Droge humor werkt het best als de clou elke vorm van diepgang of logica vakkundig ontwijkt. Je lacht bij deze verzameling niet om de spitsvondigheid, maar om de pure eenvoud van het antwoord.
Een man vraagt: “Mag ik je even storen?” De andere man antwoordt: “Ja hoor, wat is er?” Zegt de eerste man: “Niets, ik wilde alleen maar even storen!”
Er staan langs de weg vaak bordjes met “Zachte berm”. Waarom staan er nooit bordjes met “Harde berm”?
Het is geel en als je het in je oog krijgt, ben je dood. Wat is het?
Het is een plant en als je er vijf minuten onder ligt, ben je dood. Wat is het?
Een man heeft net een vinger laten afzetten. “Dokter, kan ik nu piano spelen?” vraagt hij. De dokter knikt: “Natuurlijk kan dat!” Waarop de man juicht: “Geweldig! Dat kon ik voor de operatie namelijk niet!”
Ik zit in de trein met mijn voeten op de bank. De conducteur komt langs en vraagt: “Doe je dat thuis ook?” Waarop ik antwoord: “Nee hoor, thuis hebben we geen trein.”
Hoe kun je zien dat een man een kleintje heeft?
Roodkapje huppelt door het bos en ziet de Boze Wolf achter een boom zitten. Ze loopt naar hem toe en zegt: “Wolf, wat heb je kleine oogjes!” Waarop de Wolf roept: “Rot op, ik zit te schijten!”
Komt een goudvis bij de dokter. De dokter kijkt een seconde en zegt: “Ik zie het al, u bent uit de kom.”
Staan er twee mannen in de rechtszaal. Zegt de linker: “Ik ben de rechter.”
Komt een man met een kikker op zijn hoofd bij de dokter. Zegt die kikker: “Het begon allemaal met een pukkel op mijn kont.”
“Wat heeft vier poten en blaft?” “Een hond?” “Oh, je kent hem al!”
Ik heb 31.866 hoofden, 996 nekken, 4.453 poten en 8 ogen. Rara, wat ben ik?
Zegt een man tegen een vrouw met kleine borsten: “Ik ken een mop waardoor je borsten eraf vallen… Oh sorry, ik zie dat je hem al hebt gehoord.”
Er lopen twee cementzakken over straat. Zegt de ene: “Hé, het gaat regenen!” Waarop de andere antwoordt: “Geeft niets, daar word je hard van!”
Komt een man bij de bakker: “Doe maar een brood.” De bakker vraagt: “Wit of bruin?” Zegt de klant: “Maakt niet uit, het is voor een blinde.”
Het is groen en het valt in de prullenbak op het moment dat de buurvrouw de telefoon opneemt en er een rode auto langsrijdt. Wat is het?
Een jongen en een meisje liggen langs de dijk als er een stier op een koe klimt. “Zal ik dat ook doen?” vraagt de jongen. Het meisje antwoordt: “Dat moet je zelf weten, het zijn mijn koeien niet.”
