Wielrennen is in Italië geen sport – het is een religie. Van de kronkelende Alpenpassen tot de stoffige wegen van de Strade Bianche: overal leeft de koers. In geen enkel land ter wereld voel je de geschiedenis van het wielrennen zo tastbaar als hier. De Giro d’Italia is heilig, de roze trui een nationaal symbool, en de namen van grote kampioenen worden nog generaties later in erediensten gefluisterd.
Italië bracht kampioenen voort die niet alleen koersen wonnen, maar ook verhalen schreven. Ze trotseerden bergen, regen en rivalen met een mengeling van flair, strategie en soms pure koppigheid. Ze verdeelden een natie, redden levens buiten het peloton, en stierven soms veel te jong.
Hier zijn de 10 meest legendarische Italiaanse wielrenners aller tijden. Niet alleen vanwege hun palmares, maar omdat ze iets losmaakten bij miljoenen tifosi. Omdat ze meer waren dan sporters: ze waren symbolen van een tijdperk.
1. Fausto Coppi – Il Campionissimo
Volledige naam: Angelo Fausto Coppi
Geboren: 15 september 1919 in Castellania, Piemonte
Overleden: 2 januari 1960 (40 jaar)
Actief: 1939-1959
Belangrijkste overwinningen: 2x Tour de France (1949, 1952), 5x Giro d’Italia, Wereldkampioen op de weg 1953, 5x Ronde van Lombardije, 3x Milaan-San Remo, Parijs-Roubaix, Werelduurrecord (1942)
Fausto Coppi is niet zomaar een wielrenner. Hij is een mythe, een legende, het ijkpunt waarmee alle anderen worden gemeten. Zijn bijnaam zegt alles: Il Campionissimo, de Kampioen der Kampioenen. De Franse wielerjournalist Pierre Chany schreef dat Coppi tussen 1946 en 1954, zodra hij eenmaal was weggereden uit het peloton, nooit meer werd teruggezien. Niemand heeft dat ooit kunnen evenaren.
Coppi groeide op in armoede in het Piemontese dorpje Castellania (tegenwoordig Castellania Coppi genoemd). Als kind was hij vaak ziek en spijbelde hij van school om op de roestige familiefiets te rijden. Op zijn dertiende verliet hij school om te werken bij een slager, en de dagelijkse ritten naar de winkel wekten zijn interesse in koersen.
Zijn doorbraak kwam in 1940, toen de 20-jarige Coppi verrassend de Giro d’Italia won terwijl hij eigenlijk knecht was van kopman Gino Bartali. De spanning tussen beide mannen zou Italië decennialang verdelen. Coppi was de elegante modernist, Bartali de traditionele katholiek. Hun rivaliteit was zo intens dat ze bij het WK 1948 allebei opstapten in plaats van de ander te helpen winnen. De Italiaanse wielerbond schorste hen drie maanden wegens “het vergeten van de Italiaanse eer die ze vertegenwoordigden.”
Tijdens de Tweede Wereldoorlog vestigde Coppi het werelduurrecord op de Vigorelli-baan in Milaan: 45,798 kilometer, gereden terwijl de stad ’s nachts werd gebombardeerd door geallieerde vliegtuigen. De fiets waarmee hij dat record reed, staat nu in de kapel van de Madonna del Ghisallo bij Como, het heiligdom van het Italiaanse wielrennen.
Na de oorlog begon Coppi aan een periode van totale dominantie. In 1946 won hij Milaan-San Remo met veertien minuten voorsprong nadat hij 286 kilometer solo had gereden. De radioreporter speelde uit pure ongelovigheid dansmuziek tussen Coppi’s aankomst en die van de rest. In 1949 werd hij de eerste renner ooit die de Giro en de Tour in hetzelfde jaar won, een prestatie die hij in 1952 herhaalde. Op Alpe d’Huez, toen voor het eerst in de Tour opgenomen, reed hij zo soeverein dat collega Raphaël Géminiani hem omschreef als “een Marsman op een fiets.”
Coppi’s privéleven zorgde voor een van de grootste schandalen in het naoorlogse Italië. Zijn buitenechtelijke relatie met Giulia Occhini, de “Dama Bianca” (Witte Dame), leidde in 1955 tot een rechtszaak wegens overspel, toen nog strafbaar in het katholieke Italië. Het koppel werd veroordeeld tot voorwaardelijke celstraffen. Zelfs paus Pius XII vroeg Coppi om terug te keren naar zijn vrouw.
Tragisch genoeg stierf Coppi op 2 januari 1960, slechts 40 jaar oud. Hij had malaria opgelopen tijdens een exhibitiekoers in Burkina Faso, maar Italiaanse artsen herkenden de ziekte niet en behandelden hem voor een bronchiale aandoening. Zijn vriend Raphaël Géminiani, die dezelfde reis had gemaakt, werd correct gediagnosticeerd en overleefde. Coppi’s dood schokte Italië tot in de kern. Zijn begrafenis trok tienduizenden rouwenden.
Elke generatie heeft geprobeerd Coppi’s nalatenschap te evenaren. Niemand is erin geslaagd. Als je wilde weten hoeveel voorsprong Coppi had genomen, hoefde je geen stopwatch te gebruiken, grapte men destijds. De kerkklok was genoeg.
2. Gino Bartali – Gino il Pio
Volledige naam: Gino Bartali
Geboren: 18 juli 1914 in Ponte a Ema, Florence
Overleden: 5 mei 2000 (85 jaar)
Actief: 1935-1954
Belangrijkste overwinningen: 2x Tour de France (1938, 1948), 3x Giro d’Italia, 4x Ronde van Lombardije, 4x Milaan-San Remo
Gino Bartali was de grote rivaal van Coppi, maar ook zijn complete tegenpool. Waar Coppi seculier en modern was, was Bartali diepgelovig en traditioneel. Waar Coppi de held was van het geïndustrialiseerde noorden, aanbad het agrarische katholieke zuiden Bartali. Hun rivaliteit verdeelde Italië letterlijk in twee kampen: Coppiani en Bartaliani.
Bartali won zijn eerste Tour de France in 1938. Hij weigerde de overwinning op te dragen aan fascistisch leider Benito Mussolini, een daad van stille verzet die hem bij het regime niet populair maakte. Toen de oorlog uitbrak, werd Bartali opgeroepen als militaire fietskoerier, wat hem in staat stelde om te blijven trainen.
Maar Bartali deed veel meer dan trainen. In 1943 benaderde kardinaal Elia Dalla Costa hem met een geheim verzoek. De aartsbisschop van Florence had een netwerk opgezet om Joden te helpen ontsnappen aan deportatie. Bartali, bekend om zijn lange trainingsritten door heel Italië, was de perfecte koerier. Hij verborg vervalste identiteitspapieren en documenten in het frame en stuur van zijn fiets, en fietste duizenden kilometers tussen Florence, Lucca, Genua, Assisi en het Vaticaan in Rome.
Als hij werd aangehouden bij checkpoints, vroeg Bartali de soldaten om zijn fiets niet aan te raken. “Het is heel precies afgesteld voor mijn racepositie,” zei hij. De soldaten, die de beroemde wielrenner herkenden, lieten hem gaan. Zijn acties hielpen honderden Joden te redden. Hij verborg zelfs een Joods gezin in zijn eigen kelder. Bartali sprak hier tijdens zijn leven nooit over. “Het goede is iets dat je doet, niet iets waar je over praat,” zei hij. “Sommige medailles worden aan je ziel gespeld, niet aan je jasje.”
Bartali’s meest legendarische moment kwam in de Tour de France van 1948, tien jaar na zijn eerste overwinning. Op 14 juli, de Franse nationale feestdag, lag Italië op de rand van een burgeroorlog. Die ochtend was Palmiro Togliatti, leider van de Italiaanse Communistische Partij, neergeschoten voor het parlementsgebouw in Rome. Arbeiders bezetten fabrieken in Turijn en Genua, spoorwegen werden geblokkeerd, en geweld dreigde.
Die avond lag Bartali in zijn hotelkamer in Cannes, meer dan 20 minuten achter op klassementsleider Louison Bobet. De telefoon ging. Het was premier Alcide De Gasperi. “Gino, we hebben je nodig,” zei de nerveuze politicus. “Win een etappe. Het zal de aandacht afleiden. De mensen hebben iets nodig om zich op te richten.”
Bartali antwoordde: “Ik zal beter doen dan dat. Ik win de hele koers.”
De volgende dag reed Bartali de rit van zijn leven. Over de Col d’Allos, de Col de Vars en de Col d’Izoard reed hij alleen weg in sneeuw, regen en ijzige kou. Hij won met meer dan zes minuten voorsprong en klom naar de tweede plaats in het klassement. De dag erna won hij opnieuw, en opnieuw de dag daarna. Drie opeenvolgende bergritten, een prestatie die nooit meer is geëvenaard. Toen het nieuws Italië bereikte, verstomden de rellen. In het parlement onderbrak iemand een verhit debat met de kreet: “Bartali heeft de Tour gewonnen!” Politici van alle partijen applaudisseerden. De burgeroorlog kwam er niet.
Bartali won die Tour met meer dan 26 minuten voorsprong. Tien jaar tussen twee Tour-zeges blijft een record dat nooit is verbroken.
In 2013, dertien jaar na zijn dood, erkende Yad Vashem Gino Bartali als Rechtvaardige onder de Volkeren voor zijn rol in het redden van Joden tijdens de Holocaust. Held op én naast de fiets, zoals geen ander.
3. Marco Pantani – Il Pirata
Volledige naam: Marco Pantani
Geboren: 13 januari 1970 in Cesena, Romagna
Overleden: 14 februari 2004 (34 jaar)
Actief: 1992-2003
Belangrijkste overwinningen: Tour de France 1998, Giro d’Italia 1998, Etappezeges op Alpe d’Huez (1995, 1997), Mont Ventoux
Marco Pantani was de laatste echte romanticus van het wielrennen. Klein van stuk (1,72 meter, 57 kilo), kaal geschoren hoofd, bandana, oorringen: hij zag eruit als een piraat, en reed ook zo. Zijn aanvallen waren explosief en genadeloos. Als Pantani ging, moest je meteen reageren, of je zag hem nooit meer terug.
Zijn bijnaam Il Pirata verwees niet alleen naar zijn uiterlijk, maar ook naar zijn roofzuchtige rijstijl. Hij viel aan waar anderen het niet durfden, en bleef aanvallen tot er niemand meer over was. Zijn records op de twee beroemdste beklimmingen van de Tour de France staan nog steeds: Alpe d’Huez in 36 minuten en 50 seconden (1997), Mont Ventoux in 46 minuten (2000). Zelfs Lance Armstrong, op het hoogtepunt van zijn later gediskwalificeerde carrière, kwam er nooit aan.
Pantani groeide op als zoon van een loodgieter aan de Adriatische kust. Volgens de legende werd hij als kind drie keer aangereden door auto’s. Zijn vader gaf hem één jaar om te bewijzen dat hij van wielrennen zijn beroep kon maken, anders moest hij mee het loodgietersbedrijf in.
In 1994 finishte de 24-jarige Pantani als tweede in de Giro d’Italia, voor niemand minder dan vijfvoudig Tour-winnaar Miguel Induráin. Op de Mortirolo, toen voor het eerst in de Giro opgenomen, reed hij iedereen kapot. Een ster was geboren. Maar het ongeluk volgde hem. In 1995 werd hij tijdens een training aangereden door een auto, later dat jaar opnieuw tijdens Milaan-Turijn. Zijn linkerbeen werd verbrijzeld. Velen vreesden dat hij nooit meer dezelfde zou zijn.
In 1997 keerde hij terug, maar moest opgeven in de Giro nadat een zwarte kat de weg overstak en een valpartij veroorzaakte. In de Tour dat jaar pakte hij echter revanche met twee etappezeges in de Alpen, waaronder zijn recordklim op Alpe d’Huez. Jan Ullrich won de Tour met negen minuten voorsprong, met Pantani derde, maar iedereen wist wie de spektakelmaker was.
1998 werd zijn jaar van glorie. Pantani won eerst de Giro d’Italia, met etappezeges op Piancavallo en Plan di Montecampione. In de Tour begon hij rampzalig, als 181e van 189 in de openingsproloog, meer dan vier minuten achter op Ullrich. Maar in de bergen veranderde alles. Op Les Deux Alpes, in stromende regen, viel hij aan op de Galibier, 48 kilometer voor de finish. Hij reed acht minuten weg van Ullrich op één etappe. De gele trui was van hem, en hij zou hem niet meer afgeven. Pantani werd de zesde Italiaan die de Tour won, en de laatste tot op heden.
Toen kwam 1999. Pantani leidde de Giro met overmacht toen hij bij Madonna di Campiglio werd uitgesloten wegens een te hoge hematocrietwaarde (52%, twee procent boven de UCI-limiet). Hoewel hij nooit officieel positief testte op doping, was de implicatie duidelijk. Pantani stortte in. Hij was ervan overtuigd dat hij erin was geluisd, mogelijk door de georganiseerde misdaad die gokte op de koers.
De daaropvolgende jaren zag de wereld Pantani langzaam verdwijnen. Depressie, cocaïneverslaving, paranoia. In 2000 versloeg hij Armstrong nog spectaculair op Mont Ventoux, maar stapte daarna uit de Tour en keerde nooit meer terug naar het hoogste niveau. Hij isoleerde zich van vrienden en familie, en werd in 2003 opgenomen in een psychiatrische kliniek.
Op Valentijnsdag 2004 werd Marco Pantani dood aangetroffen in een hotelkamer in Rimini. Hij was 34 jaar. De autopsie wees op acuut cocaïnevergiftiging. Hij stierf alleen, gebroken door een wereld die hem eerst had aanbeden en daarna had veroordeeld.
Miguel Induráin, vijfvoudig Tour-winnaar, sprak bij zijn dood de woorden die Pantani’s nalatenschap het best samenvatten: “Er zijn renners die meer hebben gewonnen dan hij, maar niemand slaagde erin het publiek zo te boeien.”
In Cesenatico, Pantani’s geboortestad, staat een standbeeld van Il Pirata. Elk jaar rijdt de Memorial Marco Pantani door de straten waar hij opgroeide. Op de Mortirolo, zijn favoriete berg, staat jaarlijks een Cima Pantani. Zijn recordtijden staan nog steeds in de boeken. Zijn legende zal nooit sterven.
4. Felice Gimondi – De eeuwige tweede
Volledige naam: Felice Gimondi
Geboren: 29 september 1942 in Sedrina, Bergamo
Overleden: 16 augustus 2019 (76 jaar)
Actief: 1965-1979
Belangrijkste overwinningen: Tour de France 1965, 3x Giro d’Italia, Vuelta a España 1968, Wereldkampioen 1973, Parijs-Roubaix, Ronde van Lombardije, Milaan-San Remo
Felice Gimondi had de pech om te rijden in het tijdperk van Eddy Merckx. Zijn bijnaam “de eeuwige tweede” klinkt als een belediging, maar was eigenlijk het hoogste compliment. Want wie tweede wordt achter de beste wielrenner aller tijden, is zelf een legende.
Gimondi debuteerde in 1965 als 22-jarige amateur en won meteen de Tour de France, als vervanger voor een geblesseerde kopman. Het was de laatste keer dat een debutant de Tour won tot 1983. Daarna volgden drie Giro-zeges (1967, 1969, 1976), de Vuelta (1968), het wereldkampioenschap (1973), Parijs-Roubaix (1966), de Ronde van Lombardije (1966, 1973), en Milaan-San Remo (1974).
Hij was een van de weinige renners die alle drie de grote rondes won, plus alle vijf de monumenten. Die prestatie is slechts door drie anderen geëvenaard: Merckx, Roger De Vlaeminck en Rik Van Looy.
Gimondi was geen showman zoals Pantani of een tragisch figuur zoals Coppi. Hij was een vakman, een professional die jaar na jaar op het hoogste niveau presteerde. Zijn duels met Merckx waren episch, ook al verloor hij vaker dan hij won. In de Giro van 1970 vochten ze een strijd uit die nog steeds als een van de spannendste in de wielrengeschiedenis wordt beschouwd.
Een echte gentleman op de fiets, met een sobere, maar effectieve stijl. Gimondi overleed in 2019 aan een hartaanval terwijl hij zwom in de zee bij Giardini Naxos op Sicilië. Het wielrennen verloor een van zijn meest gerespecteerde kampioenen.
5. Vincenzo Nibali – De Haai van Messina
Volledige naam: Vincenzo Nibali
Geboren: 14 november 1984 in Messina, Sicilië
Actief: 2005-2022
Belangrijkste overwinningen: Tour de France 2014, 2x Giro d’Italia (2013, 2016), Vuelta a España 2010, Milaan-San Remo 2018, 2x Ronde van Lombardije
Vincenzo Nibali is een van slechts zeven renners in de geschiedenis die alle drie de grote rondes heeft gewonnen. Zijn bijnaam Lo Squalo dello Stretto (de Haai van de Straat) verwijst naar zijn geboorteplaats aan de Straat van Messina, maar ook naar zijn roofzuchtige rijstijl: als Nibali een zwakte zag, sloeg hij toe.
Nibali groeide op in een ruw havenkwartier van Messina. Zijn vader monteerde voor hem een fiets uit onderdelen van zijn eigen rijwiel. Op zestienjarige leeftijd verliet hij Sicilië om te gaan wonen bij zijn trainer in Toscane, tien maanden per jaar weg van huis om te kunnen koersen.
Zijn Tour-zege in 2014 was een meesterwerk van tactisch rijden. Terwijl Chris Froome en Alberto Contador door pech en blessures vielen, bleef Nibali overeind. Hij won vier etappes en finishte met meer dan zeven minuten voorsprong, de grootste winstmarge sinds 1997. Zijn technische vaardigheden waren legendarisch: hij was misschien wel de beste daler van zijn generatie.
Maar Nibali’s meest iconische overwinning kwam in 2018, bij Milaan-San Remo. Op de Poggio, de laatste helling voor de finish, viel hij aan samen met de onbekende Let Krists Neilands. Toen hij alleen verder ging, had hij negen seconden voorsprong op een peloton vol sprinters. Het leek onmogelijk. Nibali demarreerde op de afdaling, ging in tijdrithouding liggen, en hield de achtervolgende sprinters op één seconde. De eerste Italiaanse winnaar van La Classicissima sinds 2006.
In 2022 nam Nibali afscheid, passend genoeg na een etappe van de Giro die finishte in zijn geboortestad Messina. De Haai was met pensioen, maar zijn erfenis als een van de compleetste renners ooit staat vast.
6. Francesco Moser – Lo Sceriffo
Volledige naam: Francesco Moser
Geboren: 19 juni 1951 in Palù di Giovo, Trentino
Actief: 1973-1987
Belangrijkste overwinningen: Giro d’Italia 1984, 3x Parijs-Roubaix (1978-1980), Milaan-San Remo 1984, 2x Ronde van Lombardije, Wereldkampioen 1977, Werelduurrecord 1984
Francesco Moser was een bruut. Groot, sterk en onverbiddelijk op de kasseien. Met zijn 273 professionele overwinningen staat hij op de derde plaats aller tijden, alleen achter Eddy Merckx (525) en Rik Van Looy (379).
Zijn drie opeenvolgende zeges in Parijs-Roubaix (1978, 1979, 1980) maakten hem de onbetwiste koning van de kasseien. Zeven keer stond hij op het podium van die koers, een record dat alleen Roger De Vlaeminck overtreft. Moser won ook het WK in 1977 en pakte zilver in 1976 en 1978.
Maar Moser’s meest revolutionaire moment kwam in januari 1984, toen hij op 32-jarige leeftijd naar Mexico City vloog om het werelduurrecord van Eddy Merckx aan te vallen. Niemand nam hem serieus. Hij had geen geweldig seizoen 2983 gereden, en zijn bizarre fiets met schijfwielen en hellende buizen leek belachelijk. Merckx zelf spotte: “Hij houdt het nooit een uur vol met die verzetting. Zijn benen zullen snel moe worden.”
Op 19 januari 1984 bewees Moser iedereen ongelijk. Met een revolutionaire aerodynamische fiets die bijna twee keer zo zwaar was als die van Merckx, maar veel minder luchtweerstand had, reed hij 50,808 kilometer in een uur. Vier dagen later verbeterde hij zijn eigen record naar 51,151 kilometer. Merckx’ onaantastbare record, twaalf jaar oud, was vernietigd.
Twee maanden later gebruikte Moser dezelfde aerodynamische technologie om de Giro d’Italia te winnen. Het was een controversiële zege: tegenstanders klaagden dat bergetappes waren ingekort, dat helikopters sommige renners hinderden, en dat Moser als enige toegang had tot de baanbrekende schijfwielen. Maar winnaar was hij.
Na zijn carrière werd Moser wijnmaker in zijn geboortestreek Trentino. Hij produceert ook nog steeds fietsen. De revolutie die hij in 1984 begon, met aerodynamica boven gewicht, veranderde het wielrennen voorgoed.
7. Gianni Bugno – De stijlvolle alleskunner
Volledige naam: Gianni Bugno
Geboren: 14 februari 1964 in Brugg, Zwitserland
Actief: 1985-1998
Belangrijkste overwinningen: 2x Wereldkampioen (1991, 1992), Giro d’Italia 1990, Milaan-San Remo 1990, Ronde van Vlaanderen 1994
Gianni Bugno was misschien wel de meest elegante wielrenner van zijn generatie. Zijn trapfrequentie was perfect, zijn positie op de fiets een studie in aerodynamica. In 1990 reed hij van start tot finish in het roze, een zeldzaamheid in de Giro d’Italia.
Bugno’s twee opeenvolgende wereldtitels (1991 in Stuttgart, 1992 in Benidorm) maakten hem slechts de vijfde renner ooit die de regenboogtrui succesvol verdedigde. Zijn duels met Miguel Induráin in de vroege jaren negentig waren episch, ook al kon hij de Spaanse machine nooit verslaan in de grote rondes.
Wat Bugno onderscheidde was zijn veelzijdigheid. Hij won de Giro, Milaan-San Remo, de Ronde van Vlaanderen, werd tweemaal wereldkampioen, en eindigde twee keer op het podium van de Tour. Hij was nooit de beste klimmer, nooit de beste sprinter, nooit de beste tijdrijder, maar in alles net goed genoeg om te kunnen winnen. Bescheiden en geliefd, zowel om zijn resultaten als om zijn schoonheid op de fiets.
8. Giuseppe Saronni – Beppe
Volledige naam: Giuseppe Saronni
Geboren: 22 september 1957 in Novara, Piemonte
Actief: 1977-1990
Belangrijkste overwinningen: Wereldkampioen 1982, 2x Giro d’Italia (1979, 1983), Ronde van Lombardije 1979, Milaan-San Remo 1983
Giuseppe Saronni was de sierlijke tegenhanger van krachtpatser Francesco Moser. Hun rivaliteit domineerde het Italiaanse wielrennen in de late jaren zeventig en vroege jaren tachtig en verdeelde de tifosi in twee kampen, net zoals Coppi en Bartali een generatie eerder hadden gedaan.
Saronni’s meest iconische moment kwam op het WK 1982 in Goodwood, Engeland. In de finale leek alles verloren toen de Amerikaan Greg LeMond wegreed. Maar in de laatste kilometers lanceerde Saronni een demarrage die nog steeds als een van de mooiste sprints ooit wordt beschouwd. Met perfecte timing en explosieve kracht vloog hij voorbij LeMond naar de wereldtitel.
Klein van stuk maar groot in stijl, won Saronni twee keer de Giro en talloze andere wedstrijden. Na zijn carrière werd hij ploegleider en sportief directeur, onder andere bij de ploeg van zijn voormalige rivaal Moser.
9. Ottavio Bottecchia – De eerste Italiaanse Tour-winnaar
Volledige naam: Ottavio Bottecchia
Geboren: 1 augustus 1894 in San Martino di Colle Umberto, Veneto
Overleden: 14 juni 1927 (32 jaar)
Actief: 1922-1927
Belangrijkste overwinningen: 2x Tour de France (1924, 1925)
Ottavio Bottecchia was de eerste Italiaan die de Tour de France won, en daarmee maakte hij de weg vrij voor alle Italiaanse Tour-legendes die na hem kwamen. In 1924 won hij met overmacht, als eerste renner ooit die van start tot finish in het geel reed. In 1925 herhaalde hij de prestatie.
Bottecchia’s achtergrond was even hard als zijn rijstijl. Hij groeide op in bittere armoede en vocht in de Eerste Wereldoorlog als bergsoldaat aan het Alpenfront. Die ervaring maakte hem onverslijtbaar in de bergen.
Zijn dood in 1927, slechts 32 jaar oud, blijft tot op de dag van vandaag een mysterie. Hij werd gevonden langs een weg in de buurt van zijn huis, met een schedelfractuur, naast zijn intacte fiets. De officiële verklaring was een ongeluk of zonnesteek, maar velen geloofden dat hij was vermoord. Bottecchia was een uitgesproken antifascist, en sommigen vermoedden dat Mussolini’s zwarthemden hem hadden doodgeslagen. Het mysterie is nooit opgelost.
10. Fiorenzo Magni – De Leeuw van Vlaanderen
Volledige naam: Fiorenzo Magni
Geboren: 7 december 1920 in Vaiano, Toscane
Overleden: 19 oktober 2012 (91 jaar)
Actief: 1941-1960
Belangrijkste overwinningen: 3x Giro d’Italia (1948, 1951, 1955), 3x Ronde van Vlaanderen (1949, 1950, 1951)
Fiorenzo Magni verdiende zijn bijnaam Il Leone delle Fiandre (de Leeuw van Vlaanderen) door drie keer de Ronde van Vlaanderen te winnen, als enige Italiaan ooit. Zijn drie opeenvolgende Giro-zeges toonden onverzettelijke kracht in de meest barre omstandigheden.
Magni’s beroemdste moment kwam in de Giro van 1956, toen hij in een afdaling viel en zijn schouderblad brak. In plaats van op te geven, bond hij een binnenband aan zijn stuur en klemde het andere uiteinde tussen zijn tanden, zodat hij kon blijven fietsen zonder zijn arm te gebruiken. Hij finishte de etappe en eindigde uiteindelijk als tweede in het klassement.
Die onverzettelijkheid maakte hem een held voor de Italiaanse tifosi. Magni leefde tot 91 jaar en bleef tot het einde betrokken bij het wielrennen. Hij zag de sport evolueren van de heroïsche tijden van Coppi en Bartali tot het moderne tijdperk, en bleef een levende schakel met het verleden.
Italiaanse wielrenners zijn meer dan winnaars: het zijn karakters. Ze rijden niet alleen om te winnen, maar om te veroveren. Met lef, drama en schoonheid, en soms tragiek.
Van Coppi tot Nibali, elke generatie had zijn held. En wie op de flanken van de Stelvio of Zoncolan ooit een supporter met een vlag zag schreeuwen, weet: Italië leeft voor de koers. Wielrennen is hier geen sport. Het is een manier van leven.
