Het toetsenbord zit vol met fossielen uit het computertijdperk. Veel knoppen stammen uit de tijd van typemachines of oude mainframes. Hieronder staat de uitleg van de functies die je waarschijnlijk nooit gebruikt, maar soms best handig kunnen zijn.
10. Menu-toets

Deze toets bevindt zich meestal rechts van de spatiebalk (tussen Alt Gr en Ctrl). Het opent direct het contextmenu van het item dat je hebt geselecteerd, hetzelfde als wat de rechtermuisknop doet. Gebruik het als je handen op het toetsenbord wilt houden tijdens het bestandsbeheer.
9. Alt Gr

Alt Gr is een afkorting voor Alt Graphic. Deze toets heb je nodig om de ‘derde laag’ aan tekens op een toetsenbord te bereiken. Het wordt vooral gebruikt om het euroteken (€) die vaak op de 5 toets snel te typen. Probeer maar is Alt Gr in combinatie met de cijfers en je vindt de leukste dingen!
8. Insert

De Insert kan super frustrerend als je deze per ongeluk hebt ingedrukt en geen idee hebt wat hij doet. In de standaardmodus schuift tekst op als je typt. Druk je op “Insert”, dan schakel je over naar de ‘overschrijfmodus’. Elke nieuwe letter vervangt dan de letter die rechts van de cursor staat.
7. Tilde (~)
Dit teken staat meestal op de toets links van de cijferrij. Voor de gemiddelde gebruiker is het een benaderingsteken (ongeveer). Programmeurs en systeembeheerders gebruiken het constant als verwijzing naar de thuismap in Unix-systemen.
6. Print Screen / SysRq

Print Screen kopieert je huidige scherm naar het klembord. SysRq (System Request) is een overblijfsel voor directe communicatie met het besturingssysteem. Op moderne Windows-pc’s doet de SysRq-functie niets meer. Linux-gebruikers gebruiken het nog wel eens voor een nood herstarts
5. Home en End

Deze knoppen zijn bedoeld om snel door een tekst te navigeren. Home verplaatst de cursor naar het begin van de regel waar je op staat. End stuurt je direct naar het einde van diezelfde regel. In combinatie met de Ctrl-toets spring je hiermee naar de absolute start of finish van een heel document.
4. F1
F1 = hulp. In bijna elk programma opent dit de bijbehorende helpdocumentatie of een online supportpagina. Omdat we tegenwoordig alles googelen, wordt deze fysieke snelkoppeling zelden meer gebruikt.
3. Pause / Break

Pause / Break is een relikwie uit de MS-DOS periode. Het werd gebruikt om de stroom aan tekst in een terminal te bevriezen. Tegenwoordig heeft het in nagenoeg geen enkele normale applicatie een actieve functie. Alleen programmeurs gebruiken het nog wel eens om een lopend script te onderbreken.
2. Scroll Lock
Vroeger kon je met behulp van de Scroll Lock door een tekst scrollen met de pijltjestoetsen zonder de cursor te verplaatsen. Tegenwoordig reageert bijna geen software meer op deze toets. Er is één uitzondering: Microsoft Excel. Daar bepaalt Scroll Lock of je van cel naar cel springt of het hele werkblad verschuift.
1. Num Lock

Num Lock bepaalt de functie van het numerieke eiland aan de rechterkant. Staat Num Lock aan, dan typ je cijfers. Staat het uit, dan fungeren de toetsen als navigatiepijlen (zoals de pijltjes 2, 4, 6 en 8). De meeste mensen laten deze toets standaard aan staan en merken hem pas op als hij per ongeluk is uitgeschakeld.