De Winterspelen zijn in enkele decennia onherkenbaar veranderd. Ooit begon het in 1924 in Chamonix als een bescheiden “wintersportweek” die pas achteraf (in 1925 door het IOC) de olympische status kreeg. Het was een intiem feest in de bergen, waar natuurlijke sneeuw en eenvoud de boventoon voerden. Decennialang vonden de Winterspelen bovendien in hetzelfde jaar plaats als de Zomerspelen, waardoor ze vaak in de schaduw stonden van het grotere zomerbroertje.
Pas in de jaren 90 kwam de grote kanteling. Het ritme werd aangepast zodat de Winterspelen hun eigen podium kregen, los van de Zomerspelen. Sindsdien is het evenement getransformeerd tot een gigantische operatie met verspreide locaties, kunstsneeuw en miljarden aan budgetten. Toch blijft de kern hetzelfde: twee weken waarin alles draait om kou, snelheid en dat ene moment waarop een leven kantelt.
Onderstaande lijst behandelt de laatste tien gehouden edities, van Peking terug naar Calgary, en laat zien hoe de Spelen hun huidige, complexe vorm hebben gekregen.
1. Calgary 1988 (Canada)
Calgary staat aan de basis van de Winterspelen zoals we die nu kennen. Het was de eerste editie die werd uitgesmeerd over zestien dagen om tv-kijkers en adverteerders optimaal te bedienen.

Voor Nederland werd Calgary het decor van een van de meest iconische sportprestaties ooit. Yvonne van Gennip zorgde voor een enorme sensatie door de schijnbaar onverslaanbare rijdsters uit de DDR te vernederen. Met drie gouden medailles op de 1.500, 3.000 en 5.000 meter groeide zij uit tot de koningin van de Spelen.
Haar succes bracht een heel land in vervoering en zette de toon voor de Nederlandse schaatsdominantie die in de decennia daarna alleen maar groter zou worden.
2. Albertville 1992 (Frankrijk)
Albertville markeerde het definitieve einde van een tijdperk: dit was de allerlaatste keer dat de Winter- en Zomerspelen in hetzelfde kalenderjaar werden georganiseerd. De wedstrijden lagen zo ver verspreid over de Franse Alpen dat het echte olympische gevoel soms ver te zoeken was. Het was het bewijs dat de Winterspelen te groot waren geworden om nog langer als het kleine broertje van de Zomerspelen door het leven te gaan.
Na een periode van magere jaren was daar plotseling Bart Veldkamp, die op de 10.000 meter de ijzersterke Noren versloeg en goud veroverde. Deze Spelen lieten zien dat de opzet van het evenement op de schop moest, wat twee jaar later in Lillehammer direct zichtbaar werd.
3. Lillehammer 1994 (Noorwegen)
Vraag een sportfan naar de mooiste Spelen ooit en het antwoord is negen van de tien keer Lillehammer. Het was een historisch moment: voor het eerst vielen de Winterspelen in hun eigen cyclus, los van de Zomerspelen.
Ook voor de Nederlandse sportgeschiedenis was Lillehammer een editie van heroïek en ontzag. Rintje Ritsma en Falko Zandstra vochten legendarische duels uit op het ijs van het Vikingskipet in Hamar, maar moesten toezien hoe de Noor Johann Olav Koss naar buitenaardse wereldrecords reed. Waar Bart Veldkamp twee jaar eerder nog goud won, moest hij nu toezien hoe de Noren het podium domineerden en pakte hij de bronzen plak op zijn geliefde 10 kilometer.
4. Nagano 1998 (Japan)
Voor het eerst in de geschiedenis legde de NHL in 1998 de competitie stil, waardoor de miljonairs uit de Noord-Amerikaanse ijshockeycompetitie konden schitteren op het olympische ijs. Het tilde het toernooi naar een niveau dat nooit eerder was vertoond.
Terwijl de ijshockeyers de show stalen, zorgde een nieuwe techniek op de schaatsbaan voor een ware aardverschuiving. In de M-Wave van Nagano beleefde de klapschaats zijn definitieve doorbraak. De wereldrecords sneuvelden bij de vleet en de sport werd voorgoed veranderd.
Voor Nederland was dit de editie van Gianni Romme en Marianne Timmer. Romme verpulverde de concurrentie op de 5.000 en 10.000 meter met buitenaardse tijden, terwijl “Timmertje” vanuit het niets naar twee gouden medailles knalde op de 1.000 en 1.500 meter.
5. Salt Lake City 2002 (Verenigde Staten)
De Spelen van Salt Lake City vonden plaats in de schaduw van de aanslagen van 11 september. De beveiliging was strenger dan ooit en de sfeer in de Verenigde Staten was beladen en patriottisch.
Het was de editie van de ultieme sportieve wraak voor Gerard van Velde. Nadat hij vier jaar eerder in Nagano nog vierde werd op de klapschaats reed hij in Salt Lake City naar een magistraal wereldrecord en olympisch goud op de 1.000 meter. Samen met de dubbelklapper van Jochem Uytdehaage, die goud won op de 5.000 en 10.000 meter (de eerste man onder de dertien minuten), zorgde dit voor een ongekende Nederlandse dominantie op het snelste ijs ter wereld.
6. Turijn 2006 (Italië)
Italië gaf de Spelen een elegante, Europese uitstraling. Hoewel de evenementen flink verspreid lagen over de bergen, bleef de sfeer warm en authentiek. Het was een van de laatste edities die nog echt dicht bij het klassieke wintersportgevoel lag: schilderachtige dorpen, avondwedstrijden onder de sterren en een decor waar de natuur nog de hoofdrol speelde.

Voor de Nederlandse kijker markeerde Turijn de geboorte van een legende: de pas 19-jarige Ireen Wüst veroverde daar haar eerste gouden medaille op de 3.000 meter, het begin van een ongekende olympische carrière.
Het was ook de editie van de ultieme sportieve revanche. Marianne Timmer schreef geschiedenis door acht jaar na haar succes in Nagano opnieuw goud te winnen op de 1.000 meter.
7. Vancouver 2010 (Canada)
In Vancouver ademde werkelijk alles ijshockey. De druk op de Canadezen om in eigen huis goud te winnen was bijna tastbaar, met een zinderende finale als apotheose. Maar in Nederland staat Vancouver voor altijd in het geheugen gegrift door het pijnlijkste sportmoment uit de vaderlandse geschiedenis: de foute baanwissel van Sven Kramer op de 10.000 meter.
Het was het ultieme bewijs van hoe meedogenloos de Spelen zijn. Na vier jaar keihard trainen en een race die perfect op schema lag voor goud, zorgde één verkeerde aanwijzing van coach Gerard Kemkers ervoor dat een droom in duizend stukken brak.
Naast dit litteken was er ook Nederlandse glorie: Mark Tuitert reed op de 1.500 meter de race van zijn leven en pakte een historische gouden medaille.
8. Sotsji 2014 (Rusland)
Sotsji was het ultieme prestige-object van Vladimir Poetin. Een subtropische badplaats ombouwen tot wintersportparadijs kostte een vermogen: met een prijskaartje van ruim 50 miljard dollar zijn dit de duurste Winterspelen ooit.
Deze editie was vanaf dag één omstreden door de mensenrechtensituatie en de enorme milieu-impact. Achteraf kreeg de sportieve magie een genadeslag toen een omvangrijk, door de Russische staat gesteund dopingschandaal aan het licht kwam.
Voor Nederland is Sostji de meest succesvolle wintereditie ooit. De dominantie in de Adler Arena was bijna lachwekkend voor de rest van de wereld. Oranje won maar liefst 23 van de 36 schaatsmedailles, met als absoluut hoogtepunt de vier ’clean sweeps’: vier afstanden waarop het volledige podium uit Nederlanders bestond. Stefan Groothuis, Michel Mulder en Jorrit Bergsma pakten historische titels, terwijl Ireen Wüst haar status als grootheid verder betonbeerde.
9. PyeongChang 2018 (Zuid-Korea)
In Zuid-Korea zagen we de Spelen van de toekomst. PyeongChang was hypermodern, gedigitaliseerd en strak georganiseerd. Met spectaculaire nieuwe onderdelen zoals Big Air bij het snowboarden en de massastart op de schaatsbaan deed het IOC een geslaagde poging om een jonger publiek aan te spreken. Terwijl de wereld zich vergaapte aan robots en de allereerste 5G-snufjes, werd het voor Nederland één groot ijsfeest.
De dominantie op de langebaan was met zeven gouden medailles opnieuw ongekend, met Kjeld Nuis als de grote man door zowel de 1.000 als de 1.500 meter te winnen. Maar de echte aardverschuiving vond plaats op de shorttrackbaan. Door het zilver van Sjinkie Knegt en vooral het historische goud van Suzanne Schulting op de 1.000 meter brak shorttrack in Nederland definitief door bij het grote publiek.
10. Peking 2022 (China)
Peking schreef geschiedenis als de eerste stad die zowel de Zomer- als Winterspelen mocht organiseren. Maar deze editie werd vooral het symbool van de klimaatcrisis.
In de kurkdroge bergen viel geen vlok uit de lucht, waardoor de organisatie nagenoeg volledig afhankelijk was van kunstsneeuw. Het was een technisch huzarenstukje, maar de beelden van witte banen in een verder bruin landschap waren een pijnlijke herinnering aan hoe kwetsbaar de aarde is geworden.
Ondanks de steriele sfeer door de strenge coronamaatregelen, zorgde de Nederlandse ploeg voor sportieve warmte. Peking 2022 werd de Spelen van de nieuwe generatie én van de gevestigde orde. Irene Schouten kroonde zich tot de koningin van de Spelen met drie gouden medailles, terwijl Ireen Wüst geschiedenis schreef door op haar vijfde opeenvolgende Spelen een individuele gouden titel te pakken.
Ook op de shorttrackbaan werd geschiedenis geschreven: Suzanne Schulting prolongeerde haar titel en leidde de vrouwenploeg naar een zinderend goud op de relay.
11. Milaan-Cortina 2026 (China)
Twintig jaar na Turijn keerde het olympische circus terug naar Italië. Voor het eerst werden de Winterspelen officieel door twee steden georganiseerd: Milaan nam de ijssporten voor zijn rekening, Cortina d’Ampezzo en omstreken de sneeuw- en glijsporten.
De terugkeer van de NHL-sterren – voor het eerst sinds 2014 – leverde een zinderende ijshockeyfinale op tussen de VS en Canada, die de Amerikanen na een verlenging met 2-1 wonnen: het eerste olympische goud sinds het legendarische ‘Miracle on Ice’ in 1980.

Maar de échte sensatie speelde zich af op de shorttrackbaan. Onder bondscoach Niels Kerstholt werd de 24-jarige Jens van ’t Wout de absolute ster van de Spelen. Hij veroverde als eerste Nederlandse man ooit individueel shorttrackgoud, op zowel de 1.000 als de 1.500 meter, en won met broer Melle, Teun Boer en Friso Emons ook de relay. Xandra Velzeboer zette de kroon op het sprookje met twee gouden medailles op de 500 en 1.000 meter, inclusief een wereldrecord in de halve finale.

Op de langebaan reden Jutta Leerdam (1.000 meter), Femke Kok (500 meter), Antoinette Rijpma-de Jong (1.500 meter), Marijke Groenewoud en de inmiddels 40-jarige Jorrit Bergsma (beiden de massastart) naar goud. Het eindresultaat was ongekend: twintig medailles, waarvan tien gouden – een absoluut record. Nederland eindigde voor het eerst in de top drie van de medaillespiegel, achter Noorwegen en de VS.
