier over het hoofd van Glenn Frey had gegoten. Zijn vervanger Don Felder componeerde de muzikale basis van de iconische titeltrack, maar de interne waardering daarvoor bleef beperkt.
De echte klap volgde toen Felder zijn eigen nummer Victim of Love wilde inzingen. De bandleden lieten Felder door hun manager meenemen voor een uitgebreide lunch. In zijn afwezigheid wisten ze zijn vocale opnames en zong Don Henley de track opnieuw in. Felder heeft hen die actie nooit vergeven.
Het album werd een commercieel megasucces, maar de giftige sfeer bleef jarenlang doorsudderen. Dit culmineerde uiteindelijk in een explosieve ruzie tijdens een benefietconcert voor senator Alan Cranston in 1980. Na afloop stonden de muzikanten backstage klaar om met elkaar op de vuist te gaan. Enkele dagen later hield de band officieel op te bestaan.
4. Oasis en (What’s the Story) Morning Glory?
De gebroeders Gallagher waren al berucht om hun vechtpartijen toen ze in 1995 naar Wales trokken voor hun tweede album. De opnames verliepen zeer chaotisch. Het proces werd voortdurend onderbroken door felle ruzies tussen Noel en Liam Gallagher.
Aan het einde van de eerste week barstte de bom definitief. Liam had een groep vrienden uit de kroeg meegenomen naar de studio, precies op het moment dat Noel aan het werk was. De situatie liep volledig uit de hand. Noel sloeg Liam volgens de overlevering met een cricketbat op zijn hoofd, waarna Liam een vuilnisbak naar de wegrijdende auto van zijn broer wierp.
De opnames kwamen tijdelijk stil te liggen, maar de broers keerden uiteindelijk terug naar de mengtafel. Het album verkocht meer dan twintig miljoen exemplaren en werd het bestverkochte Britse album van de jaren negentig. De broers bleven ruziën tot hun definitieve breuk in 2009.
5. Pink Floyd en The Wall
Tegen de tijd dat Pink Floyd in 1979 begon met de opnames van The Wall, smeulden de spanningen al jaren. Roger Waters had het album grotendeels alleen geschreven, gebaseerd op zijn eigen jeugdtrauma’s. David Gilmour en de rest van de band voelden zich steeds meer buitenspel gezet door Waters’ groeiende controle over het creatieve proces.
De opnamesessies veranderden in een psychologische oorlog. Waters ontsloeg toetsenist Richard Wright zelfs tijdens de productie. Wright mocht de latere tournee wel afmaken, maar dan als betaalde sessiemuzikant in plaats van volwaardig bandlid. Co-producer Bob Ezrin moest voortdurend bemiddelen tussen de kemphanen.
Het iconische Comfortably Numb ontstond uit een van deze felle conflicten. Het nummer was oorspronkelijk een demo van Gilmour, maar Waters claimde het voor zijn concept. Het bleek de laatste studio-opname waarop de klassieke bezetting van Pink Floyd samenwerkte.
6. Simon & Garfunkel en Bridge Over Troubled Water
Paul Simon en Art Garfunkel kenden elkaar sinds de basisschool, maar tegen 1969 was hun vriendschap bekoeld. Tijdens de opnames van hun laatste studioalbum was Garfunkel vaak afwezig vanwege zijn rol in de film Catch-22. Wat een korte bijrol had moeten zijn, strekte zich uit over maanden tot grote frustratie van Simon.
Simon kanaliseerde zijn irritatie in nummers als The Only Living Boy in New York, een subtiele steek naar zijn afwezige partner. Aan het einde van de rit konden de twee het bovendien niet eens worden over de definitieve tracklist, waardoor ze elkaars suggesties simpelweg weigerden op te nemen.
De titeltrack zelf werd een bron van langdurige wrok. Simon schreef het nummer en liet Garfunkel de solovocalen zingen. Toen het album uitkwam en alle lof naar Garfunkel ging, kreeg Simon spijt van die beslissing. Bridge Over Troubled Water won zes Grammy’s, maar het betekende wel het definitieve einde van het duo.
7. Guns N’ Roses en Use Your Illusion I & II
Na het succes van hun debuutalbum begon frontman Axl Rose steeds meer controle over Guns N’ Roses te eisen. De opnames voor de Use Your Illusion-albums waren een slopende aangelegenheid die jaren duurde. Het proces werd gekenmerkt door zwaar drugsgebruik, ontslagen en eindeloze ruzies.
Drummer Steven Adler werd vanwege zijn heroïneverslaving ontslagen en ook manager Alan Niven werd eruit gewerkt. Axl communiceerde in die periode steeds vaker via advocaten in plaats van rechtstreeks met zijn muzikanten. De introductie van synthesizers en complexe orkestarrangementen stuitte bovendien op flinke weerstand van gitarist Slash.
Om de band destijds bij elkaar te houden, ging de rest uiteindelijk akkoord met Axls visie. De twee albums verkochten samen meer dan dertig miljoen exemplaren. De slopende wereldtournee die volgde, vergrootte de onderlinge kloof echter alleen maar, waarna de klassieke bezetting volledig uiteenviel.
8. The Beach Boys en Pet Sounds
Brian Wilson had een duidelijke visie voor Pet Sounds: hij wilde een album maken dat kon concurreren met het artistieke niveau van The Beatles. Zijn bandgenoten, met name neef Mike Love, dachten daar heel anders over. Love vond de experimentele, psychedelische richting een bedreiging voor hun succesvolle surfrockformule.
Terwijl de rest van The Beach Boys in Japan toerde, werkte Wilson thuis met sessiemuzikanten aan het album. Toen de band terugkeerde en de opnames hoorde, was de reactie lauw. Love vond de teksten te pretentieus en weigerde aanvankelijk bepaalde regels te zingen. Hij noemde het project smalend Brians egomuziek.
Het nummer Hang On to Your Ego werd na felle discussies zelfs aangepast naar I Know There’s an Answer om Love tegemoet te komen. Pet Sounds wordt nu beschouwd als een van de grootste meesterwerken uit de popmuziek. De ruzies in de studio vormden echter de basis voor decennia aan rechtszaken en vetes binnen de familie.
9. The Clash en Combat Rock
Tegen 1982 was The Clash intern verdeeld over de muzikale koers van de band. Combat Rock zou hun commercieel succesvolste plaat worden, maar de opnames in de studio waren een drama. Frontman Joe Strummer en gitarist Mick Jones stonden lijnrecht tegenover elkaar.
Jones wilde experimenteren met dansbare beats en elektronische invloeden, terwijl Strummer juist wilde vasthouden aan de rauwe punkwortels van de band. Drummer Topper Headon worstelde ondertussen met een zware verslaving die zijn functioneren ernstig belemmerde. De bandleden konden het bovendien niet eens worden over de uiteindelijke mix van de nummers.
Uiteindelijk werd producer Glyn Johns ingeschakeld om orde in de chaos te scheppen en de plaat in te korten. Het album leverde grote hits op zoals Should I Stay or Should I Go. De creatieve chemie was echter verdwenen; kort na de release werd Headon ontslagen en niet veel later moest ook Jones de band verlaten.
10. The Kinks en Lola Versus Powerman
Ray en Dave Davies waren broers die elkaar afwisselend adoreerden en verafschuwden. Hun felle ruzies waren legendarisch, zowel backstage als op het podium. De spanningen tussen de twee waren tijdens de opnames van Lola Versus Powerman in 1970 al duidelijk aanwezig, al zouden hun meest destructieve conflicten vooral in latere jaren plaatsvinden.
Het album was een conceptplaat over de uitbuiting binnen de muziekindustrie. Dat thema kreeg extra lading door de voortdurende interne discussies over songwritingcredits en royalties. Ray schreef vrijwel alle nummers, waardoor Dave zich gemarginaliseerd en ondergewaardeerd voelde.
De sessies verliepen stroef door schreeuwpartijen en periodes waarin de broers weigerden in dezelfde ruimte te verblijven. Toch leverden ze met Lola een absolute wereldhit af. De Davies-broers bleven ruziën tot The Kinks in 1996 definitief ophield te bestaan.
