In Nederland draait topsport vaak om voetbal, schaatsen en wielrennen. In de Verenigde Staten gelden andere wetten: daar regeren honkbal (MLB), basketbal (NBA), American football (NFL) en ijshockey (NHL).
Doorbreken in zo’n miljardencompetitie is voor een Nederlander allesbehalve vanzelfsprekend. Toch lukte het een handvol landgenoten om niet alleen mee te doen, maar ook écht impact te maken.
10. Ed Kea (NHL)
Ed Kea (Weesp) verhuisde als kind naar Canada en vond daar zijn weg naar het ijshockeywalhalla. In 1974 debuteerde hij in de NHL bij de Atlanta Flames, later volgden seizoenen bij de St. Louis Blues.
Kea speelde honderden duels op het hoogste niveau en was daarmee de eerste Nederlander die echt een vaste plek veroverde in de NHL. Zijn loopbaan eindigde tragisch na een zware hoofdblessure.
9. Eugene Kingsale (MLB)
Geboren op Aruba, groot geworden in de MLB: Eugene Kingsale debuteerde in 1996 bij de Baltimore Orioles en speelde daarna onder meer voor Seattle, Detroit en San Diego.
Een supersterrenstatus was nooit het doel; Kingsale was vooral een betrouwbare buitenvelder met snelheid en een sterke arm. Hij was jarenlang een vaste waarde in Oranje en zette als Arubaanse Nederlander de deur op een kier voor een nieuwe lichting honkballers uit het Koninkrijk.
8. Didi Gregorius (MLB)
Didi Gregorius groeide op op Curaçao en werd in de MLB een grote naam. Via Arizona belandde hij bij de New York Yankees, waar hij niemand minder dan Derek Jeter opvolgde als korte stop.
Didi deed het met flair: degelijk veldspel, belangrijke klappen op beslissende momenten en een vrolijke signatuur die hem tot publiekslieveling maakte in The Bronx. Later volgden productieve jaren bij de Philadelphia Phillies.
7. Francisco Elson (NBA)
Francisco Elson uit Rotterdam baande zich een weg naar de NBA via collegebasketbal in Californië. Na jaren bij de Denver Nuggets stapte hij over naar de San Antonio Spurs en precies daar kwam zijn hoogtepunt: kampioen in 2007. Elson is nog altijd de enige Nederlander met een NBA-ring.
Verder speelde hij voor Milwaukee, Philadelphia en Utah. Geen flitsende statistieken, wel betrouwbaarheid, fysieke presence en een historische mijlpaal die niemand hem afpakt.
6. Harald Hasselbach (NFL)
Harald Hasselbach zegevierde in de meest Amerikaans sport, American football. De in Amsterdam geboren defensive end won met de Denver Broncos twee keer de Super Bowl (seizoenen 1997 en 1998).
Hasselbach combineerde power met discipline en speelde een belangrijke rol in een dominante defensie. Tot op de dag van vandaag is hij het voorbeeld dat een Nederlander zelfs in de NFL de top kan bereiken.
5. Kenley Jansen (MLB)
Van Curaçao via de minor leagues naar Closing Time in de MLB: Kenley Jansen groeide uit tot een van de beste closers van zijn generatie. Met de Los Angeles Dodgers pakte hij in 2020 de World Series; daarnaast werd hij meerdere keren All-Star en tikte hij de grens van 400 saves aan.
Zijn kenmerkende cutter en onverstoorbare uitstraling op de heuvel maakten hem jarenlang de nachtmerrie van elke slagman in de negende inning.
4. Xander Bogaerts (MLB)

Ook Xander Bogaerts is een Curaçaose gigant in de MLB. Met de Boston Red Sox won hij twee keer de World Series (2013 en 2018), werd meermaals All-Star en sleepte diverse Silver Slugger-prijzen binnen. Als korte stop combineerde hij soepele defense met constante productie aan slag.
Later zette hij zijn loopbaan voort bij de San Diego Padres. Bogaerts is het prototype moderne ster: allround, teamgericht en jaar in jaar uit op topniveau.
3. Rik Smits (NBA)
“The Dunking Dutchman” blijft een monument. Met 2,24 meter was Rik Smits gemaakt voor de NBA, maar het was zijn techniek en voetenwerk die hem bij de Indiana Pacers tot icoon maakten. In 1998 werd Smits All-Star; in 2000 leidde hij de Pacers naar de NBA Finals.
Hij speelde zijn hele carrière voor één franchise, scoorde ruim twaalfduizend punten en werd geliefd om zijn zachte touch en clutch midrange. Een grotere Nederlandse naam in de NBA bestaat er niet.
2. Andruw Jones (MLB)
Als tiener al een homerun slaan in de World Series: Andruw Jones deed het. Bij de Atlanta Braves groeide hij uit tot de beste verdedigende buitenvelder van zijn generatie.
Vele Gold Gloves, meerdere All-Star-selecties en seizoenen met enorme power (denk aan die vijftig-plus homeruns) maakten hem tot een levende legende.
1. Bert Blyleven (MLB)
Bert Blyleven, geboren in Zeist, opgegroeid in de VS, en uitgerust met een van de smerigste curveballs die de MLB ooit zag. Blyleven speelde 22 seizoenen, gooide een no-hitter, won twee keer de World Series en kreeg uiteindelijk de ultieme erkenning: een plekje in de Baseball Hall of Fame.
Wie vraagt naar de beste Nederlandse sporter in de Amerikaanse profcompetities, komt onvermijdelijk uit bij zijn naam.
Bonus: Arie Luyendyk (IndyCar)

Strikt genomen hoort autosport niet bij de ‘grote vier’ Amerikaanse sporten, maar we kunnen onmogelijk om Arie Luyendyk heen. De in Sommelsdijk geboren coureur verhuisde naar de Verenigde Staten en groeide daar uit tot een legende in de IndyCar. Hij won de prestigieuze Indianapolis 500 twee keer (1990 en 1997) en zette snelheidsrecords neer die jarenlang standhielden. Op de Indianapolis Motor Speedway is tegenwoordig zelfs een bocht naar hem vernoemd.