De Olympische Spelen vormen het ultieme podium voor atleten om hun uitzonderlijke talenten te tonen, met als hoogste streven het winnen van een medaille, en bij voorkeur een gouden. In dit artikel belichten we de tien Olympiërs met de meeste medailles in totaal. Dit betekent dat atleten zoals Usain Bolt, die ‘slechts’ 9 medailles heeft gewonnen, maar dan wel allemaal goud, niet in deze lijst voorkomen. Bijgewerkt na de Winterspelen van Milaan-Cortina 2026.
10. Ono Takashi – 13 Medailles (5 goud, 4 zilver, 4 brons)
De Japanse gymnast Ono Takashi schitterde tussen 1960 en 1968, waarbij hij een totaal van dertien medailles verzamelde. Zijn prestaties waren cruciaal voor de opkomst van Japan als een gymnastiekgrootmacht op de Olympische Spelen. Ono’s gracieuze en technische beheersing van de toestellen maakte hem een favoriet bij zowel juryleden als het publiek.
Zijn vier gouden medailles tijdens de Spelen van 1964 in Tokio waren bijzonder gedenkwaardig, aangezien hij optrad voor een thuispubliek. Ono’s nalatenschap blijft een bron van inspiratie voor nieuwe generaties gymnasten wereldwijd.
8. Edoardo Mangiarotti – 13 Medailles (6 goud, 5 zilver, 2 brons)
De Italiaanse schermer Edoardo Mangiarotti is een ware titan in de schermsport. Met zes gouden, vijf zilveren en twee bronzen medailles, behaald tussen 1936 en 1960, staat Mangiarotti bekend om zijn buitengewone techniek en tactisch vernuft. Zijn bijdrage aan het succes van het Italiaanse schermteam is onmiskenbaar.
Mangiarotti’s carrière, die vier Olympische Spelen overspande, wordt gekenmerkt door consistentie en dominantie in zowel de degen- als floretwedstrijden. Hij blijft een voorbeeld van doorzettingsvermogen en excelleren op het hoogste niveau.
8. Ireen Wüst – 13 Medailles (6 goud, 5 zilver, 2 brons)

Nederlandse schaatsster Ireen Wüst heeft haar stempel gedrukt op de Olympische Winterspelen met zes gouden, vijf zilveren en twee bronzen medailles. Haar carrière begon in 2006, en sindsdien heeft ze zich ontwikkeld tot een van de meest gedecoreerde atleten in de geschiedenis van het schaatsen.
Wüst’s vermogen om op meerdere afstanden te schitteren, van de 1500 meter tot de 3000 meter, benadrukt haar veelzijdigheid en aanpassingsvermogen. Haar volharding en toewijding aan de sport hebben haar tot een icoon in Nederland en daarbuiten gemaakt.
7. Boris Shakhlin – 13 Medailles (7 goud, 4 zilver, 2 brons)

De Sovjet-gymnast Boris Shakhlin veroverde het wereldtoneel met zijn zeven gouden, vier zilveren en twee bronzen medailles. Actief in de jaren 1950 en 1960, werd Shakhlin bewonderd om zijn perfecte techniek en kalme vastberadenheid tijdens wedstrijden.
Zijn prestaties op de Olympische Spelen van 1960 in Rome, waar hij vier gouden medailles won, bevestigden zijn status als een legende in de gymnastiek. Shakhlin’s invloed reikt verder dan zijn medailles, aangezien hij een inspiratiebron bleef voor toekomstige generaties gymnasten.
6. Ole Einar Bjørndalen – 13 Medailles (8 goud, 4 zilver, 1 brons)

De Noorse biatleet Ole Einar Bjørndalen, vaak de ‘Koning van de Biatlon’ genoemd, heeft een ongeëvenaarde erfenis opgebouwd met acht gouden, vier zilveren en één bronzen medaille. Zijn dominantie tussen 1998 en 2014 is een bewijs van zijn uitzonderlijke vaardigheden en volharding.
Bjørndalen’s vermogen om in extreme omstandigheden te presteren, evenals zijn nauwkeurigheid en snelheid tijdens de schietonderdelen, maakte hem tot een formidabele tegenstander. Zijn naam is synoniem met uitmuntendheid in de wintersport.
5. Johannes Høsflot Klæbo – 13 Medailles (11 goud, 1 zilver, 1 brons)

De nieuwste naam in dit illustere gezelschap is de Noorse langlaufer Johannes Høsflot Klæbo, die zich in Milaan-Cortina 2026 onsterfelijk maakte. Met zes gouden medailles op één Winterspelen — een prestatie die nooit eerder was vertoond — katapulteerde hij zichzelf naar de top van de olympische geschiedenisboeken.
Klæbo won op élke afstand die hij reed: van de sprint tot de vijftig kilometer, van individueel tot in teamverband. Zijn totaal van elf gouden medailles maakt hem de meest gedecoreerde winterolympiër ooit op basis van goud, alleen overtroffen door zwemmer Michael Phelps als we zomer en winter combineren. Op zijn 29e heeft hij nog jaren voor zich — de vraag is niet óf hij hoger klimt in deze lijst, maar hoe hoog.
4. Nikolaj Andrianov – 15 Medailles (7 goud, 5 zilver, 3 brons)
Sovjet-gymnast Nikolaj Andrianov verzamelde vijftien medailles, waarvan zeven goud, vijf zilver en drie brons, tijdens zijn carrière in de jaren 1970 en 1980. Zijn veelzijdigheid en consistentie maakten hem tot een van de grootste gymnasten aller tijden.
Andrianov’s prestaties tijdens de Olympische Spelen van 1976 in Montreal, waar hij vier gouden medailles won, waren een hoogtepunt van zijn carrière. Zijn innovatieve routines en technische perfectie blijven een standaard voor gymnastiekcompetities wereldwijd.
3. Marit Bjørgen – 15 Medailles (8 goud, 4 zilver, 3 brons)
Noorse langlaufster Marit Bjørgen is een van de meest gedecoreerde atleten in de geschiedenis van de Winterspelen. Met acht gouden, vier zilveren en drie bronzen medailles, heeft Bjørgen tussen 2002 en 2018 een onuitwisbare indruk achtergelaten op de sport.
Haar vermogen om te domineren in zowel individuele als teamevenementen getuigt van haar veelzijdigheid en uithoudingsvermogen. Bjørgen houdt met vijftien plakken het record voor het totale aantal medailles op de Winterspelen, al heeft Klæbo haar inmiddels overtroffen in goud. Haar nalatenschap inspireert jongere generaties langlaufers wereldwijd om haar voetsporen te volgen.
2. Larisa Latynina – 18 Medailles (9 goud, 5 zilver, 4 brons)
Larisa Latynina, de Sovjet-gymnaste, verzamelde een indrukwekkende achttien medailles tussen 1956 en 1964, waaronder negen goud, vijf zilver en vier brons. Haar dominantie gedurende drie opeenvolgende Olympische Spelen markeerde haar als een pionier in de gymnastiekwereld.
Latynina’s gratie, techniek en vastberadenheid maakten haar een icoon in de sport. Haar successen legden de basis voor de Sovjet-overheersing in de gymnastiek, en haar invloed blijft voelbaar in de moderne gymnastiek.
1. Michael Phelps – 28 Medailles (23 goud, 3 zilver, 2 brons)

De Amerikaanse zwemmer Michael Phelps staat met stip op nummer één met een ongeëvenaarde 28 Olympische medailles, waarvan 23 goud, drie zilver en twee brons. Zijn dominantie in het zwembad, van de Spelen van 2004 tot 2016, heeft de geschiedenisboeken herschreven.
Phelps’ ongeëvenaarde prestaties, waaronder acht gouden medailles tijdens de Spelen van 2008 in Beijing, zijn een bewijs van zijn toewijding, talent en innovatieve trainingstechnieken. Zijn nalatenschap blijft een inspiratiebron voor zwemmers en atleten wereldwijd. Met de opkomst van Klæbo heeft hij er voor het eerst een serieuze concurrent bij in de strijd om de titel ‘Greatest Olympian’ — al scheelt er nog altijd twaalf gouden plakken.