Er werd wat afgevochten in de loop van de geschiedenis. Historische documenten staan vol met veldtochten, belegeringen, bezettingen en slachtingen. Maar als je ze rangschikt op totale slachtoffers, dan moet je één ding vooraf afspreken: bij dit soort overzichten betekent “slachtoffers” meestal het totaal van doden, gewonden, vermisten en krijgsgevangenen. Bij belegeringen komt daar vaak nog een enorme burgerlijke tol bovenop.
10. De Mongoolse belegering van Bagdad (1258)

De plundering van Bagdad door de Mongolen in 1258 is een van de beruchtste stadsslachtingen uit de middeleeuwen. Alleen: het beruchte cijfer van “2 miljoen doden” wordt door moderne historici meestal gezien als een (veel) te hoge overlevering. Serieuze schattingen lopen sterk uiteen en zitten vaak eerder in de orde van honderdduizenden slachtoffers dan in de miljoenen. Hoe dan ook bleef er van Bagdad weinig heel, en het politieke en culturele centrum van het Abbasidische rijk werd gebroken.
9. Operatie Ichi Go (1944)

Operatie Ichi Go is minder bekend in West Europa, maar was wel een van de grootste Japanse grondoperaties in China. De slachtoffers worden doorgaans uitgedrukt als totale militaire verliezen aan beide kanten en komen uit op enkele honderdduizenden. De verwarring ontstaat vaak doordat je in sommige bronnen enorme aantallen “betrokken manschappen” en “gevolgen voor de burgerbevolking” door elkaar ziet lopen. Feit blijft: de operatie kostte China zwaar bloed, leverde Japan tijdelijk terreinwinst op, maar veranderde de strategische uitkomst van de oorlog uiteindelijk niet.
8. De slag aan de Somme (1916)
De slag aan de Somme is berucht omdat hij symbool staat voor industriële massaslachting. Belangrijk detail: je ziet vaak staan dat “meer dan een miljoen mensen het leven lieten”, maar dat getal is vrijwel altijd het totaal aan casualties, dus doden plus gewonden plus vermisten. Het totale aantal slachtoffers wordt meestal rond of boven de miljoen geplaatst, met grote verschillen per bron afhankelijk van wat precies wordt meegeteld (Britse, Franse, Duitse verliezen, later meegetelde vermisten, enzovoorts). De frontlijn schoof uiteindelijk maar beperkt op, terwijl generaties soldaten letterlijk werden vermalen.
7. Het Lenteoffensief (1918)

In het voorjaar van 1918 zette Duitsland alles op alles om het westfront open te breken voordat Amerikaanse troepen massaal het verschil zouden maken. De offensieven leverden dramatische terreinwinst op, maar de prijs was verschrikkelijk. Het totale aantal slachtoffers van dit offensief wordt vaak rond de 1,2 miljoen geplaatst als je alle betrokken legers bij elkaar optelt. En dat is precies waarom het militair zo wrang is: de Duitsers braken door, maar brandden zichzelf leeg. Daarna was de tegenstoot onvermijdelijk.
6. De slag om Berlijn (1945)

De slag om Berlijn was het brute eindspel in Europa. Hier lopen de schattingen uiteen omdat je militaire verliezen, burgerdoden, vermisten en de enorme aantallen verkrachtingen, honger en chaos in en rond de stad niet netjes in één getal kunt vangen. Als je het puur over totale casualties hebt, kom je grofweg in de orde van grootte van ruim een miljoen slachtoffers uit, afhankelijk van definities en afbakening. Het blijft een van de meest verwoestende stadsgevechten ooit.
5. Slag om de Dnjepr (1943)
De strijd om de Dnjepr was geen “één slag”, maar een gigantische reeks operaties over een front van honderden kilometers. Juist daarom zijn de totale slachtoffers zo hoog: je hebt miljoenen manschappen, maandenlange gevechten en voortdurende overgangen van rivierlinies. In veel overzichten zit je voor totale casualties rond anderhalf miljoen of hoger. Het Sovjetleger dwong uiteindelijk de oversteek af en heroverde grote delen van Oekraïne, maar de prijs was onmenselijk.
4. De slag om Stalingrad (1942–1943)

De slag om Stalingrad is het klassieke voorbeeld van een veldslag die een oorlog kantelt, maar ook van totale vernietiging. In totaalcijfers zie je meestal een grote bandbreedte, omdat het afhangt of je alleen de stad en directe omgeving telt, of ook de grote encirclement operaties en de verliezen van de As bondgenoten meeneemt. Veel samenvattingen komen uit op grofweg 2 miljoen slachtoffers of meer als je de verliezen van beide kanten samenneemt. Het is oorlog in zijn meest meedogenloze vorm: straat voor straat, winter, honger, artillerie en uiteindelijk een complete instorting van het Duitse 6e leger.
3. Het Broesilov offensief (1916)

Het Broesilov offensief staat bekend als een van de succesvolste Russische offensieven van de Eerste Wereldoorlog, maar ook als een slachtpartij op industriële schaal. Hier schieten de totals omhoog omdat beide kampen gigantische verliezen leden, inclusief enorme aantallen gevangenen. Afhankelijk van bron en definitie wordt het totale aantal slachtoffers vaak in de orde van grootte van 2 miljoen of meer geplaatst. Het offensief brak Oostenrijk Hongarije op meerdere plekken open, maar putte Rusland eveneens uit.
2. Het beleg van Leningrad (1941–1944)

Dit is er eentje waar “casualties” pas echt een wrang woord wordt. Leningrad is niet alleen militaire strijd, maar ook massale burgersterfte door honger, kou en beschietingen. Als je militaire casualties en burgerdoden samenneemt, zit je in de miljoenen. Afhankelijk van tellingen kom je grofweg uit op een totaal in de orde van 4 miljoen plus. Dit beleg duurde zo lang dat het geen gebeurtenis meer is, maar een tijdperk van ellende op zichzelf.
1. Operatie Barbarossa (1941)

Als je puur op totale militaire casualties rangschikt, is Barbarossa nauwelijks te overtreffen. In een paar maanden tijd werden complete legers vernietigd, omsingeld en gevangen genomen, met verliezen die opgeteld in de miljoenen lopen. Veel samenvattingen komen voor de periode juni tot december 1941 uit op ruim 5 miljoen militaire slachtoffers bij elkaar. En dat is nog zonder alle burgerlijke rampen van de bezetting en de achterhoede mee te rekenen. Barbarossa is niet alleen “de grootste invasie”, het is ook een van de grootste menselijke verliezen in zo kort tijdsbestek.