Je kent het vast wel: je kijkt een film of leest een boek en de hoofdpersoon zit zó diep in de nesten dat er geen ontsnappen meer aan is. En dan, uit het absolute niets, gebeurt er iets totaal onwaarschijnlijks waardoor alles ineens is opgelost. Dat noemen we een deus ex machina.
Letterlijk betekent het “god uit de machine”. Deze term komt uit het oude Griekse theater, waar acteurs die een god speelden met een houten kraan (de machine) op het toneel werden getakeld om het verhaal vlot te trekken. Hoewel critici het vaak een zwaktebod van de schrijver vinden, levert het soms wel de meest iconische momenten op. Hier zijn tien beroemde voorbeelden uit de kunst en entertainment.
1. Euripides’ “Medea”

In het klassieke Griekse theater was Euripides een absolute meester in dit kunstje. In zijn tragedie “Medea” heeft de hoofdrolspeelster zojuist haar eigen kinderen vermoord uit wraak op haar overspelige man. Ze zit in de val en de woedende menigte komt eraan om haar te straffen voor haar gruweldaad.
Precies op dat moment verschijnt er een gouden wagen die wordt getrokken door draken. Deze wagen is gestuurd door de zonnegod Helios, die toevallig haar grootvader is. Medea stapt in en vliegt weg, waardoor ze volledig aan haar straf ontsnapt. Het publiek bleef destijds verbijsterd achter: de moordenares kwam er zomaar mee weg dankzij een goddelijk taxiritje.
2. Homers “Odyssee”
De “Odyssee” is een van de oudste verhalen ter wereld, maar zelfs Homerus wist soms niet hoe hij een conflict moest beëindigen zonder goddelijke hulp. Nadat Odysseus eindelijk is teruggekeerd en alle opdringerige vrijers van zijn vrouw heeft afgeslacht, dreigt er een bloedige burgeroorlog in Ithaca. De families van de dode mannen zinnen namelijk op wraak.
Net voordat de boel volledig escaleert, daalt de godin Athena neer uit de hemel. Ze doet iets wat we tegenwoordig een “brainwash” zouden noemen: ze wist de bittere herinneringen uit het geheugen van de woedende burgers en dwingt hen om vrede te sluiten. Het is een nogal abrupte oplossing voor een jarenlange vete, maar het zorgt wel voor een gelukkig einde.
3. Shakespeares “Naar het u bevalt”

Zelfs de grootste toneelschrijver aller tijden maakte gebruik van dit trucje. In de komedie “As You Like It” zit de slechterik, hertog Frederick, met een leger op de hielen van zijn broer om hem te vermoorden. De spanning is om te snijden en een bloedbad lijkt onvermijdelijk.
Maar dan gebeurt er iets vreemds: Frederick loopt toevallig een religieuze kluizenaar tegen het lijf in het bos. Na een kort gesprek besluit hij spontaan om zich te bekeren tot het geloof, zijn leger naar huis te sturen en zijn troon terug te geven aan zijn broer. Het conflict verdwijnt als sneeuw voor de zon zonder dat er ook maar één zwaard getrokken hoeft te worden.
4. H.G. Wells’ “The War of the Worlds”

In dit baanbrekende sciencefictionverhaal uit 1898 ziet het er somber uit voor de mensheid. De Marsbewoners met hun gigantische driepoten hebben de wereld vrijwel volledig veroverd. Onze wapens richten niets uit en de totale uitroeiing van de mens lijkt slechts een kwestie van dagen.
Dan sterven de aliens plotseling allemaal tegelijkertijd. Niet door een slimme aanval van de held, maar door simpele aardse bacteriën waar ze geen weerstand tegen hebben opgebouwd. Het is een biologische deus ex machina: de mensheid wordt gered door de natuur terwijl ze zelf eigenlijk al verslagen was. Het is een geniale wending, maar wel eentje die uit de lucht komt vallen.
5. J.R.R. Tolkiens “The Lord of the Rings”
Fans van Midden-aarde kennen het fenomeen wel: de adelaars. Aan het einde van “The Return of the King” hebben Frodo en Sam hun taak volbracht, maar ze zitten vast op de flanken van een exploderende vulkaan. De lava stroomt hun kant op en er is absoluut geen weg meer terug.
Plotseling duiken de gigantische adelaars op om hen uit de vuurzee te plukken. Hoewel de adelaars eerder in het boek kort voorkomen, voelt hun timing wel heel erg handig. Tolkien noemde dit zelf een “eucatastrophe”, een plotselinge positieve wending, maar voor veel critici is dit het ultieme voorbeeld van een handige redding op de valreep.
6. “Jurassic Park” van Steven Spielberg
In de climax van de legendarische dinofilm zitten Alan Grant, Ellie Sattler en de kinderen in de val in de centrale hal van het bezoekerscentrum. De vlijmscherpe Velociraptors hebben hen omsingeld en springen net op hen af voor de genadeslag. Er is geen ontsnappen meer aan.
Dan beukt de Tyrannosaurus Rex ineens door de muur van het gebouw en grijpt de raptors uit de lucht. Het is een geweldig bioscoopmoment, maar laten we eerlijk zijn: hoe kan een dinosauriër van zes ton ongemerkt een gebouw binnensluipen zonder dat iemand hem hoort aankomen? De T-Rex fungeert hier als een brullende god die de hoofdrolspelers op het nippertje redt.
7. “Harry Potter en de Geheime Kamer” van J.K. Rowling
Harry Potter is pas twaalf jaar oud als hij oog in oog komt te staan met de gigantische Basilisk. Hij heeft geen staf, hij is vergiftigd en de slang is onzichtbaar voor hem. Het ziet er hopeloos uit voor de jonge tovenaar.
Ineens vliegt Fawkes de feniks de kamer binnen. Hij heeft de Sorteerhoed bij zich en zijn tranen genezen de dodelijke wonden van Harry. Bovendien verschijnt uit het niets het zwaard van Gryffindor in de hoed. Het is een driedubbele deus ex machina: een vogel, een hoed en een zwaard die gezamenlijk alle problemen oplossen die Harry zelf nooit de baas had gekund.
8. “Monty Python and the Holy Grail”
De mannen van Monty Python hielden ervan om de draak te steken met filmclichés, en dat deden ze ook met het einde van hun beroemde film. Koning Arthur staat aan het hoofd van een enorm leger en maakt zich klaar voor een epische, laatste veldslag tegen de Fransen. De trompetten klinken en het geweld staat op het punt los te barsten.
Maar dan stopt de film abrupt. Er rijden moderne politieauto’s het beeld in en agenten arresteren Arthur en zijn ridders. De “veldsla” wordt afgeblazen en de film eindigt simpelweg met een zwart scherm. Het is een absurde en briljante parodie op de deus ex machina, waarmee de makers lachend toegeven dat ze geen budget of zin hadden voor een echt einde.
9. “The Stand” van Stephen King
Stephen King heeft een enorme fantasie, maar in zijn dikke epos “The Stand” koos hij voor een wel heel letterlijke interpretatie van het begrip. In de grote confrontatie tussen de goeden en de slechten in Las Vegas lijkt de kwaadaardige Randall Flagg aan de winnende hand te zijn.
Dan verschijnt er letterlijk een lichtgevende hand uit de hemel, die door de personages de “Hand van God” wordt genoemd. Deze hand brengt een nucleaire bom tot ontploffing die toevallig in de buurt was, waardoor alle slechteriken in één klap worden weggevaagd. Het is een van de meest bekritiseerde eindes in de literatuur, omdat God hier letterlijk de knoop voor de hoofdpersonen doorhakt.
https://www.youtube.com/watch?v=vu7V1Dso6jI10. “Superman” (1978 film)
In de klassieke Superman-film met Christopher Reeve staat de held voor een onmogelijke tragedie. Hij heeft de wereld gered, maar hij is te laat om zijn grote liefde Lois Lane te redden van een aardbeving. Ze is dood en zelfs Superman kan daar niets aan veranderen met zijn spierballen.
In een vlaag van wanhoop vliegt hij echter zo hard rond de aarde dat hij de rotatie van de planeet omdraait, waardoor de tijd letterlijk terugloopt. Deze kracht was nog nooit eerder genoemd en druist tegen alle logica in, maar het stelt hem wel in staat om Lois te redden. Het is de ultieme “super-oplossing” voor een probleem dat eigenlijk onoplosbaar had moeten zijn.
