Eldenstatus verdien je niet zomaar. Het vraagt om jarenlange discipline, het overwinnen van blessures en pieken op precies dat ene moment waarop de hele wereld meekijkt. Van Nederlandse schaatsiconen tot Amerikaanse snowboardpioniers: deze tien atleten schreven geschiedenis op het ijs en in de sneeuw.
Dit zijn de tien grootste legendes uit de geschiedenis van de Winterspelen.
1. Marit Bjørgen

Wie dominantie zegt, zegt Marit Bjørgen. De Noorse is met vijftien medailles – waarvan acht goud – de succesvolste winterolympiër uit de geschiedenis.
Haar uithoudingsvermogen was zo intimiderend dat de concurrentie vaak bij voorbaat al kansloos was. Zelfs het moederschap hield de ‘Iron Lady’ niet tegen: na haar bevalling keerde ze terug om gewoon weer mee te draaien in de wereldtop.
2. Ole Einar Bjørndalen

Jarenlang was hij de recordhouder, tot landgenote Marit Bjørgen hem van de troon stootte. De Noor beheerste het biatlon – de mix van langlaufen en schieten – als geen ander.
Zijn bijnaam ‘De Kannibaal’ kreeg hij niet zomaar: zijn honger naar succes was onstilbaar. In totaal sleepte hij dertien plakken binnen, waarvan acht keer goud. Zelfs als veertiger was hij niet versleten; in Sotsji pakte hij op die leeftijd nog gewoon goud.
3. Eric Heiden

Tegenwoordig kies je bij het schaatsen: je bent sprinter óf stayer. De Amerikaan Eric Heiden deed in 1980 niet aan kiezen. In Lake Placid pakte hij goud op álle vijf de afstanden, van de razendsnelle 500 meter tot de uitputtende 10 kilometer.
Het is een record voor de eeuwigheid. In het moderne schaatsen, waar iedereen zich specialiseert, gaat deze unieke prestatie waarschijnlijk nooit meer geëvenaard worden.
4. Ireen Wüst

Ireen Wüst is Nederlands meest succesvolste olympiër. Ze flikte wat onmogelijk leek: op vijf opeenvolgende Winterspelen goud pakken. Van Turijn 2006 tot het slotstuk in Peking 2022 was ze er altijd.
Met dertien plakken – waarvan zes keer goud – gaat ze de boeken in als de succesvolste schaatsster uit de geschiedenis. Haar geheim? Hoe groter de druk, hoe beter ze reed.
5. Shaun White

Hij maakte in zijn eentje van snowboarden een wereldwijd tv-spektakel. Met zijn knalrode haar en bizarre trucs in de halfpipe groeide Shaun White uit tot hét gezicht van de Winterspelen.
Drie keer pakte hij goud, verspreid over drie decennia. Vooral zijn laatste kunstje in 2018 staat in het geheugen gegrift. In PyeongChang speelde hij in de allerlaatste run alles of niets – en won.
6. Sven Kramer

Sven Kramer groeide uit tot hét gezicht van het Nederlandse schaatsen. Op de 5.000 meter was hij jarenlang heer en meester; drie keer op rij pakte hij de olympische titel.
Zijn carrière kende ook diepe dalen – niemand vergeet de beruchte foute wissel in Vancouver. Toch overheerst de klasse. Met negen medailles zette hij een reeks neer die we niet snel meer zullen zien.
7. Yuzuru Hanyu – De ijsprins

Geen kunstschaatser heeft zo’n hondstrouwe aanhang als de Japanner Yuzuru Hanyu. Hij won twee keer achter elkaar goud (2014 en 2018), iets wat bij de mannen al 66 jaar niet meer was gebeurd.
Zijn techniek was perfect, maar de beelden na de finish waren minstens zo legendarisch. Na elke kür regende het steevast duizenden Winnie de Poeh-knuffels op het ijs.
8. Lindsey Vonn – Snelheid en veerkracht

Lindsey Vonn was jarenlang het uithangbord van de skisport. De Amerikaanse combineerde een agressieve stijl met pure snelheid. In Vancouver (2010) pakte ze goud op de afdaling, dwars door de pijngrens heen.
Haar loopbaan was een aaneenschakeling van records en zware revalidaties. Maar Vonn is onverwoestbaar. Dit jaar zorgt ze voor een daverende verrassing: in Italië staat de Amerikaanse legende ‘gewoon’ weer aan de start.
9. Ester Ledecká
In 2018 gebeurde er iets wat volgens de wetten van de topsport niet kan. De Tsjechische Ester Ledecká pakte goud op de Super-G (skiën) én op de parallelreuzenslalom (snowboarden).
Twee totaal verschillende werelden, één winnaar. Toen ze over de finish kwam bij het skiën, staarde ze minutenlang ongelovig naar het scorebord. De rest van de wereld deed hetzelfde.
10. Bjørn Dæhlie
Voordat de records verbroken werden, was er Bjørn Dæhlie. In de jaren negentig was de Noor de absolute koning van de lange latten.
Met acht gouden plakken zette hij een standaard die jarenlang onbereikbaar leek. Zijn handelsmerk? Totale overgave. Dæhlie ging zo diep dat hij na de finish regelmatig in elkaar zakte van pure uitputting.