Grieken hebben het uiten van ongenoegen tot een ware kunstvorm verheven. Al drieduizend jaar scherpen ze hun tong op een vocabulaire dat diep in de oudheid wortelt. Waar wij soms wat onhandig vloeken, grijpt een Griek terug op het werkwoord gamó (het Griekse neuken). Dit woord geeft hun tirades een etymologische diepte die je nergens anders vindt. Schelden is in Griekenland een sociale bezigheid en een manier om te laten zien dat je bij de groep hoort.
10. Vlàkas
Vlàkas betekent dwaas of stom en is sociaal gezien vrij veilig terrein. Je gebruikt het voor de vriend die zijn drankje omgooit of de toerist die de weg verspert. De klank is zacht, maar de boodschap dat iemand niet de slimste van de klas is, komt direct aan.
9. Skàta
Skàta betekent letterlijk stront en is het Griekse stopwoord voor dagelijks ongemak (vergelijkbaar met ‘shit’). Of de bus nu te laat is of de koffie koud, dit woord dekt de lading. De uitdrukking “Skàta na fas” (eet stront) is echter een stuk persoonlijker en minder gezellig.
8. Kariòlis
De geschiedenis van Kariòlis is hilarisch. Oorspronkelijk was het een Venetiaans leenwoord voor een verrijdbaar bed (vaak gebruikt in bordelen of ziekenhuizen). Inmiddels noem je er een klootzak mee die je echt heeft besodemieterd.
7. Poutàna
Poutàna is overal rond de Middellandse Zee een begrip. Het is via het Italiaans in de taal gesijpeld en valt de reputatie van een vrouw direct aan. In combinatie met “gios” (hoerenzoon) wordt het een verbaal kernwapen. Zoals in veel zuidelijke culturen is het beledigen van de familie de kortste weg naar een fysieke confrontatie.
6. Archidia
Letterlijk vertaald heb je het over testikels. Grieken gebruiken Archidia om aan te geven dat een verhaal totale onzin is. “Archidia me louloudia” (testikels met bloemen) is een van de meest beeldende manieren om te zeggen dat iemand onzin uitkraamt.
5. Gamòto
Gamòto is de nationale vloek van Griekenland. Het werd legendarisch toen hordeloopster Voula Patoulidou het live op televisie schreeuwde na haar gouden race in 1992. Oorspronkelijk betekende het zoiets als trouwen, maar die betekenis is al lang verruild voor de seksuele variant. Het is het ultieme woord voor pure ontlading, zowel bij frustratie als bij enorme vreugde.
4. Ai gamísou
Ai gamísou is Griekse manier om iemand naar een plek te sturen waar de zon niet schijnt. Het is de standaardreactie in het Atheense spitsverkeer. De letterlijke vertaling (ga jezelf neuken) laat weinig ruimte voor interpretatie.
3. Malakìa
Dit zelfstandig naamwoord staat voor onzin, irritant-gedrag of een enorme flater. “Ti malakìa!” roep je als iets volslagen belachelijk is. Het is zo diep in de taal geworteld dat het soms bijna ongemerkt uit de mond rolt. Het beschrijft die specifieke vorm van stupiditeit die je alleen met een handgebaar en een diepe zucht kunt begeleiden.
2. Poustis
Poustis heeft zijn wortels in het Turkse “puşt”. Hoewel het een zware homofobe lading heeft, wordt het op straat vaak als algemene belediging voor een schoft gebruikt. De term roept in Griekenland veel weerstand op vanwege de beladen achtergrond. Toch hoor je het dagelijks luidkeels over de drukke boulevards galmen bij elke verkeersfout.
1. Malàkas
Malàkas is het meest multifunctionele Griekse scheldwoord. Je noemt je beste vriend een malàkas als hij binnenkomt, maar je schreeuwt het ook tegen een idioot op straat. De toon en de context bepalen of het een knuffel of een klap is.
