Op de bodem van de Marianentrog heerst eeuwige duisternis en een druk die de meeste dieren zou verpletteren. Toch wemelt het daar van het leven. De trog, vernoemd naar de nabijgelegen Marianen, is met bijna 11 kilometer het diepste stuk oceaan dat tot nu toe is ontdekt. Deze tien dieren bewijzen dat er op die diepte een wereld schuilt die net zo bizar is als hij donker is.
10. Dumbo-octopus

De Dumbo-octopus dankt zijn naam aan de twee grote flaporen op zijn kop, die precies op die van de bekende Disney-olifant lijken. Onderzoekers filmden een exemplaar op bijna 7 kilometer diepte in de Javatrog, de diepste waarneming van een octopus ooit. Op die diepte is de druk meer dan zeshonderd keer zo hoog als aan het oppervlak.
Het dier zwemt door langzaam met zijn oren te klapperen, in plaats van zich af te zetten zoals de meeste octopussen doen. Zijn acht armen zijn onderling verbonden door een vlies, waardoor hij eerder op een parachute dan op een octopus lijkt. Prooien kauwt hij niet fijn, hij slikt ze in hun geheel door. Een inktzak heeft hij niet meer, die is in de loop van de evolutie verdwenen omdat een inktwolk in het pikkedonker toch geen enkel nut heeft.
9. Glasoogvis
De glasoogvis staat ook wel bekend als hemelkijker, en dat komt door zijn opvallende doorzichtige kop. Onder een vloeistofgevulde koepel liggen twee felgroene ogen die naar boven zijn gericht, zodat het dier de silhouetten van prooien tegen het schemerlicht kan onderscheiden. Het duurde tot 1939 voordat wetenschappers de vis voor het eerst beschreven.
Pas in 2009 zagen onderzoekers van het Monterey Bay Aquarium Research Institute een levend exemplaar in actie, en toen bleek er iets bijzonders aan de hand. Lange tijd dachten biologen dat de ogen vastzaten en alleen omhoog konden kijken. In werkelijkheid kunnen ze binnen de doorzichtige koepel draaien, zodat de vis ook recht vooruit kan turen zodra hij een prooi wil grijpen.
8. Benthocodon
Terwijl de meeste kwallen dicht bij het wateroppervlak leven, houdt de benthocodon zich schuil op zo’n zevenhonderd meter diepte, vlak boven de zeebodem. De kwal heeft een bolle, koepelvormige bel waaraan meer dan vijftienhonderd piepkleine tentakels vastzitten. Met die tentakels beweegt het dier zich voort door het donkere water.
Waar veel diepzeekwallen doorzichtig zijn om onopvallend te blijven, heeft de benthocodon juist een felle, rode kleur. Dat is geen toeval. Rood licht dringt nauwelijks door tot deze diepte, waardoor de kleur voor roofdieren vrijwel onzichtbaar is. Het is een van de weinige kwallensoorten die permanent op de zeebodem leeft in plaats van rond te zweven in de waterkolom.
7. Diepzee draakvis
Met zijn palingachtige lijf, grote tanden en dreigende kop is de diepzee draakvis geen aaibaar dier. Hij wordt zelden langer dan vijftien centimeter, maar dat compenseert hij met een geniale truc. Onder zijn kaak hangt een lichtgevende voelspriet, die hij gebruikt om kleinere vissen te lokken.
Het licht ontstaat door een chemische reactie in gespecialiseerde cellen, een proces dat biologen bioluminescentie noemen. Zodra een nieuwsgierige vis dichterbij komt om te kijken wat er te halen valt, hapt de draakvis toe met zijn vlijmscherpe tanden. Op ruim achttienhonderd meter diepte is het water pikzwart en ijskoud, en juist daar voelt dit roofdier zich het meest op zijn gemak.
6. Zwarte zeeduivel
De zwarte zeeduivel dankt zijn naam aan een engelachtig noch duivels uiterlijk, met scherpe tanden en een lichtgevende hengel boven zijn bek. Die hengel werkt als lokaas voor kleine vissen, die afkomen op het licht en zo binnen hapafstand van de kaken belanden. Vrouwtjes worden veel groter dan mannetjes.
De voortplanting van deze vis is minstens zo opmerkelijk als zijn uiterlijk. Zodra een mannetje een vrouwtje vindt, bijt hij zich in haar flank vast en versmelt langzaam met haar lichaam. Zijn organen verschrompelen tot hij nauwelijks meer is dan een levende zaadopslag, altijd beschikbaar zodra het vrouwtje eitjes wil bevruchten.
5. Koboldhaai
De koboldhaai lijkt zo uit een horrorfilm weggelopen, met een lange, platte snuit boven een kaak vol dunne, naaldscherpe tanden. Zijn huid is niet grijs zoals bij de meeste haaien, maar bleekroze, doordat de bloedvaten er dwars doorheen schemeren. Volwassen dieren meten doorgaans tussen de drie en vier meter.
Er zijn enkele veel grotere exemplaren gefotografeerd, waarvan de lengte op basis van kop- en vinverhoudingen wordt geschat op ruim vijf meter, al is dat nooit met zekerheid vastgesteld. De koboldhaai jaagt door zijn kaken in een fractie van een seconde naar voren te schieten, als een soort onderwaterkatapult. Hij leeft doorgaans tussen de negenhonderd en dertienhonderd meter diepte en komt zelden aan de oppervlakte.
4. Zombieworm
Officieel heet dit dier de osedax, maar de bijnaam zombieworm past wonderwel. De worm voedt zich met botten van dode walvissen die op de zeebodem zijn beland. Om erbij te kunnen, scheidt hij een zuur af waarmee hij het bot langzaam oplost, zodat de voedingsstoffen erin vrijkomen.
Vrouwtjes zijn aanzienlijk groter dan mannetjes en verzamelen tientallen dwergmannetjes op hun eigen lichaam, een soort permanente harem. Die mannetjes doen verder weinig anders dan wachten tot de vrouwtjes klaar zijn om eitjes af te zetten. Zodra dat gebeurt, komt er in een keer een enorme hoeveelheid eitjes vrij in het water.
3. Bijlvis
De bijlvis dankt zijn naam aan zijn platte, hoekige lichaam, dat door het water lijkt te zweven als een drijvende bijl. Van de veertig soorten die er bestaan, is de Argyropelecus hemigymnus een van de meest bijzondere. Zijn ogen zijn buitenproportioneel groot, wat het diertje op close-up foto’s een angstaanjagende aanblik geeft.
Op zo’n vijftienhonderd meter diepte gebruikt de bijlvis lichtgevende organen aan zijn onderkant om zijn eigen silhouet te maskeren, een truc die tegenverlichting wordt genoemd. Door de sterkte van dat licht af te stemmen op het schaarse zonlicht van boven, wordt hij voor roofdieren die van onderaf kijken vrijwel onzichtbaar. Met een lengte van amper vijftien centimeter is het dier bovendien te klein om als bedreiging te gelden.
2. Franjehaai
Met een palingachtig lijf en een kop die eerder bij een dinosaurus lijkt te horen, is de franjehaai een levend fossiel. De familie waartoe hij behoort bestaat al zo’n tachtig miljoen jaar nauwelijks veranderd, wat de haai de bijnaam “levend fossiel” oplevert. Zijn naam dankt hij aan de gekartelde kieuwspleten die zijn nek versieren.
In zijn bek zitten meer dan twintig rijen naaldscherpe tandjes, waarmee hij prooien als een net kan vangen zodra hij zijn kaken opent. De franjehaai houdt zich het liefst op rond de twaalfhonderd meter diepte, waar het water koud is en de druk hoog. Wordt hij bij toeval naar de oppervlakte gebracht, dan overleeft hij dat zelden lang, omdat zijn lichaam volledig is aangepast aan de koude, zuurstofarme diepzee.
1. Telescoopoctopus
Op ongeveer negentienhonderd meter diepte zwemt de telescoopoctopus rond, met een lichaam dat vrijwel volledig doorzichtig is. Zijn tentakels lijken daardoor bijna spookachtig te zweven in het water. De naam dankt hij aan zijn ogen, die als een soort kokers uit zijn kop steken.
Die uitstekende ogen kunnen bovendien draaien, waardoor het dier zelfs in het pikkedonker van de Marianentrog nog prooien kan opsporen. Wetenschappers vermoeden dat de vorm van de ogen helpt om licht van boven te onderscheiden van de zwakke bioluminescentie van andere diepzeedieren. Op deze diepte is de telescoopoctopus een van de weinige octopussen die zich vrij door de waterkolom beweegt, in plaats van over de bodem te kruipen.
Wat deze tien dieren met elkaar verbindt, is niet hun uiterlijk maar hun vindingrijkheid. Waar wij duisternis en verpletterende druk als onleefbaar beschouwen, hebben zij er juist een compleet ecosysteem van gemaakt. De Marianentrog is nog altijd voor het grootste deel onontgonnen gebied, en elke nieuwe expeditie duikt naar boven met beelden van dieren die niemand voor mogelijk had gehouden.
1 reactie
leuk dat jullie dat weten ik heb er veel mee!