De leukste Jantje moppen op een rij
Jantje loopt met z’n oma over straat. Dan ziet hij een speelgoedautootje op de grond liggen. “Kijk oma, een autootje, die neem ik mee naar huis!”. “Nee Jantje” zegt oma, “laten liggen. Alles wat op de grond ligt is vies.”. Even verderop ziet Jantje een kwartje op de grond liggen. “Kijk oma, een kwartje! Die ga ik in mijn spaarpot stoppen!”. En oma zegt weer “Nee Jantje, laten liggen. Want alles wat op de grond ligt is vies!”. Even verderop struikelt oma en valt plat neer. “Jantje jongen, help oma eens opstaan!”. Zegt Jantje “Nee oma, dat mag ik niet, want alles wat op de grond ligt is vies!”.
De vader van Jantje vraagt waar zijn rapport is.
Jantje antwoord: “Alle eentjes zwemmen in het water.”
Jantje vraagt aan de meester: “Krijg je ook straf als je iets niet doet?” De meester antwoordt: “Eh nee, waarom?” Jantje: “Omdat ik mijn huiswerk niet heb gemaakt…”
Jantje gaat fietsen. “Kijk mama!” zegt Jantje. “Zonder handen!” Hij valt. Dan stapt hij weer op z’n fiets, en roept: “Kijk mama, zonder tanden!”
Jantje zit in de klas en zegt met een grijns tegen de leraar: “Meneer, ik heb een raadsel voor U! Ik ben eerst droog, daarna ga ik er in, en er uit, en er weer in, en er weer uit, en daarna ben ik nat, rara wat ben ik?” De leraar loopt rood aan en schreeuwt tegen Jantje dat dit soort taal niet geaccepteerd wordt. Jantje moet naar de rector en wordt zelfs drie weken geschorst. Thuis stuurt zijn vader hem zonder eten naar zijn kamer. Jantje zit uiteindelijk op bed en snapt er niets meer van: sinds wanneer is een theezakje vunzig?
Jantje komt thuis met een slecht rapport. “Voor zo’n rapport lijkt een flink pak slaag wel op zijn plaats!” zegt vader boos. Jantje antwoordt: “Dat lijkt me een goed idee, pa. Ik weet wel waar de meester woont.”
Jantje komt thuis en zegt tegen vader: “Pap, later wil ik rijk worden. Dan wil ik een groot huis zonder badkamer en elf bedienden.” “Geen badkamer?” vraagt vader. Jantje: “Nee, want ik wil stinkend rijk worden.”
Jantje komt in een doe-het-zelfzaak en vraagt om spijkers. De verkoper: ‘Hoe lang moet je ze hebben?’ Jantje: ‘Hoe lang kan je ze missen?’
Jantje gaat met oma naar het bos. Oma: “Zie je het bos al?” Jantje: “Nee, want al die bomen staan ervoor!”
De papa van Jantje zegt: “Hé Jantje, je moet voor je sportclub nog sit-ups doen.” De volgende ochtend vraagt papa of hij ze gedaan heeft. Jantje: “Ja, alleen ben ik de ups vergeten…”
Jantjes vader had 3 zonen: Kwik, Kwek, en… ?
Jantje drinkt op straat uit een plas water. “Niet doen joh!” roept zijn zusje, “Daar zitten allemaal bacteriën in!” Jantje moet hard lachen. “Die bacteriën zijn dood, want ik ben er net met mijn step doorheen gereden!”
Jantje loopt langs het huis van de burgemeester en spuugt op het raam. De burgemeester vraagt wat zijn moeder ervan zou vinden als hij bij hen op het raam spuugde. Jantje: “Dat zou ze heel knap vinden, want we wonen op de zevende etage van een flat…”
Jantje slaapt bij opa en oma en vraagt of ze van karton zijn. Oma vraagt verbaasd waarom. Jantje: “Mijn papa zei dat ik bij twee oude dozen ging slapen vanavond…”
Jantje bestelt een pizza. ‘Wil je hem in 4 of 12 stukken?’, vraagt de pizzabakker. ‘Graag in 4’, antwoordt Jantje, ‘want 12 kan ik echt niet alleen op.’
Jantje gaat naar de dokter en zegt: “Ik heb een bril nodig.” Waarop de dame achter de balie antwoordt: “Inderdaad, want u staat nu in de slager…”
Jantje is de onbetwiste koning van de Nederlandse grap. Hij is de eeuwige kwajongen die altijd precies de verkeerde vragen stelt op het juiste moment.
Waarom kiezen we massaal voor dit fictieve jongetje? Het antwoord schuilt in de confrontatie tussen kinderlijke onschuld en de soms complexe wereld van volwassenen. Jantje fungeert als een filterloos doorgeefluik voor waarheden die wij liever verbloemen.
In moppen doorbreekt hij sociale taboes zonder dat het direct beledigend wordt. Omdat hij (ogenschijnlijk) niet beter weet, mag hij alles zeggen over lastige thema’s of de autoriteit van de leraar. We lachen om zijn logica, maar eigenlijk lachen we om de starheid van de volwassenen om hem heen.
De figuur Jantje is universeel. In Engeland heet hij Little Johnny en in Duitsland noemen ze hem Fritzchen. Elk land heeft zo’n archetype nodig om de draak te steken met de gevestigde orde.
Zijn voortbestaan wordt gegarandeerd door zijn aanpasbaarheid. Jantje groeit mee met de tijd, van kwartjes op de grond naar grappen over smartphones of het klimaat. Hij blijft de spiegel die ons eraan herinnert hoe absurd onze eigen regels soms zijn.
