El Español de la Historia, gebaseerd op het BBC-format 100 Greatest Britons, nodigde kijkers uit om te stemmen op de meest invloedrijke of bewonderde Spaanse man of vrouw uit de geschiedenis. De gekozen top 10 is echter niet onomstreden: critici merkten op dat de lijst sterk gericht was op moderne en nog levende persoonlijkheden, waarmee sommige van de belangrijkste figuren uit de Spaanse (middeleeuwse of vroegmoderne) geschiedenis onderbelicht bleven. Desondanks biedt de verkiezing een interessant inkijkje in wie de hedendaagse Spaanse kijker.
1. Juan Carlos I (1938–heden)

Koning van Spanje (1975–2014). Herstelde de democratie na de dictatuur van Franco.
Juan Carlos I werd geboren op 5 januari 1938 in Rome, in ballingschap. Hij groeide op in een periode waarin Spanje nog onder het bewind stond van de dictator Francisco Franco (1939–1975). De keuze van Franco om Juan Carlos als zijn opvolger voor te bereiden, was in eerste instantie gebaseerd op de verwachting dat de jonge prins de autoritaire lijn van het regime zou voortzetten. Tot verrassing van velen initieerde Juan Carlos I echter een overgang naar democratie zodra hij na Franco’s dood in 1975 werd ingehuldigd als koning.
Een van de meest cruciale momenten uit zijn regeerperiode was de verijdelde militaire staatsgreep van 23 februari 1981 (bekend als de 23-F). Terwijl luitenant-kolonel Tejero het parlement gijzelde, bleef Juan Carlos I standvastig. In een televisietoespraak riep hij het leger en de bevolking op tot trouw aan de grondwet, waarmee hij de coup op een beslissend moment blokkeerde. Zijn rol in deze gedenkwaardige gebeurtenis gaf hem bij veel Spanjaarden de reputatie van ‘beschermer van de democratie’.
Hoewel Juan Carlos I gedurende lange tijd een hoge populariteit genoot, werd zijn image in de latere jaren van zijn ambtstermijn overschaduwd door schandalen rond corruptie (o.a. de zaak-Noós, waarin zijn schoonzoon Iñaki Urdangarin betrokken raakte) en een controversiële olifantenjacht in Botswana. Deze gebeurtenissen droegen bij aan zijn abdicatie in 2014 ten gunste van zijn zoon, Felipe VI. Toch staat hij voor een aanzienlijk deel van de bevolking nog altijd symbool voor de terugkeer naar democratie en de Europese integratie van Spanje na bijna vier decennia dictatuur.
2. Miguel de Cervantes (1547–1616)

Schrijver, auteur van Don Quichot.
Miguel de Cervantes Saavedra is waarschijnlijk de bekendste schrijver uit de Spaanse literatuur en wordt wereldwijd geprezen als de auteur van El ingenioso hidalgo don Quijote de la Mancha, kortweg Don Quichot. Dit iconische werk, uitgebracht in twee delen (1605 en 1615), wordt wel beschouwd als de eerste ‘moderne roman’ in de westerse traditie. De figuur van Don Quichot — de dromerige edelman die de wereld wil veranderen, maar voortdurend in de knoop komt met de realiteit — is uitgegroeid tot een universeel symbool van idealisme en verbeeldingskracht.
Cervantes’ eigen leven was allesbehalve rustig. Hij vocht in 1571 in de Slag bij Lepanto, waar hij gewond raakte en de bijnaam ‘de eénarmige van Lepanto’ verwierf. Ook werd hij vijf jaar gevangengehouden in Algiers voordat hij kon terugkeren naar Spanje. Deze avontuurlijke achtergrond sijpelt door in zijn werk, dat een unieke combinatie van humor, maatschappelijke satire en filosofische diepgang kent.
Zijn invloed is enorm: Don Quichot is een van de meest vertaalde en meest gedrukte boeken ter wereld, na de Bijbel. Voor de Spaanstalige literatuur is Cervantes wat William Shakespeare is voor de Engelstalige en Dante Alighieri voor de Italiaanse literatuur: een literaire hoeksteen. Dat hij in deze verkiezing op de tweede plek eindigde, onderstreept zijn status als nationale cultuurheld, ondanks dat de show erom werd bekritiseerd dat het overwegend moderne en nog levende figuren zou hebben bevoordeeld.
3. Christoffel Columbus (1451–1506)

Ontdekkingsreiziger. ‘Ontdekker’ van Amerika voor Europa.
Christoffel Columbus (Cristóbal Colón in het Spaans) werd in 1451 geboren in de republiek Genua, maar verwierf zijn eeuwige roem in dienst van de Spaanse Kroon. In 1492 vertrok hij met drie schepen — de Santa María, de Pinta en de Niña — op zoek naar een westelijke route naar Azië. In plaats daarvan zette hij voet op een eiland in de Bahama’s, wat de ‘ontdekking’ van Amerika voor de Europeanen betekende. Hoewel men tegenwoordig wijst op de aanwezigheid van inheemse volkeren en eerdere bezoeken van Scandinavische ontdekkingsreizigers (o.a. Leif Eriksson), markeert Columbus’ reis het begin van de Europese kolonisatie en de uitwisseling van goederen, mensen en ideeën tussen de Oude en Nieuwe Wereld.
In de loop van zijn latere reizen bestuurde hij delen van de nieuw ontdekte gebieden als gouverneur, maar dat bestuur werd door de Spaanse Kroon en door tijdgenoten vaak bekritiseerd vanwege wanbeheer en machtsmisbruik. Dit leidde uiteindelijk tot zijn afzetting. Desondanks wordt Columbus in Spanje nog steeds gewaardeerd als boegbeeld van de ‘Eeuw van de Ontdekkingen’. In de rest van de wereld is zijn reputatie gemengder, gezien de soms gewelddadige gevolgen van de koloniale expansie voor de inheemse bevolking in de Amerika’s.
4. Sofía van Griekenland (1938–heden)
Koningin-gemalin van Spanje (1975–2014). Bekend om haar humanitaire inspanningen.
Sofía (geboren als Prinses Sophia van Griekenland en Denemarken) huwde in 1962 met Juan Carlos I. Zij werd koningin-gemalin bij diens troonsbestijging in 1975. Haar populariteit in Spanje is deels te danken aan haar publieke optredens en haar onopvallende, maar stabiele steun aan de monarchie. Ze speelde bovendien een actieve rol in liefdadigheids- en culturele organisaties, zoals de Reina Sofía Foundation, die zich onder meer inzet voor de bestrijding van armoede en de ontwikkeling van culturele projecten.
Hoewel zij niet van Spaanse komaf is (geboren in Psychiko, Griekenland), heeft koningin Sofía zich door de jaren heen weten in te zetten voor de eenheid en het internationale imago van Spanje. Ze wordt geprezen voor haar vriendelijke, empathische benadering en voor haar diplomatieke tact. Naast haar sociale werk draagt ze als beschermvrouwe bij aan verschillende kunst- en wetenschapsinstellingen. Dat zij op plek vier eindigde in de verkiezing — boven enkele andere, misschien historisch meer invloedrijke Spanjaarden — illustreert de waardering die een deel van het publiek had voor haar ‘moderne koninklijke’ rol.
5. Adolfo Suárez (1932–2014)
Premier (1976–1981). Architect van de democratische Transición.
Adolfo Suárez González was de eerste democratische premier van Spanje na de dood van Franco. Na een juridische opleiding maakte hij carrière binnen het franquistische regime, maar hij bleek verrassend hervormingsgezind. Koning Juan Carlos I benoemde hem in 1976 tot premier met de opdracht het land naar democratie te leiden. Suárez stond aan de basis van de zogeheten Transición, de overgang van dictatuur naar democratische instellingen. Hij werkte nauw samen met andere belangrijke politieke spelers, waaronder voormalige oppositieleiders en ex-franquisten, om de grondwet van 1978 te realiseren.
Kenmerkend voor Suárez was zijn pragmatische stijl, die hem in staat stelde bruggen te slaan tussen verschillende ideologische kampen. Zijn premierschap verliep echter niet zonder problemen: de economische recessie, de opkomst van regionale nationalismen en de dreiging van een militaire coup bleven op de achtergrond spelen. Desondanks wordt Suárez gezien als een cruciale figuur in de recente geschiedenis van Spanje, wiens inzet de parlementaire monarchie en de democratische vrijheden in het land heeft verankerd.
6. Santiago Ramón y Cajal (1852–1934)
Arts, grondlegger van de moderne neurowetenschap. Nobelprijswinnaar.
Santiago Ramón y Cajal was een baanbrekend neuroloog en histoloog. Geboren in Navarra, ontwikkelde hij al op jonge leeftijd een fascinatie voor anatomie en tekenkunst. Dit zou van grote waarde blijken bij zijn latere onderzoek: hij visualiseerde zenuwweefsel met ongekende precisie, gebruikmakend van de zilverkleuringstechniek van Camillo Golgi. Ramón y Cajal formuleerde de neuron-doctrine, die stelt dat de neuron de fundamentele bouwsteen is van het zenuwstelsel.
Hij ontving in 1906 de Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde (samen met Golgi), wat hem tot de eerste (en tot voor kort enige) Spaanse Nobelprijswinnaar in de wetenschappen maakte. Zijn invloed reikt ver: veel basale concepten in de neurofysiologie gaan terug op zijn inzichten, zoals de uniciteit van neuronen en hun rol in informatieverwerking. Daarnaast was hij een productief schrijver van populair-wetenschappelijke werken en autobiografische boeken. Dat hij op plek zes eindigde in een verkiezing vol politiek en koninklijk geweld onderstreept het belang dat Spanjaarden hechten aan zijn intellectuele nalatenschap.
7. Felipe VI (1968–heden)

Kroonprins ten tijde van de show; koning van Spanje sinds 2014.
Felipe de Borbón y Grecia, de huidige koning van Spanje, droeg ten tijde van de uitzending in 2007 nog de titel Príncipe de Asturias (kroonprins). Hij volgde in juni 2014 zijn vader Juan Carlos I op, die vrijwillig aftrad. Felipe VI genoot een internationale opleiding en diende in verschillende takken van het Spaanse leger. Mede door zijn moderne uitstraling en vloeiende beheersing van meerdere talen wordt hij gezien als een monarch die dichter bij de jongeren staat.
In de periode dat El Español de la Historia werd uitgezonden, werd Felipe geprezen om zijn betrokkenheid bij humanitaire en culturele aangelegenheden, net zoals zijn moeder, koningin Sofía. Zijn voornaamste uitdagingen sinds zijn aantreden als koning zijn de aanpak van de economische crisis, de Catalaanse onafhankelijkheidskwestie en het behoud van het vertrouwen in de monarchie — vooral na de affaires en kritiek die rond zijn vader Juan Carlos I zijn ontstaan.
8. Pablo Picasso (1881–1973)
Schilder en beeldhouwer. Voorloper van het kubisme.
Pablo Ruiz Picasso, geboren in Málaga, was een van de meest invloedrijke kunstenaars van de 20e eeuw. Zijn oeuvre is enorm en omvat schilderkunst, beeldhouwkunst, grafisch werk, keramiek en zelfs toneelstukken. Samen met Georges Braque wordt hij beschouwd als een grondlegger van het kubisme, een revolutionaire kunststroming die de traditionele opvattingen over perspectief en vorm radicaal ter discussie stelde.
Picasso’s bekendste schilderijen, zoals Les Demoiselles d’Avignon (1907) en Guernica (1937), veroorzaakten destijds grote opschudding en zijn sindsdien uitgegroeid tot iconische beelden van de moderne kunst. Guernica verwijst naar het bombardement op de Baskische stad Gernika tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936–1939) en is een krachtig protest tegen oorlog en geweld. Picasso leefde het grootste deel van zijn volwassen leven in Frankrijk, maar bleef altijd een innige band met Spanje behouden. Zijn artistieke erfenis is in Spanje nog alomtegenwoordig, met diverse musea en culturele instellingen die zijn naam dragen.
9. Teresa van Ávila (1515–1582)

Mystica, dichteres en theoloog. Heilig verklaard in 1622.
Teresa Sánchez de Cepeda y Ahumada, beter bekend als Teresa van Ávila of Santa Teresa de Jesús, was een invloedrijke mystica en hervormster binnen de Karmelietenorde in de 16e eeuw. Ze schreef talrijke werken over de spirituele zoektocht, waaronder El Castillo Interior (De Innerlijke Burcht). Haar mystieke geschriften worden tot de hoogtepunten van de Spaanse Gouden Eeuw-literatuur gerekend en hebben talloze christenen wereldwijd geïnspireerd tot verdieping van hun gebedsleven.
Naast haar schrijverschap stichtte Teresa van Ávila nieuwe kloosters en werd ze een sleutelfiguur in de contrareformatie. Ze wordt vaak samen genoemd met Johannes van het Kruis, haar medewerker in de hervorming van de Karmelorde. Haar heiligverklaring door paus Gregorius XV in 1622 onderstreept haar betekenis voor de katholieke kerk, en ze is een van de beroemdste vrouwelijke religieuze persoonlijkheden uit de Spaanse geschiedenis. Dat ze in deze lijst eindigde, naast moderne politici en monarchen, benadrukt de blijvende culturele en religieuze invloed van haar werk.
10. Felipe González (1942–heden)

Premier (1982–1996). Belangrijk tijdens de voltooiing van de democratische Transición.
Felipe González Márquez was de derde premier van Spanje na de dood van Franco, en diende vier ambtstermijnen op rij (1982–1986, 1986–1989, 1989–1993, 1993–1996). Als leider van de socialistische partij (PSOE) vertegenwoordigde hij een breuk met het verleden en zette hij de democratische lijn van voorganger Adolfo Suárez voort. Tijdens zijn regeerperiode trad Spanje toe tot de Europese Gemeenschap (1986), vond er economische liberalisering plaats en werd het Spaanse leger geïntegreerd in de NAVO. González was ook bepalend voor het moderniseren van de infrastructuur en het welzijnsstelsel van Spanje.
Zijn lange regeringsperiode kende echter ook controverses. Corruptieschandalen (zoals het FILESA-schandaal) en beschuldigingen van illegale anti-terreurgroepen in de strijd tegen ETA (de zogeheten GAL-affaire) ondermijnden zijn populariteit in de latere jaren van zijn premierschap. Toch wordt González door velen geroemd als iemand die Spanje definitief op de Europese kaart heeft gezet en die meebouwde aan het stabiele, democratische bestel dat het land vandaag de dag kent.
Reflecite
Het resultaat — Juan Carlos I als winnaar — werd in 2007 door sommigen kritisch onthaald. Niet alleen omdat de toenmalig regerende koning meedong in de verkiezing, maar ook vanwege de sterke focus op recente figuren en leden van de koninklijke familie: zowel Juan Carlos I als Sofía van Griekenland en kroonprins (nu koning) Felipe VI stonden in de top 10. Bovendien verschenen invloedrijke historische figuren als Isabella I van Castilië, Filips II, El Cid of de schilder Francisco Goya niet in de hoogste regionen, waardoor velen de lijst als onevenwichtig bestempelden.