Hollywood draait op dromen en dollars, maar soms gaan die twee niet samen. Als een megaproductie uitloopt, het budget explodeert en het publiek wegblijft, kan dat een studio de kop kosten. Van Egyptische koninginnen tot piraten, van waterwerelden tot westerns: dit zijn de films die bijna een financiële apocalyps veroorzaakten.
1. Cleopatra (1963) – Het einde van het oude Hollywood
Wat begon als een project van 2 miljoen dollar, eindigde in een historisch drama van 44 miljoen dollar. Omgerekend naar nu praten we over ruim 400 miljoen.
Elizabeth Taylor eiste (en kreeg) als eerste actrice ooit een miljoenensalaris, maar de echte kosten zaten in de krankzinnige logistiek: de productie verhuisde van Engeland naar Rome, sets werden herbouwd en de affaire tussen Taylor en Richard Burton zorgde voor voortdurende afleiding.
Hoewel de film veel opbracht, was het verlies zo groot dat Fox hun backlot moest verkopen om te overleven.
2. Heaven’s Gate (1980) – De film die New Hollywood doodde
Michael Cimino kreeg na zijn Oscar-succes met The Deer Hunter carte blanche, en dat heeft United Artists geweten. De opnames van deze western duurden tien maanden en het budget verviervoudigde. Cimino was zo perfectionistisch dat hij scènes tientallen keren overdeed.
Het resultaat was een commercieel debacle dat United Artists de das omdeed; de studio werd kort daarna overgenomen door MGM. Het betekende ook het einde van het tijdperk waarin regisseurs de volledige macht hadden over grote studio-budgetten.
3. Cutthroat Island (1995) – De vervloekte film
Carolco Pictures zette alles op alles met deze piratenfilm, maar de productie leek wel vervloekt. Van ontslagen acteurs tot gebroken rioolpijpen in de watertanks: alles ging mis. De film staat nog steeds in de boeken als een van de grootste flops aller tijden.
Carolco vroeg al faillissement aan voordat de film überhaupt de bioscoop bereikte. Het piratengenre was hierna jarenlang “radioactief” in Hollywood, totdat Jack Sparrow het bijna tien jaar later weer tot leven wekte.
4. Waterworld (1995) – Kevin’s Gate
Steven Spielberg waarschuwde Kevin Costner nog: “Film nooit op open water.” Costner negeerde het advies en zag zijn sets letterlijk zinken tijdens orkanen. De kosten liepen op tot 175 miljoen dollar, destijds een absoluut record.
Hoewel de film wereldwijd nog best wat opbracht, was de reputatieschade enorm. Pas jaren later, via de verkoop van dvd’s en pretparkattracties, kroop de film uit de rode cijfers.
5. One from the Heart (1982) – Coppola’s dure liefdesbrief
Na de triomf van Apocalypse Now wilde Francis Ford Coppola iets bescheidens maken. Die bescheidenheid verdween snel. Zijn romantische musical, geheel opgenomen op de sets van zijn eigen Zoetrope Studios, groeide van 2 naar 26 miljoen dollar. Coppola experimenteerde met revolutionaire videotechnieken en liet heel Las Vegas nabouwen in de studio.
Critici waren vernietigend, het publiek bleef weg. One from the Heart bracht minder dan 700.000 dollar op. Coppola verloor zijn studio en bleef een decennium lang in de schulden. Hij moest films als The Outsiders en Peggy Sue Got Married maken om zijn schulden af te betalen. Pas in 1992 was hij officieel uit de financiële problemen.
6. The 13th Warrior (1999) – De vloek van te veel regisseurs
Met Antonio Banderas en een budget dat richting de 160 miljoen dollar kroop, had dit een hit moeten zijn. Maar na rampzalige testvertoningen werd de film bijna volledig opnieuw gemonteerd en deels opnieuw gefilmd. De chaos was zo groot dat acteur Omar Sharif tijdelijk stopte met acteren uit pure frustratie. De film bracht slechts 61 miljoen op, wat leidde tot een van de grootste afschrijvingen van de jaren ’90.
7. Raise the Titanic (1980) – “De oceaan laten zakken was goedkoper”
Mediamagnaat Lew Grade wilde een spektakel, maar kreeg een financiële ijsberg. Alleen al het bouwen van de watertank in Malta kostte miljoenen. Toen de film flopte, sprak Grade de legendarische woorden:
“Het zou goedkoper zijn geweest om de Atlantische Oceaan te laten zakken dan deze film op te nemen.”
Zijn productiemaatschappij overleefde het ternauwernood, maar zou nooit meer op dit niveau produceren.
8. John Carter (2012) – Disney’s debakel
Disney zette alles in op de verfilming van Edgar Rice Burroughs’ klassieke sciencefiction uit 1912. Regisseur Andrew Stanton, de Oscar-winnaar achter Finding Nemo en WALL-E, maakte zijn live-action debuut met een budget van 263 miljoen dollar. Maar Stanton behandelde de productie als een Pixar-project: eindeloos herschrijven en opnieuw filmen.
De marketing was rampzalig. De oorspronkelijke titel John Carter of Mars werd ingekort tot alleen John Carter, uit angst voor associatie met de recent geflopte Mars Needs Moms. De generieke trailers wisten niemand te enthousiasmeren. Disney moest een verlies van 200 miljoen dollar afschrijven, het grootste in de geschiedenis van de studio tot dan toe. Studiobaas Rich Ross nam ontslag.
9. The Lone Ranger (2013) – De tweede klap voor Disney
Slechts een jaar na John Carter probeerde Disney opnieuw een franchise te lanceren met The Lone Ranger. Johnny Depp als Tonto, Armie Hammer als de gemaskerde held, Gore Verbinski achter de camera: het Pirates of the Caribbean-team zou de magie herhalen. Maar westerns verkopen moeilijk, en het budget explodeerde naar 250 miljoen dollar na vertragingen door slecht weer, gewonde stuntmannen en een dodelijk ongeluk.
De kritiek was vernietigend. De film opende tegen Despicable Me 2 en werd verpulverd. Met een wereldwijde opbrengst van 260 miljoen op een totaal van 400 miljoen aan productie- en marketingkosten, moest Disney opnieuw een verlies van 190 miljoen afschrijven.
Disney beëindigde kort daarna de jarenlange samenwerking met producer Jerry Bruckheimer.
10. The Fall of the Roman Empire (1964) – De vergeten concurrent van Cleopatra
Terwijl alle ogen gericht waren op Cleopatra, werkte Samuel Bronston Productions aan een eigen historisch epos. Voor The Fall of the Roman Empire werd het grootste buitenset ooit gebouwd: een replica van het Forum Romanum van 92.000 vierkante meter. Sophia Loren speelde de hoofdrol, de kostuums waren schitterend, de veldslachtscènes spectaculair.
Maar het publiek had genoeg van toga-epossen. De film bracht slechts een kwart van het budget van 19 miljoen dollar terug. Drie maanden na de release was Samuel Bronston Productions failliet. Het was het einde van een studio die kort daarvoor nog El Cid en 55 Days at Peking had geproduceerd.
