Sinds de première van Sneeuwwitje in 1937 heeft de animatietak van Disney meer dan zestig avondvullende films afgeleverd. Het bedrijf kende artistieke triomfen, maar balanceerde net zo vaak op het randje van het faillissement. Achter de vrolijke liedjes en sprekende dieren ging regelmatig een veldslag schuil van koppige regisseurs, revolutionaire uitvinders en animatoren die tot diep in de nacht potloden sleten.
Titels zoals Peter Pan, Robin Hood en Lady en de Vagebond blijven heerlijke jeugdherinneringen, maar artistiek en filmhistorisch gezien steken tien producties er met kop en schouders bovenuit. Dit zijn de 10 beste klassieke Disney-animatiefilms aller tijden.
10. De kleine zeemeermin (1989)
Toen regisseurs Ron Clements en John Musker halverwege de jaren tachtig een film over een zeemeermin voorstelden, kregen ze van de studiobonzen een bot ‘nee’. Disney werkte destijds al aan een vervolg op de live-action film Splash en twee zeemeerminnen leek het management zwaar overdreven. Pas toen Broadway-wonderkind Howard Ashman zich ermee ging bemoeien, veranderde alles.
Ashman en componist Alan Menken introduceerden een theaterformule die Disney voor altijd zou transformeren: het principe van de musical. In plaats van liedjes als decoratie te gebruiken, lieten ze hoofdpersonage Ariël in “Part of Your World” zingen over haar diepste, onbereikbare verlangen. Het publiek werd meegesleurd, de critici jubelden en de beruchte ‘Disney Renaissance’ was officieel geboren.
9. Aladdin (1992)
De productie van Aladdin veranderde in pure chaos zodra Robin Williams de opnamestudio binnenwandelde. De komiek weigerde zich aan het script te houden en vuurde urenlang een spervuur aan improvisaties, stemmetjes en popcultuur-parodieën af op de microfoon. Het leverde zoveel niet-gescripte grappen op dat de film door de Academy werd gediskwalificeerd voor de Oscar voor Beste Bewerkte Scenario.
Voor de animatoren was het een nachtmerrie en een zegen tegelijk. Hoofdanimator Eric Goldberg moest zijn oorspronkelijke schetsen weggooien en de Geest letterlijk vormgeven rondom de maniakale energie van Williams. Het resultaat was een visuele wervelwind die tot op de dag van vandaag geen seconde verveelt.
8. 101 Dalmatiërs (1961)
Teken maar eens 6.469.952 zwarte vlekken met de hand. Dat was de wiskundige nachtmerrie waar de studio voor stond na het peperdure echec van Doornroosje (1959). Als elke vlek op de 101 honden frame voor frame geïnkt en geschilderd moest worden, zou Disney simpelweg failliet gaan.
De redding kwam uit onverwachte hoek: het fotokopieerapparaat. Technicus Ub Iwerks paste de Xerox-techniek zo aan dat potloodtekeningen direct op transparante animatievellen konden worden gedrukt. Walt Disney zelf vond de ruwe, zichtbare potloodlijnen aanvankelijk afschuwelijk en onafgewerkt. Hij had het mis: juist die schetsmatige, dynamische stijl gaf het Londen van Pongo en Perdita een tijdloze, jazzy uitstraling. Tel daar de kettingrokende furie Cruella de Vil bij op en je hebt een onverwoestbare klassieker.
7. Bambi (1942)
In de hele film vallen amper duizend woorden. Bambi drijft niet op gevatte dialogen of kluchtige situaties, maar op pure sfeer en de meedogenloze cyclus van de natuur. De poëtische beelden van het woud kwamen uit het brein van Tyrus Wong, een Chinees-Amerikaanse kunstenaar die zich liet inspireren door traditionele landschapsschilderkunst uit de Song-dynastie. Met vage penseelstreken en zachte kleuren suggereerde hij een eindeloos bos, waardoor de dieren alle ruimte kregen.
De grootste regiekeuze was het buiten beeld houden van de mens. De jager die Bambi’s moeder neerschiet verschijnt geen seconde op het scherm; zijn nadering wordt uitsluitend aangekondigd door drie dreigende, monotone muzieknoten. Het maakt het verlies niet alleen hartverscheurend, maar tilt de film naar het niveau van een universele fabel.
6. Jungle Boek (1967)
Rudyard Kipling zou zijn eigen boek nauwelijks hebben herkend. Oorspronkelijk werkte scenarist Bill Peet aan een duistere, getrouwe bewerking van de verhalen over het wolvenkind Mowgli. Toen Walt Disney de eerste ontwerpen zag, veegde hij alles resoluut van tafel. Zijn instructie aan het team was even simpel als dwingend: leg het boek weg, maak het leuk en stop er jazz in.
Die nuchtere beslissing bleek goud waard. Phil Harris werd gecast als Baloe de beer en bracht een heerlijke, ongecompliceerde luiheid mee die de hele film infecteerde. Disney overleed plotseling in december 1966 tijdens de afronding van het project. Jungle Boek werd zijn zwanenzang: een ongecompliceerd feest van swingende muziek, scherpe timing en pure levensvreugde.
5. Pinokkio (1940)
Als technisch experiment grenst Pinokkio aan waanzin. Wie vandaag de dag kijkt naar de onderwaterscènes, ziet honderden bellen, brekend licht, meebewegend zeewier en schaduwen die stuk voor stuk met de hand zijn getekend en geschilderd. Het vakmanschap spat van elk afzonderlijk filmbeeldje af.
Bovendien deinst het verhaal nergens terug voor het macabere. Jongetjes die op Pleziereiland bier drinken, sigaren roken en vervolgens krijsend in ezels veranderen om in de zoutmijnen te werken: het is nachtmerrievoer dat moderne studio’s nooit meer zouden durven maken. De angstaanjagende climax met de reuzenwalvis Monstro zet de toon voor een film die morele lessen koppelt aan adembenemende animatiekunst.
4. Dombo (1941)
Geen hoogdravend epos, geen filosofische pretenties en een speelduur van amper 64 minuten. Dombo werd met een piepklein budget in elkaar gezet om de financiële kraters van Pinokkio en Fantasia te dichten. De film bewijst dat beperkingen soms het beste in kunstenaars naar boven halen.
Het circusolifantje met zijn reusachtige oren spreekt gedurende de hele film geen enkel woord. Zijn verdriet om zijn opgesloten moeder en zijn triomf wanneer hij leert vliegen, worden puur via lichaamstaal en expressieve blikken overgebracht. En dan is er nog de beruchte scène waarin Dombo per ongeluk een slok champagne binnenkrijgt: de hallucinerende parade van roze olifanten die volgt, is pure avant-garde kunst waar menig modern surrealist jaloers op zou zijn.
3. De Leeuwenkoning (1994)
Binnen de muren van de studio werd De Leeuwenkoning beschouwd als het B-project. De gevestigde topartiesten vochten om mee te mogen werken aan Pocahontas, dat werd gezien als de gedoodverfde Oscar-kandidaat. De nieuwkomers en overblijvers kregen een vaag dierenverhaal toegewezen dat aanvankelijk de weinig inspirerende werktitel King of the Jungle droeg.
Het liep compleet anders. Geïnspireerd door Shakespeare’s Hamlet smeedde het team een meeslepend Afrikaans koningsdrama. De gnoestampede alleen al kostte de prille computeranimatie-afdeling bijna drie jaar werk om het gedrag van honderden dieren realistisch te simuleren. Gekoppeld aan de dreunende percussie en koorgezangen van Lebo M en Hans Zimmer blies de film alle records omver: met een opbrengst van bijna een miljard dollar blijft het de commercieel succesvolste handgetekende animatiefilm ooit.
2. Belle en het Beest (1991)
In het voorjaar van 1992 gebeurde er iets wat niemand in Hollywood voor mogelijk had gehouden: tussen zwaargewichten als The Silence of the Lambs en JFK sleepte een tekenfilm een Oscarnominatie in de wacht voor Beste Film. Het doorbrak het decennialange stigma dat animatie enkel bedoeld was als tijdverdrijf voor kleuters.
De film dankt die status aan zijn volwassen emoties en een baanbrekende technische triomf. Tijdens de beroemde dansscène beweegt een virtuele camera door een driedimensionale, met de computer berekende balzaal, terwijl Belle en het Beest in traditionele handgetekende stijl over de vloer walsen. De triomf had echter een bittere rand: tekstschrijver Howard Ashman, de drijvende kracht achter het script en de muziek, overleed zes maanden voor de première aan aids. De film werd postuum aan hem opgedragen.
1. Sneeuwwitje en de zeven dwergen (1937)
Zelfs zijn eigen vrouw Lillian smeekte hem om ermee te kappen: “Niemand betaalt een cent om anderhalf uur naar dwergen te kijken.” Heel Hollywood verklaarde Walt Disney voor gek toen hij aankondigde een avondvullende tekenfilm in kleur te maken. Bankiers draaiden de geldkraan dicht en de pers doopte de productie spottend om tot “Walt’s Folly”. Om de film af te krijgen, moest Disney een tweede hypotheek op zijn eigen huis nemen.
Disney zette alles op alles en ontwikkelde de revolutionaire Multiplane-camera, een metershoge stellage waarmee verschillende glasplaten op wisselende afstanden van de lens bewogen. Opeens kregen platte tekeningen een duizelingwekkende diepte. Toen de film in december 1937 in première ging in het Carthay Circle Theatre, barstte de verzamelde filmelite, onder wie Charlie Chaplin en Clark Gable, openlijk in tranen uit bij de rouwscène rond de glazen kist. De spotters dropen af: het tijdperk van de moderne animatiefilm was onomkeerbaar begonnen.

8 reacties
fijn ik kan nu eindelijk mijn werkstuk af maken dit is mijn laatste hoofdstuk thanks
Die van mij ook
van mij ook
Ik kan nu mijn Quiz afmaken thanx
kunt u als het u belieft meer lijstjes maken? Het is altijd interessant om ze te lezen!!
hoi ik ben het niet mee eens dat sneeuwitje en de zeven dwergen op nummer 1 staat
ik ook
hi bitch