Kamperen in Spanje roept bij veel mensen beelden op van eenvoudige tenten, gedeelde douches en een gaspitje voor de tent. Geloof ons, dat beeld is achterhaald. De afgelopen jaren heeft Spanje zich ontwikkeld tot een van de meest comfortabele kampeerbestemmingen van Europa.
1. Wildkamperen kan je een flinke boete opleveren

Spanje lijkt misschien het land van vrijheid en ruimte, maar als het om wildkamperen gaat zijn de regels streng. Vooral in beschermde natuurgebieden, nationale parken en langs populaire kuststroken wordt actief gecontroleerd. De exacte regelgeving verschilt per autonome regio, maar overtredingen kunnen resulteren in stevige boetes die oplopen tot duizenden euro’s. Vooral met een camper of caravan langs de kust overnachten buiten officiële plekken is riskant.
2. Skiën in de ochtend, strand in de middag

In het zuiden van Spanje ligt de Sierra Nevada, een bergketen in Andalusië waar in de winter en het vroege voorjaar volop geskied kan worden. Wat deze regio bijzonder maakt, is de relatief korte afstand tot de Middellandse Zee. In bepaalde periodes van het jaar is het mogelijk om ’s ochtends op de piste te staan en later die dag nog aan het strand bij bijvoorbeeld Málaga te wandelen.
3. Vijfsterren campings zijn eerder regel dan uitzondering
Wie denkt dat een camping in Spanje gelijkstaat aan een primitief verblijf, komt bedrogen uit. Vooral langs de kust en in populaire vakantieregio’s vind je campings met voorzieningen die eerder doen denken aan resorts. Grote zwembadcomplexen, wellnessruimtes, sportfaciliteiten en uitgebreide animatieprogramma’s zijn hier geen uitzondering.

Op steeds meer campings is privé sanitair bij de kampeerplaats mogelijk. Het verschil met een hotel wordt daardoor steeds kleiner.
4. De kleur van de stoeprand bepaalt of je moet betalen
Wie met auto, caravan of camper reist, krijgt vroeg of laat te maken met het Spaanse parkeersysteem. In veel steden en dorpen wordt gewerkt met kleurcodes.
Een gele streep langs de stoeprand betekent dat parkeren verboden is. Blauwe vakken geven een betaalde zone aan, waarbij je via een parkeerautomaat een ticket moet kopen.
Witte belijning betekent meestal gratis parkeren. Dat simpele kleurverschil kan op een vakantie van meerdere weken flink schelen in de kosten.
5. Eén letter verschil op de snelweg kan tientallen euro’s schelen
Het Spaanse wegennet is modern en uitgebreid. Toch zit er een belangrijk verschil in de benaming van snelwegen. Wegen met de aanduiding “AP” zijn doorgaans tolwegen. Wegen met alleen de letter “A” zijn meestal gratis autosnelwegen.
Op sommige trajecten lopen een tolweg en een gratis alternatief vrijwel parallel. Door bij het instellen van je navigatie bewust te kiezen voor tol vermijden, kun je tijdens een rondreis tientallen euro’s besparen.
6. Campings met complete waterparken
Aan de Costa Brava en de Costa Dorada liggen campings waar het zwembadcomplex het hart van het terrein vormt. Grote glijbanen, lagunezwembaden, kinderparken met waterspeeltoestellen en zelfs wildwaterbanen zijn hier geen uitzondering.
Voor gezinnen betekent dit dat een apart bezoek aan een waterpark vaak overbodig is. De kinderen vermaken zich urenlang op het terrein zelf, terwijl ouders kunnen ontspannen aan de rand van het zwembad.
7. Overwinteren in lenteachtige temperaturen
Spanje is niet alleen een zomerse bestemming. Vooral aan de zuidoostkust, rondom Alicante, heerst een mild microklimaat. Zelfs in de winter blijven de temperaturen hier vaak aangenaam en zonnig. Dat maakt de regio populair onder overwinteraars uit Noord Europa.
Campings spelen hierop in met verwarmde sanitaire voorzieningen, aangepaste tarieven voor lange verblijven en sociale activiteiten. In plaats van verlaten terreinen vind je in de winter levendige gemeenschappen van reizigers die bewust kiezen voor zon in plaats van sneeuw.
8. Met je eigen caravan naar de eilanden

Spanje bestaat niet alleen uit het vasteland. Vanaf steden als Barcelona en Valencia vertrekken regelmatig veerboten naar de Balearen. Eilanden zoals Ibiza en Mallorca zijn daardoor bereikbaar met eigen auto en caravan.
Het geeft een bijzonder gevoel om met je eigen kampeermiddel van de boot te rijden en een eiland te verkennen. Je combineert de vrijheid van kamperen met het karakter van een eilandvakantie. Dat maakt Spanje extra veelzijdig als bestemming.
9. De siësta verandert je dagritme

In veel regio’s ligt het dagelijks ritme anders dan in Nederland. Tussen ongeveer 14.00 en 17.00 uur sluiten veel kleinere winkels hun deuren. In de avond komt het openbare leven juist weer op gang en wordt er vaak pas laat gegeten.
Wie zich aanpast aan dit tempo merkt dat de vakantie vanzelf rustiger aanvoelt. Op campings zie je dat animatieprogramma’s en activiteiten zich ook aanpassen aan dit ritme. Lange avonden op het terras zijn eerder regel dan uitzondering.
10. Culinair genieten zonder het terrein te verlaten

Spanje staat bekend om zijn gastronomie en dat merk je ook op moderne campings. Steeds vaker beschikken ze over restaurants waar gewerkt wordt met lokale producten. Verse vis, regionale wijnen en traditionele gerechten staan er op de kaart.
Daarnaast organiseren sommige campings excursies naar lokale markten of wijnhuizen in de omgeving. Zo wordt eten een integraal onderdeel van de vakantiebeleving. Kamperen in Spanje betekent daardoor niet alleen buiten slapen, maar ook volop genieten van de Spaanse keuken.
Kamperen in Spanje is uitgegroeid tot een complete vakantievorm waarin comfort, natuur en cultuur samenkomen. Wie nog denkt dat kamperen per definitie afzien is, heeft duidelijk niet gezien hoe modern en veelzijdig het Spaanse aanbod inmiddels is.
