We schelden tegenwoordig ongeïnspireerd. Het blijft vaak hangen bij dezelfde ziektes, geslachtsdelen of Engelse termen die rechtstreeks van TikTok komen rollen. Onze voorouders pakten dat heel anders aan. Zij gebruikten creativiteit en een scherp taalgevoel om iemand de mantel uit te vegen.
Een goed scheldwoord moest destijds lekker bekken en de ander even laten nadenken over wat hem nu eigenlijk naar het hoofd werd geslingerd. Hier zijn tien oud-Hollandse parels die dringend een comeback verdienen.
1. Wappergat

Een wappergat is een prostitué of iemand die lichtzinnig met haar lichaam omgaat. Het woord verwijst naar een billen die op een uitnodigende manier bewegen.
Dit woord staat niet op zichzelf in onze taalgeschiedenis. Schrijver Ronald Giphart somde ooit een hele reeks variaties op, zoals draaiaars, hippelklink, kwikkebil, klikkebil, snikkebil, wappergat, wipeersken, wipgat, wipkuitje en wellicht ook het modernere huppelkut.
Onze voorouders vonden dat gewiebel blijkbaar interessant genoeg om er minstens tien verschillende termen voor te bedenken.
2. Rinkelrooier

Rinkelrooier is de ideale benaming voor die ene vriend die nooit op tijd naar huis gaat. Een rinkelrooier is een losbol die van kroeg naar kroeg zwiept.
In de zestiende eeuw betekende rinkelrooien letterlijk met een tamboerijn rondlopen om herrie te maken. Schrijvers als Potgieter en Betje Wolff gebruikten de term al om nachtlopers en feestvierders te beschrijven.
3. Natgierig

Vergeet even termen als zuiplap of alcoholist en noem iemand liever natgierig. Het beschrijft prachtig een onlesbare dorst naar alcohol zonder direct te moraliseren. Er zit iets komisch in de suggestie dat de persoon een soort droogstaande spons is die constant naar vloeistof zoekt. Het woord bekt lekker en is mild genoeg om met een knipoog te gebruiken tijdens een verjaardag.
4. Lichtekooi

Sinds de zeventiende eeuw is dit een bekende benaming voor een vrouw van lichte zeden. Kooi verwijst naar het achterwerk. Een lichtekooi is dus letterlijk iemand die haar kooi licht (oftewel wiegt) tijdens het lopen.
5. Hennetaster

Een Hennetaster is een man die onder de plak zit of zich overmatig met het huishouden bemoeit. Samuel Coster schreef al in 1612 over de hennetaster die geen cent uitgeeft zonder toestemming van zijn vrouw.
6. Platbroek
Dit is een zestiende-eeuwse klassieker voor iemand zonder ruggengraat. De oorspronkelijke betekenis was seksueel (iemand bij wie de broek plat blijft), maar het woord kreeg later een bredere lading.
Tegenwoordig is het een uitstekend scheldwoord voor een manager die elk moeilijk besluit voor zich uitschuift. Het is een rake term voor iedereen die bij de minste weerstand direct door de knieën zakt.
7. Schobbejak
Een schobbejak is een onbetrouwbaar persoon of een schurk. De herkomst ligt waarschijnlijk bij het woord scobbe voor schurft gecombineerd met de naam Jack. De klank is perfect met de harde sch aan het begin en de korte ak aan het eind. Ideaal voor die buurman die spullen leent en ze steevast kapot terugbrengt.
8. Hondsvot

Het klinkt als een doekje voor de hond, maar de werkelijke betekenis van hondsvot verwijst naar het vrouwelijk geslachtsdeel van een loopse hond. Al in de zeventiende eeuw werd de term ingezet om een lafaard of een schurk mee aan te duiden.
9. Smeerkanis
Een smeerkanis is een rasechte viezerik. Het woord kanis komt uit het Bargoens en is een oude aanduiding voor een hoofd. Je noemt je tegenstander dus letterlijk iemand met een smerig hoofd.
10. Snotneus
Een snotneus is een jong persoon die zich gedraagt alsof hij de wijsheid in pacht heeft. De letterlijke betekenis van een kind met een loopneus vertaalt perfect naar iemand die nog niet droog achter de oren is. Het is mild genoeg voor je eigen kinderen, maar venijnig genoeg voor die consultant die jou de wet komt voorschrijven.
Schelden is een kunstvorm die we weer serieus moeten nemen. Onze voorouders begrepen dat een goede belediging niet alleen moet kwetsen, maar ook moet verrassen en vermaken. Tijd om die traditie nieuw leven in te blazen en de Nederlandse woordenschat levend te houden. De volgende keer dat iemand je afsnijdt in het verkeer, probeer je gewoon eens een rinkelrooier naar het hoofd te slingeren.