Censuur en literatuur zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Door de eeuwen heen hebben autoriteiten geprobeerd boeken te onderdrukken die zij als gevaarlijk, immoreel of staatsondermijnend beschouwden. Ironisch genoeg zorgde dat verbod vaak juist voor meer bekendheid en verkoop. Deze tien werken werden ooit verbrand, in beslag genomen of uit bibliotheken geweerd, maar gelden nu als onbetwiste meesterwerken van de wereldliteratuur.
1. Lady Chatterley’s Lover – D.H. Lawrence (1928)

Geen boek symboliseert de strijd tegen literaire censuur beter dan deze laatste roman van D.H. Lawrence. Het verhaal over Lady Constance Chatterley en haar affaire met wildbeheerder Mellors was zo expliciet dat Lawrence het in Italië moest laten drukken.
Het Verenigd Koninkrijk verbood het boek tot 1960, toen uitgeverij Penguin Books zelfs terechtstond voor obsceniteit. De aanklager maakte zichzelf belachelijk door de jury te vragen of dit een boek was dat je aan je vrouw of dienstmeisjes zou willen geven. Penguin won de zaak en verkocht binnen een maand drie miljoen exemplaren.
Het proces markeerde een keerpunt in de Britse censuurwetgeving en opende de deur voor vrijere publicatie van seksueel expliciete literatuur.
2. Lolita – Vladimir Nabokov (1955)
Nabokovs meesterwerk over de geobsedeerde Humbert Humbert en de twaalfjarige Dolores Haze kon nergens in Amerika of Engeland een uitgever vinden. Uiteindelijk publiceerde het Parijse Olympia Press het boek in 1955.
De Britse douane kreeg opdracht alle exemplaren in beslag te nemen, Frankrijk verbood het een jaar later, en Canada, Zuid-Afrika en Nieuw-Zeeland volgden. De Sunday Express noemde het “het smerigste boek ooit gelezen.”
Critici die het boek veroordeelden, trapten precies in de val die Nabokov had opgezet: Humbert Humbert is een onbetrouwbare verteller die de lezer probeert te manipuleren. Tegenwoordig wordt Lolita erkend als een briljante literaire prestatie die het kwaad van binnenuit ontleedt zonder het te verheerlijken.
3. Ulysses – James Joyce (1922)
James Joyce schreef zijn magnum opus tussen 1914 en 1921, maar de literaire wereld was er nog niet klaar voor. De Amerikaanse posterijen verbrandden in de jaren twintig elke kopie die de Atlantische Oceaan overstak. In 1921 werd het boek in Amerika officieel obsceen verklaard, en het Verenigd Koninkrijk verbood invoer tot de jaren dertig.
Het duurde tot 1933 voordat een historische rechtszaak in Amerika het boek vrijsprak. Rechter John Woolsey oordeelde dat Ulysses weliswaar expliciet was, maar niet pornografisch. Die uitspraak zou later cruciaal blijken voor andere obsceniteitsprocessen. Nu beschouwen literatuurwetenschappers Ulysses als het belangrijkste Ierse literaire werk ooit geschreven.
4. Madame Bovary – Gustave Flaubert (1857)
Flaubert werkte vijf jaar aan zijn debuutroman, soms dagenlang aan één enkele alinea. Toen Madame Bovary in 1856 als feuilleton verscheen, klaagde de Franse overheid hem aan wegens obsceniteit.
Het proces in januari 1857 draaide niet alleen om de overspelige Emma Bovary, maar om Flauberts weigering morele lessen aan zijn verhaal te verbinden. De aanklager vond dat realisme in literatuur een aanval op fatsoen was. Flaubert werd vrijgesproken, en de controverse maakte het boek een bestseller.
De roman wordt nu gezien als het fundament van het literair realisme en als een van de meest invloedrijke werken in de wereldliteratuur.
5. 1984 – George Orwell (1949)

Orwells dystopische waarschuwing tegen totalitarisme werd vrijwel onmiddellijk na publicatie verboden in de Sovjet-Unie, precies het regime dat het boek satiriseerde.
De ironie wilde dat het in de Verenigde Staten ook werd aangevochten, maar dan met de beschuldiging dat het pro-communistisch zou zijn. In Florida daagden ouders in 1981 het boek uit op precies die gronden.
De Sovjet-Unie legaliseerde 1984 pas in 1988, vlak voor de val van het IJzeren Gordijn. Begrippen als Big Brother, Newspeak en thoughtcrime zijn inmiddels deel van ons dagelijks vocabulaire.
6. De duivelsverzen – Salman Rushdie (1988)
Geen modern boek veroorzaakte zoveel wereldwijde opschudding als Rushdies vierde roman. Op 14 februari 1989 vaardigde ayatollah Khomeini van Iran een fatwa uit die moslims opriep Rushdie en iedereen die betrokken was bij de publicatie te doden.
Rushdie leefde negen jaar ondergedoken onder politiebescherming. Zijn Japanse vertaler werd in 1991 vermoord, zijn Italiaanse vertaler werd neergestoken, en zijn Noorse uitgever werd in 1993 beschoten.
In augustus 2022 werd Rushdie alsnog neergestoken tijdens een lezing in New York, waarbij hij een oog verloor. Ondanks alles wordt The Satanic Verses nu erkend als een belangrijk postkoloniaal literair werk.
7. Tropic of Cancer – Henry Miller (1934)
Henry Miller schreef deze semi-autobiografische roman over zijn armoedige jaren in Parijs, gefinancierd door zijn minnares Anaïs Nin. Het boek verscheen bij het Parijse Olympia Press omdat geen Amerikaanse uitgever het durfde aan te raken. De Amerikaanse douane verbood invoer tot 1961, toen Grove Press het eindelijk in Amerika publiceerde. Wat volgde was een lawine van meer dan zestig rechtszaken door het hele land.
Grove Press besteedde in het eerste jaar meer dan 100.000 dollar aan juridische verdediging. In 1964 oordeelde het Amerikaanse Hooggerechtshof dat Tropic of Cancer niet obsceen was omdat het enige “verlossende sociale waarde” bezat. Het boek was 27 jaar verboden geweest en werd nu een klassiek voorbeeld van censuurverzet.
8. Candide – Voltaire (1759)

Voltaire publiceerde zijn bijtende satire gelijktijdig in vijf landen, anoniem welteverstaan. Hij wist dat de gevolgen ernstig zouden zijn: het boek hekelde de kerk, de monarchie en de optimistische filosofie van Leibniz.
Binnen weken verboden zowel Genève als Parijs het werk. De katholieke kerk zette het op de Index van Verboden Boeken, waar het tot 1966 zou blijven staan. Voltaire ontkende jaren auteurschap om de Bastille te vermijden.
Desondanks werden er in het eerste jaar al 30.000 exemplaren verkocht. De slotzin – “we moeten onze tuin cultiveren” – werd een van de beroemdste citaten uit de Verlichting.
9. Naked Lunch – William S. Burroughs (1959)

Het laatste grote obsceniteitsproces in de Amerikaanse literatuurgeschiedenis draaide om dit hallucinerende Beat-meesterwerk.
Burroughs schreef het terwijl hij in Tanger van zijn heroïneverslaving probeerde af te komen, met hulp van Allen Ginsberg en Jack Kerouac. Het boek verscheen eerst in Parijs bij Olympia Press omdat Amerika het weigerde. Toen Grove Press het in 1962 eindelijk in de VS publiceerde, werd het onmiddellijk verboden in Boston.
Het proces in 1965 bracht literaire zwaargewichten als Norman Mailer en Allen Ginsberg naar de getuigenbank. De rechtbank verklaarde het boek aanvankelijk obsceen, maar in 1966 draaide het Massachusetts Supreme Court die beslissing terug met een historische uitspraak: zelfs een fragment met verlossende sociale waarde beschermt een heel werk tegen censuur. Die juridische standaard zou de Amerikaanse literatuur voorgoed veranderen.
10. Im Westen nichts Neues – Erich Maria Remarque (1929)

Remarques anti-oorlogsroman werd verboden omdat hij de Eerste Wereldoorlog beschreef als een zinloze slachting in plaats van een heroïsche strijd. Voor de nazi-partij was dit “literair verraad” aan de Duitse soldaat. In 1933 was het dan ook een van de eerste boeken die tijdens de beruchte boekverbrandingen in de vlammen verdween onder luid gejoel van de menigte.
Het regime ontnam Remarque zijn staatsburgerschap en dwong hem in ballingschap. Zijn zus werd later geëxecuteerd door de nazi’s, mede als wraak voor zijn publicatie. Juist door deze brute onderdrukking groeide het boek internationaal uit tot hét universele symbool voor pacifisme.
Het wordt nu beschouwd als de meest invloedrijke aanklacht tegen de waanzin van oorlog ooit geschreven.
