De Nobelprijs geldt wereldwijd als de hoogste wetenschappelijke en culturele erkenning. Sinds 1901 worden deze prestigieuze prijzen uitgereikt voor werk dat de mensheid vooruithelpt. Maar niet elke keuze van het Nobelcomité wordt met applaus ontvangen.
Van ontdekkingen die achteraf schadelijk bleken tot politieke keuzes die de wenkbrauwen deden fronsen; deze tien toekenningen zorgden voor wereldwijde verontwaardiging.
1. António Egas Moniz – De prijs voor Lobotomie (1949)

In 1949 ontving de Portugese neuroloog António Egas Moniz de Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde voor het ontwikkelen van de prefrontale lobotomie. Deze procedure, waarbij verbindingen in de hersenen werden doorgesneden, werd aanvankelijk gevierd als een doorbraak in de psychiatrie.
De realiteit bleek gruwelijk: tienduizenden patiënten raakten permanent beschadigd, werden emotioneel vlak of verloren hun volledige persoonlijkheid. Hoewel de wetenschappelijke wereld de prijs later een verschrikkelijke vergissing noemde, trekt het comité nooit prijzen in.
2. Fritz Haber – Vader van de chemische oorlogsvoering (1918)

Fritz Haber is een man van uitersten. Hij won de prijs voor Scheikunde voor het Haber-Boschproces, een techniek om kunstmest te maken die vandaag de dag miljarden mensen voedt. Tegelijkertijd was hij de architect van de chemische oorlogsvoering tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Hij leidde persoonlijk de eerste grootschalige gifgasaanvallen. Deze paradox zorgde voor een enorme verdeeldheid; terwijl hij de wereldbevolking hielp groeien, zorgde zijn werk op het slagveld voor duizenden gruwelijke doden.
3. Henry Kissinger – Vrede terwijl de bommen vielen (1973)
De toekenning aan Henry Kissinger voor een staakt-het-vuren in Vietnam wordt vaak de meest ironische Vredesprijs ooit genoemd. Ten tijde van de onderhandelingen beval Kissinger namelijk de geheime bombardementen op Cambodja.
De Noord-Vietnamese mede-onderhandelaar Lê Đức Thọ weigerde de prijs zelfs, omdat de vrede in zijn ogen nog lang niet bereikt was. Het leidde tot het aftreden van twee comitéleden en een golf van kritiek in de internationale media.
4. Yasser Arafat, Yitzhak Rabin en Shimon Peres – De prijs voor een illusie (1994)

De Oslo-akkoorden moesten de weg vrijmaken voor vrede in het Midden-Oosten. Het trio Arafat, Rabin en Peres werd hiervoor beloond, maar de controverse was niet van de lucht. Arafat werd door critici gezien als een terrorist, terwijl de Israëlische leiders een beladen militaire reputatie hadden.
Uiteindelijk bleek de vrede een illusie; de akkoorden liepen vast en het geweld laaide weer op, wat de legitimiteit van deze specifieke prijs tot op de dag van vandaag aantast.
5. Barack Obama – Te vroeg (2009)

Zelfs Barack Obama leek verbaasd toen hij na slechts negen maanden presidentschap de Vredesprijs won. Het comité gaf toe dat de prijs bedoeld was om hem te steunen in zijn ambities, in plaats van een beloning voor concrete resultaten.
Critici noemden het een politiek statement tegen zijn voorganger. Gedurende zijn ambtstermijn bleef de VS betrokken bij meerdere oorlogen en groeide het droneprogramma, wat de discussie over de rechtvaardigheid van deze prijs levend hield.
6. Watson, Crick en Wilkins – De vergeten bijdrage van Rosalind Franklin (1962)
De ontrafeling van de DNA-structuur is een van de grootste mijlpalen in de wetenschap. Watson, Crick en Wilkins kregen de eer, maar Rosalind Franklin – wier röntgenfoto’s essentieel waren voor de ontdekking – werd volledig gepasseerd.
Haar werk werd zonder haar medeweten gebruikt. Omdat zij overleed voordat de prijs werd uitgereikt, en het comité geen postume prijzen toekent, kreeg zij nooit de erkenning die zij verdiende.
7. Bob Dylan – Is popmuziek literatuur? (2016)
In 2016 koos de Zweedse Academie voor een onverwachte winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur: muzikant Bob Dylan. De literaire wereld was te klein. Schrijvers vroegen zich af of songteksten wel tot de hoogste vorm van literatuur gerekend kunnen worden.
Dylan zelf reageerde aanvankelijk laconiek en kwam niet opdagen bij de uitreiking, wat de controverse rond zijn persoon en de keuze van de Academie alleen maar versterkte.
8. Mahatma Gandhi – De grootste misser van het comité
Soms is de grootste controverse niet wie er wint, maar wie er wordt overgeslagen. Mahatma Gandhi, het boegbeeld van geweldloos verzet, werd vijf keer genomineerd maar won nooit.
Toen hij in 1948 werd vermoord, besloot het comité dat jaar geen prijs uit te reiken omdat er geen geschikte levende kandidaat was. Het Nobelcomité heeft later toegegeven dat het ontbreken van Gandhi op de lijst van winnaars hun grootste historische omissie is.
9. Johannes Fibiger – De wetenschap die de mist in ging (1926)

Fibiger ontving de prijs voor Geneeskunde omdat hij bewezen zou hebben dat wormen kanker veroorzaakten. Het leek een revolutionaire ontdekking, maar jaren later bleek zijn specifieke theorie simpelweg onjuist.
De ratten in zijn onderzoek hadden geen kanker door wormen, maar vertoonden symptomen door een ernstig vitaminetekort. Omdat een Nobelprijs nooit wordt ingetrokken, blijft Fibiger officieel een winnaar van een prijs die deels gebaseerd is op een foutieve conclusie.
Toch plaatsen veel moderne wetenschappers hier een belangrijke nuance bij. Hoewel de wormen niet de boosdoener waren, geven zij Fibiger wel degelijk de eer dat hij als een van de eersten aantoonde dat chronische weefselirritatie en externe stimuli kanker kunnen veroorzaken. Zijn fundamentele denkwijze wees de oncologie dus wel in een compleet nieuwe, cruciale richting.
10. María Corina Machado –Nobelprijs opgedragen aan Trump (2025)

Toen de Venezolaanse oppositieleider María Corina Machado in oktober 2025 de Nobelprijs voor de Vrede won, reageerde de wereld sterk verdeeld. Het Noorse Nobelcomité prees de ‘IJzeren Dame’ van Venezuela voor haar moedige strijd voor democratie tegen het autoritaire regime van Nicolás Maduro. Critici vielen echter over elkaar heen van verontwaardiging en wezen op haar keiharde, haast militante politieke lijn. Machado steunde in 2002 openlijk een staatsgreep tegen toenmalig president Hugo Chávez en riep in de jaren daarna herhaaldelijk op tot internationale sancties en zelfs buitenlands militair ingrijpen.
De controverse bereikte begin 2026 een absoluut kookpunt. Na gerichte Amerikaanse militaire acties in Venezuela overhandigde Machado haar Nobelmedaille persoonlijk aan de Amerikaanse president Donald Trump, als dank voor zijn ‘beslissende steun’. Voor haar aanhangers is ze de ultieme vrijheidsstrijder, maar voor critici markeert deze “oorlogs-vredesprijs” een gigantische deuk in de geloofwaardigheid en morele autoriteit van het Nobelcomité.