Je wijst naar iets en zegt: “Kun je me dat dingetje even aangeven?” terwijl je precies weet wat je bedoelt, maar geen idee hebt hoe het heet. Blijkt dat vrijwel alles een naam heeft. Zelfs dat plastic puntje aan je veter. Zelfs die groef onder je neus. Zelfs dat kartonnen hulsje om je koffiebeker.
Dit zijn tien alledaagse dingen die je dagelijks ziet of gebruikt, maar waarvan je waarschijnlijk nooit de naam hebt geweten.
1. Nestel

Het puntje aan het einde van je schoenveters heet een nestel. In het Engels: aglet, afgeleid van het Oudfranse aiguillette, wat “kleine naald” betekent. En dat klopt: het puntje maakt het makkelijker om de veter door de gaatjes te rijgen. Zonder nestel zou je veter rafelen en zou schoenen strikken een stuk frustrerender zijn. In het oude Rome maakten rijke lui hun nestels van zilver of goud. Tegenwoordig is plastic de standaard, maar de functie is nooit veranderd.
2. Ferrule

Het metalen ringetje dat het gummetje aan een potlood vasthoudt, heet een ferrule. Het woord komt van het Latijnse viriola, wat “kleine armband” betekent. Ferrules vind je niet alleen op potloden: ook de metalen ring aan de onderkant van een paraplu, de dop aan het einde van een wandelstok en de band die de haren van een kwast bij elkaar houdt zijn ferrules. Kortom: elk metalen bandje dat iets verstevigt of bij elkaar houdt.
3. Punt van een wijnfles

Die deuk aan de onderkant van een wijnfles? Dat is een punt. Het woord verwijst naar de ijzeren staaf (de pontil) die glasblazers vroeger gebruikten om flessen te vormen. De inham die achterbleef werd de punt. Er doen allerlei theorieën de ronde over waarom de punt bestaat: het zou sediment tegenhouden, de fles steviger maken of helpen bij het inschenken. De waarheid is prozaïscher. Bij handgeblazen flessen was de punt nodig om de fles rechtop te laten staan. Bij moderne machinaal gemaakte flessen is het vooral traditie.
4. Filtrum

De verticale groef tussen je neus en bovenlip heeft ook een naam: het Filtrum. Het woord komt van het Griekse philtron, wat “liefdesmiddel” betekent. In de Griekse mythologie was het philtrum de plek waar de goden de ziel van een baby aanraakten voordat het geboren werd. Biologisch gezien heeft het filtrum geen bekende functie bij mensen. Chirurgen gebruiken het als oriëntatiepunt bij lipspleetoperaties.
5. Zarf

Het kartonnen hulsje om je koffiebeker to go? Dat is een zarf. Het woord komt uit het Arabisch (ẓarf) en betekent “omhulsel” of “houder”. In het Ottomaanse Rijk waren zarfs sierlijke metalen houders, soms bezet met edelstenen, waarin kleine kopjes zonder oor werden geplaatst. De moderne kartonnen versie werd in 1991 uitgevonden door Jay Sorensen, die zijn vingers had gebrand aan een kop koffie. Hij patenteerde zijn uitvinding onder de naam Java Jacket. Tegenwoordig is de zarf standaard bij elke koffietent, maar de naam kent bijna niemand.
6. Beurtbalkje

Dat plastic latje waarmee je in de supermarkt je boodschappen op de band scheidt van die van de klant achter je, heet een beurtbalkje. Het woord werd in 1996 bedacht na een oproep in het tijdschrift Onze Taal en staat sinds 2005 officieel in de Van Dale. Daarvoor noemde iedereen het gewoon “dat dingetje” of “dat latje”. De Duitsers hebben er ook een woord voor: Warentrenner. Het beurtbalkje is zo alomtegenwoordig dat je er nooit bij stilstaat, maar probeer maar eens je boodschappen af te rekenen zonder er een te gebruiken. Chaos gegarandeerd.
7. Broodclip

Het plastic klemmetje waarmee je broodzak wordt afgesloten, heet officieel een broodclip. Het werd in 1952 uitgevonden door de Amerikaan Floyd Paxton, die met zijn zakmes een klemmetje sneed uit een oude creditcard om een zakje pinda’s dicht te houden. Hij richtte de Kwik Lok Corporation op, die nog steeds een van de grootste producenten is. Op de clip staat vaak een kleurcode die de bakdag aangeeft. Albert Heijn stopte in 2023 met plastic broodclips en ging over op papieren stickers, maar bij veel bakkers zie je het klemmetje nog steeds.
8. Fosfeen
Die lichtflitsen en kleuren die je ziet als je je ogen dichtdoet en erop drukt, heten fosfenen. Het woord komt van het Griekse phos (licht) en phainein (tonen). Fosfenen ontstaan doordat druk op je oogbol de lichtgevoelige cellen in je netvlies activeert, waardoor je hersenen licht “zien” dat er niet is. Je kunt ze ook ervaren door te niezen, hard te hoesten of te snel op te staan. Astronauten rapporteren fosfenen in de ruimte door kosmische straling die door hun oogballen schiet. Het is een van die alledaagse fenomenen waar iedereen mee te maken heeft, maar bijna niemand een woord voor kent.
9. Lunula

Het witte, halve-maanvormige vlekje aan de basis van je vingernagel heet een lunula (Latijn voor “kleine maan”). Het is het zichtbare deel van de nagelmatrix, waar je nagel wordt aangemaakt. Niet iedereen heeft duidelijk zichtbare lunulae: bij sommige mensen zijn ze bedekt door de nagelriem. De duimnagel heeft meestal de meest uitgesproken lunula. In de traditionele Chinese geneeskunde wordt de grootte en kleur van de lunula geassocieerd met gezondheid, al is daar geen wetenschappelijk bewijs voor.
10. Petrichor

Oké, dit is geen ding dat je vastpakt, maar wel iets dat je regelmatig ervaart: de geur van regen op droge aarde heet petrichor. Het woord werd in 1964 bedacht door Australische wetenschappers en combineert het Griekse petra (steen) met ichor (het bloed van de goden). De geur wordt veroorzaakt door een combinatie van plantaardige oliën, bacteriële sporen (geosmin) en ozon die vrijkomen wanneer regendruppels op droge grond vallen. Nu weet je hoe je die geur moet noemen.
