De wereldkaart is een momentopname. Staten fuseren, landen vallen uit elkaar of veranderen simpelweg van identiteit. In deze top 10 kijken we naar landen die het meest recent van de kaart zijn gepoetst, variërend van machtige unies tot kleine koninkrijken.
10. Zuid-Vietnam (tot 1976)
In de jaren 60 en 70 was de wereld in de ban van de Vietnamoorlog, waarbij het zuiden fel streed tegen het communistische noorden. De val van Saigon op 30 april 1975 markeerde het einde van de strijd; de iconische beelden van helikopters die mensen van daken evacueerden staan bij velen nog op het netvlies.
Na de overwinning van het noorden volgde een korte overgangsperiode, maar op 2 juli 1976 werd de hereniging officieel bezegeld. De twee helften werden samengevoegd tot de Socialistische Republiek Vietnam, waarmee Zuid-Vietnam na twintig jaar van de kaart verdween.
9. Oost-Duitsland, de DDR (tot 1990)
De Duitse Democratische Republiek (DDR) was ruim veertig jaar lang het boegbeeld van het Oostblok in Europa, gescheiden van het westen door het IJzeren Gordijn. Na de historische val van de Berlijnse Muur in 1989 ging het razendsnel met de politieke eenwording. Op 3 oktober 1990 hield de DDR simpelweg op te bestaan door toe te treden tot de Bondsrepubliek Duitsland.
Het was een unieke situatie: juridisch werd er geen nieuw land opgericht, maar werd de ene helft van Duitsland simpelweg opgeslokt door de andere. Vandaag de dag herinneren alleen nog musea en grensposten aan deze socialistische staat.
8. Zuid-Jemen (tot 1990)

Jemen bestond tot 1990 uit twee totaal verschillende landen die vaak op voet van oorlog met elkaar leefden. Zuid-Jemen voer een strakke marxistische koers en was de enige officieel communistische staat in de Arabische wereld. Met de havenstad Aden als kloppend hart was het een strategisch belangrijke speler.
Naarmate de steun van de Sovjet-Unie wegviel, werd de noodzaak voor eenwording groter. Op 22 mei 1990 fuseerden de twee landen tot de huidige Republiek Jemen, in de hoop op een stabielere toekomst.
7. Jemenitische Arabische Republiek (tot 1990)

Tegelijk met de buren in het zuiden verdween ook de Jemenitische Arabische Republiek, beter bekend als Noord-Jemen. Terwijl het zuiden communistisch was, was het noorden meer op het westen en Saudi-Arabië gericht.
De samensmelting van deze twee werelden was een historisch experiment. Hoewel de hoofdstad Sana’a de zetel werd van de nieuwe, verenigde staat, bleven de interne spanningen tussen de twee voormalige landen nog decennialang merkbaar in de vorm van conflicten.
6. De Sovjet-Unie (tot 1991)

Het uiteenvallen van de USSR markeerde het definitieve einde van de Koude Oorlog. Deze gigantische grootmacht besloeg een zesde van het landoppervlak op aarde en hield vijftien republieken in haar greep.
Door economische stagnatie en roep om meer vrijheid (glasnost en perestrojka) stortte het systeem in. Op 26 december 1991 werd de unie formeel ontbonden. De hamer en sikkel werden gestreken boven het Kremlin en in plaats van één grote rode vlek op de kaart verschenen er plotseling vijftien onafhankelijke landen, variërend van Estland tot Oezbekistan.
5. Tsjecho-Slowakije (tot 1992)
In tegenstelling tot de bloedige burgeroorlogen elders in de regio, kozen de Tsjechen en Slowaken voor een bewonderenswaardig vreedzame weg. Na de val van het communisme bleken de wensen van beide bevolkingsgroepen te ver uiteen te liggen. Deze scheiding staat ook wel bekend als de Velvet Divorce (de Fluwelen Scheiding) vanwege het gebrek aan geweld. Op 31 december 1992 werd de federatie opgeheven. Op nieuwjaarsdag 1993 stonden de inwoners op als burgers van twee gloednieuwe landen: Tsjechië en Slowakije.
4. Joegoslavië (tot 2003)
De naam Joegoslavië bleef nog lang op de kaart staan, zelfs nadat de republieken Kroatië, Slovenië, Macedonië en Bosnië zich in de jaren 90 met veel strijd hadden afgescheiden. De overgebleven reststaat, bestaande uit Servië en Montenegro, bleef de historische naam gebruiken tot 2003.
Pas op 4 februari van dat jaar viel het doek voor de staatsnaam; de unie werd omgedoopt tot Servië en Montenegro om de losse band tussen de twee landen te benadrukken. Hiermee werd een van de meest invloedrijke namen uit de 20e-eeuwse Balkan definitief begraven.
3. Servië en Montenegro (tot 2006)
De staatsunie Servië en Montenegro was vanaf het begin bedoeld als een losse constructie. Er was zelfs een ontsnappingsclausule ingebouwd die Montenegro het recht gaf om na drie jaar een referendum te houden.
In 2006 grepen de Montenegrijnen die kans. Met een nipte meerderheid (55,5%) werd gekozen voor volledige onafhankelijkheid. Op 5 juni 2006 verklaarde Servië zichzelf tot opvolgerstaat, waarmee de dubbelnaam uit de lijst van soevereine landen verdween en de twee landen als buren verder gingen.
2. Nederlandse Antillen (tot 2010)

Binnen het Koninkrijk der Nederlanden was 10-10-10 een datum die in de boeken ging als de dag van de grote staatkundige herziening. Op die dag hielden de Nederlandse Antillen als autonoom land op te bestaan.
Curaçao en Sint-Maarten kregen een status aparte als zelfstandige landen binnen het Koninkrijk, vergelijkbaar met Aruba. De kleinere eilanden Bonaire, Saba en Sint-Eustatius werden als bijzondere gemeenten direct onderdeel van Nederland. Hoewel de vlag van de Antillen werd gestreken, leeft de term in de volksmond en in de cultuur nog dagelijks voort.
1. Soedan – De oude unie (tot 2011)
De meest recente grote aardverschuiving op de wereldkaart vond plaats in Oost-Afrika. Decennialang werd Soedan geteisterd door een bloedige burgeroorlog tussen het islamitische noorden en het christelijke zuiden. Na een vredesakkoord mochten de inwoners van het zuiden in 2011 stemmen over hun toekomst.
Bijna 99% koos voor onafhankelijkheid. Op 9 juli 2011 werd Zuid-Soedan de jongste natie ter wereld. Hoewel de naam Soedan bleef bestaan voor het noorden, verloor het land in één klap een kwart van zijn landoppervlak en het overgrote deel van zijn olie-inkomsten. Het was de meest ingrijpende wijziging van de Afrikaanse landkaart in de 21e eeuw.
